Kandidaatsexamen maakt rentree op universiteiten

Het kandidaatsexamen keert terug op de universiteiten. Na vijftien jaar afwezigheid viert de academische titel volgend jaar zijn rentree. Dat blijkt uit het wetsvoorstel dat de bewindslieden Ritzen en Nuis van Onderwijs maandag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd....

Van onze verslaggever

DEN HAAG

Het voorstel is een uitwerking van het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (HOOP), dat in 1995 bij de begroting werd gepresenteerd. Daarin kwam het 'kandidaats' nog niet voor, maar de titel 'baccalaureaat'. Dat bestaat evenwel ook al in het hoger beroepsonderwijs (hbo).

Kern van het wetsvoorstel is dat universiteiten mogen afstappen van de uniforme, vierjarige cursusduur van universitaire opleidingen. Universiteiten ervaren de strikte regel van vier jaar als knellend en inflexibel. Onder voorwaarden mogen universiteiten nu experimenteren met driejarige opleidingen. Studenten sluiten die opleidingen af met een kandidaatsexamen.

Het kandidaatsexamen werd met de komst van de tweefasenstructuur in 1982 afgeschaft. De uniforme, vierjarige cursusduur voor alle studies in het universitaire onderwijs werd ingevoerd. De propadeuse, die na een jaar universitair onderwijs kon worden behaald, bleef bestaan.

Het driejarige kandidaats verdween. Voor velen was de verdwijning van het kandidaats hét teken dat de kwaliteit van het universitaire onderwijs omlaag ging. Immers, studenten konden een examen 'overslaan'. Het 'maar ik heb tenminste nog mijn kandidaats gehaald' is vele malen hardop uitgesproken.

Voor de nieuwe, driejarige studie moet de universiteit wel aantonen dat er behoefte aan bestaat op de arbeidsmarkt. Studenten moet de gelegenheid worden geboden om alsnog in één jaar het doctoraalexamen te halen.

Universiteiten mogen ook experimenteren met vijfjarige studies. De universiteit moet dan aantonen dat aan afgestudeerden met een vierjarige opleiding geen behoefte op de arbeidsmarkt bestaat. Veel techniekopleidingen hebben al een vijfjarige cursusduur.

De bepaling in het oorspronkelijke plan dat studenten na vijf maanden kunnen worden weggestuurd als ze slecht presteren, is op advies van de Raad van State geschrapt. De huidige termijn van een jaar wordt gehandhaafd. Dit bindende studieadvies is voor universiteiten een stok achter de deur om slechte studenten te verwijderen.

Dat scheelt veel leed voor de studenten en veel kosten voor universiteiten. Die kunnen alleen gebruik van het bindend studieadvies maken op basis van objectieve criteria, zoals examencijfers. Tevens moet rekening worden gehouden met bijzondere omstandigheden, zoals ziekte.

Ook wordt het mogelijk om na een jaar hbo over te stappen naar de universiteit. Dat werd in het HOOP nog onmogelijk gemaakt. Verder tellen vrijstellingen niet langer mee voor de prestatiebeurs. Alleen daadwerkelijk geleverde prestaties tellen. De prestatiebeurs eist dat studenten in het eerste jaar de helft van de examens halen en dat de studie in zes jaar wordt afgerond.

Meer over