Kampioenen van Europa

Het voetbalseizoen bevindt zich op het breukvlak tussen club- en landenvoetbal, met aflopende competities en Euro 2012 aanstaande. Voor een keer: voetbal geprojecteerd op de landkaart van de politiek. Wie zijn de kampioenen van de Europese Unie? Weerspiegelt de financiele crisis zich in het voetbal? Zijn de veranderingen in Europa terug te zien in het voetbal?

Politiek is, meestal dan, een zaak van hoofdsteden. Brussel, Londen, Parijs, Berlijn. Berlijn meldt dat de crisis algemeen is, aldus de stem van de nieuwslezer. En Parijs stemt in met maatregelen.Zo bezien is voetbal geen politiek.

In voetbal heersen vaak clubs uit tweede of derde steden van de diverse landen, of zelfs stadjes uit de marge, al dan niet met dank aan een mecenas die zich ontfermt over het plaatselijke voetbal. Lyon, Marseille, Liverpool, Manchester, Dortmund, München, Turijn, Milaan, Barcelona, Enschede, Eindhoven, Alkmaar, Genk, Luik, maar ook Cluj, Debrecen of Liberec.

Het is, in de weken van de Europese finales, aardig te wijzen op het opvallende feit dat slechts vijf Europese hoofdsteden een winnaar van de belangrijkste Europa Cup binnen hun grenzen huisvesten, de vroegere Europa Cup I dus, tegenwoordig de Champions League: Amsterdam (Ajax), Madrid (Real), Belgrado (Rode Ster), Lissabon (Benfica) en Boekarest (Steaua).

Wie niet beter weet, zou denken dat ze in hoofdsteden iets anders te doen hebben dan voetbal; politiek bedrijven natuurlijk, cultuur, uitgaan. Leven.

Berlijn? Vecht zelfs tegen degradatie, met Hertha. Londen? Ja, de voetbalhoofdstad van de wereld als het om het aantal clubs gaat, levert met Chelsea zowaar een finalist in de Champions League van 2012, maar de stad heeft de belangrijkste beker nog nooit gewonnen. Parijs? Stoomt nu pas op, dankzij Arabisch geld dat het jarenlang zwalkende Paris SG versterkt. Rome? Mooie clubs, maar ze winnen niet zo heel veel, ondanks Totti en Klose. Madrid en Amsterdam, dat zijn in feite de klassieke voetbalhoofdsteden van Europa, met dertien bekers samen; Europa Cup I danwel Champions League.

Opvallend is ook de verschuiving in het voormalige Oostblok, waar de topvoetballer voorheen menigmaal de opdracht kreeg zich vanuit de uithoek van het land te voegen bij de traditionele topclub in het politieke centrum van het land, de hoofdstad dus. Daar resideerden de politici die wilden pronken met hun clubs. De club van militairen bijvoorbeeld (CSKA), of van de politie (Dinamo). Dat is veranderd: in de provincie ontluiken clubs waarvan menigeen in het westen een paar decennia geleden nog nooit had gehoord.

Als deze maand de laatste clubcompetities aflopen, maakt Europa zich op voor zijn landenfeestje: Euro 2012 in Polen (EU) en Oekraïne (geen EU). Wie niet beter weet, zou denken dat in tijden van financiële crisis een nieuwe munt is ingevoerd: Euro 2012.

De Europese Unie telt 27 lidstaten. Ook hier: slechts negen kampioenen komen uit de hoofdstad, precies eenderde. Het voetbal heeft de hoofdstad niet per se nodig. Het voorbehoud bij het overzicht heeft te maken met de kalender: bij de zomercompetities zijn de kampioenen van 2011 geteld, en ook in een paar andere landen is de competitie nog niet afgelopen. Zo heeft Frankrijk nog één ronde te gaan, maar is Montpellier verrassend de grote kanshebber.

Een overzicht van EU-kampioenen, met af en toe iets over de politieke gevolgen voor het voetbal.

undefined

Meer over