Kan die bevrijdende offline niet wat vaker?

We gingen verhuizen. Ik had er tegenop gezien, want hoewel we het grote slopen en verplaatsen hadden uitbesteed, bleef er een hoop werk te doen. Inpakken, schuren, schilderen. Fysiek werk dat ik, die tien uur per dag achter een scherm zit, nooit doe.

Ik vond het heerlijk. Mijn humeur knapte enorm op. Het voelde als vakantie. Het benaderde het ideaal dat ik voor die drie weken per jaar koester: even helemaal afwezig, geen dertig mails per dag, geen afspraken, geen telefoon.

In de praktijk viel die droom altijd tegen. Want daar zit je dan, aan een staalblauw zwembad. De overgang is te abrupt, het afgesneden zijn ondraaglijk. Voor je het weet speel je weer een spelletje op de toch maar meegenomen iPad. Het huisje heeft wifi natuurlijk. Elke dag toch maar even contact met de thuisgebleven kinderen. En die jarige vriend.

Dagenlang bruine muren wit maken, met trage halen, schuren tot je pols pijn doet. Meebrullen met de liedjes op de radio. Geen ander dagelijks doel dan twee wandjes afkrijgen, terwijl ik een goede smoes had om tegen al mijn levende en digitale contacten te zeggen dat ik 'een tijdje onbereikbaar' was. Mijn hoofd werd er leeg van en stroomde weer vol, met ideeën en gedachten die zomaar kwamen aanwaaien. De enige berichten die ik stuurde gingen over drie liter satijnglans roomwit en de afhaalpizza van die dag. Elke avond viel ik als een blok in slaap, zonder schuldige gedachten aan wat ik die dag allemaal had verzuimd.

Even dacht ik dat ik het verkeerde vak had gekozen. Dit was pas écht werk. Maar die gedachte is even vals romantisch als hypocriet; de hoofdarbeider die dweept met de bespetterde overall. Vakantie is vrijaf van wat je, door je aanleg, wel moet doen. Maar toch: kon ik die bevrijdende offline staat niet eens wat vaker creëren?

Het kwam er niet van. Mijn dochter is op vakantie in Suriname. Een dag na haar aankomst zaten we al te skypen. 'Hé mam', klonk het tussen de palmbomen. Haar nu al roodverbrande, tot in elke porie vertrouwde gezicht op de iPad, aanraakbaar maar toch van glas. Morgen ging ze de wifiloze jungle in. Dan hadden we tien dagen geen contact. Ik schrok. Tien dagen!

Evenmin kocht ik het programma Freedom, de meest paradoxale software die er bestaat. Het verbiedt je online te gaan, voor een zelf gekozen tijd, een uur, een middag. Grappig: je betaalt geld om op internet iets te installeren dat je van datzelfde internet, je beste vriend en grootste vijand, vrijwaart. En dat heet dan Freedom.

De afgelopen week viel er twee keer een digitale stilte, één middag had UPC, mijn provider, een storing, de dag erna viel het KPN-netwerk, waarop de halve bevolking zit, stil. Ik raakte in paniek. Mijn hele leven liep verdomme spaak.

Volgens neuro-onderzoeker Larry Rosen versterkt ons nieuwe mediagedrag allerlei neurosen. Online worden we al gauw een verslaafde, een adhd'er (overal op reageren), een narcist (leuk leven heb ik hè?) een depressieveling (snel gekwetst door een bericht) een voyeur (lekker gluren in andermans leven), een hypochonder (kwalen googlen) en een contactgestoorde (altijd veilig achter een scherm).

Ik kende Rosen niet, maar Justine Pardoen wees mij op hem in haar nuttige boekje Focus! Zoals ze me ook voerde naar het geweldige filmpje op Youtube, waarop een eenjarige met haar garnalenvingertje vergeefs op pagina's van een papieren tijdschrift drukt en erover veegt, allengs bozer.

Rosen heeft gelijk natuurlijk, maar het omgekeerde is evengoed waar. Internet en sociale media hebben óók gezorgd voor meer en soms eerlijker contact, voor minder eenzaamheid, betere geïnformeerdheid en nieuwe vormen van vermaak. Ze hebben de mogelijkheden voor pestkoppen en oplichters gruwelijk vergroot, maar ook de kanalen voor tegenactie, naming en shaming.

Toch zullen we moeten nadenken over de toekomst van die baby's met hun nu al door Steve Jobs gemuteerde breintjes. Het onderwijs zal onderdelen moeten aanbieden waarbij kinderen van hun scherm worden weggesleept. Waarbij ze elkaar moeten aankijken en eens andere lichaamsdelen dan ogen en handen gebruiken.

Sport, tekenen, muziek maken, toneel - dat werk. Maar ook af en toe eens 'zelfstandig werken' in een lokaal zonder schermpjes. Gewoon met jezelf en een pen. Ongevraagde bevrijding: het is moeilijk, maar het moet.

undefined

Meer over