Kamervragen zijn wèl nuttig

Het geeft geen pas Kamervragen af te schilderen als 'diarree van Kamerleden', zoals secretaris-generaal Den Dunnen onlangs in deze krant deed....

HET wordt een trend om het stellen van Kamervragen in een negatief daglicht plaatsen. Aanvankelijk waren het fractievoorzitters van coalitiepartijen, vervolgens de Kamervoorzitter en nu fulmineert scheidend secretaris-generaal Den Dunnen van VROM tegen al te actieve Kamerleden (de Volkskrant, 15 juli). Verwijzend naar onze collega Remi Poppe spreekt hij zelfs van 'Poppe-vragen' en beweert hij dat Kamerleden vragen stellen 'alsof ze aan de diarree zijn'. Een weerwoord op deze trendy kritiek is op zijn plaats.

Er worden door oppositiefracties veel Kamervragen gesteld en daar is ook alle reden toe. Het is één van de instrumenten die volksvertegenwoordigers tot hun beschikking hebben en er zijn verschillende redenen om dit middel in te zetten. Ten eerste om informatie, opheldering of de mening van een minister te krijgen. Oppositiepartijen hebben geen lijntjes naar het kabinet en ambtenaren geven zelden direct antwoord. Zeker niet sinds de premier in 1998 ambtenaren rechtstreeks contact met Kamerleden verboden heeft.

Ten tweede is er de controletaak van de Kamer en die nemen wij als SP-fractie zeer serieus. Natuurlijk is het voor coalitiepartijen niet leuk wanneer de oppositie de vinger op de zere plek legt, maar een minister die toezeggingen niet nakomt, moet zich verantwoorden. Dat geldt ook als beleid niet tot het gewenste resultaat leidt.

Recente, 'echte' cijfers over de wachtlijsten in de ouderenzorg bijvoorbeeld illustreerden dat die problematiek in werkelijkheid nog ernstiger is dan gedacht. Reden voor onze fractie om via vragen direct aan te dringen op extra maatregelen. Via vragen kan een bewindspersoon bovendien worden geconfronteerd met de gevolgen van het beleid. De letter van de wet is vaak bekend; er is veel minder oog voor de 'details' van de praktijk. Terwijl juist die dagelijkse praktijk duidelijk maakt of het gevoerde beleid goed is. Ten slotte kunnen vragen dienen om een kwestie op de agenda te plaatsen. Nog veel te vaak worden belangrijke kwesties nauwelijks in het parlement besproken.

Criticasters hebben het altijd over de kwantiteit en niet over de kwaliteit van Kamervragen. De suggestie wordt gewekt dat véél vragen automatisch minder nuttig zijn. Maar juist de combinatie van vasthoudendheid én kwaliteit leidt uiteindelijk tot resultaat. Neem de voorkruipzorg in ziekenhuizen, waarbij werkgevers hun werknemers buiten de wachtlijst om willen laten helpen. In de vorige kabinetsperiode heeft de Kamer deze vorm van tweedeling al afgewezen, mede naar aanleiding van een flink aantal Kamervragen van SP-fractievoorzitter Jan Marijnissen.

Minister Borst liet de zaak vervolgens echter op z'n beloop, hetgeen ertoe leidde dat de SP wederom vele malen aan de bel trok. Deze vasthoudendheid resulteerde uiteindelijk in een stellingname van de Kamer. Vanzelfsprekend hadden wij kabinet en Kamer liever veel eerder overtuigd van de onaanvaardbare gevolgen van deze tweedeling in de zorg.

Er is een gebrek aan dualisme in de Kamer. Bij coalitiefracties ontbreekt regelmatig de politieke wil belangrijke kwesties te bespreken. In Kamercommissies verhindert de coalitie niet zelden een kwestie te agenderen en een interpellatie is onze fractie enkele keren geweigerd.

Ten slotte ligt er een oorzaak in de beantwoording van vragen. Die is regelmatige ontwijkend en inadequaat. Elke stap naar een oplossing van het geconstateerde probleem wordt uit de weg gegaan. Met deze 'KIR-antwoorden' - KIR staat voor 'kluitje in het riet' - weigeren wij genoegen te nemen en indien nodig stellen we vervolgvragen. Een recente reeks vragen ging over een belangrijke omissie in de huursubsidieregeling, waardoor gezinnen met een netto WAO- of WW-uitkering op bijstandsniveau jaarlijks zeshonderd gulden te weinig huursubsidie ontvangen. Lastige vragen, zeker, want wil je deze onrechtvaardigheid wegnemen, dan moet je oplossingen bedenken en dat is te veel gevraagd, zo blijkt uit de antwoorden die VROM gaf.

De scheidende secretaris-generaal mag dan klagen over 'een diarree aan vragen', de antwoorden leiden vaak tot obstipatie. Wie het aantal Kamervragen wil terugdringen, moet pleiten voor meer politiek debat zodat bewindslieden vaker ter verantwoording worden geroepen. Dat vereist ook een meer dualistische opstelling van coalitiefracties. Verder dienen bewindslieden gestelde vragen niet te ontwijken zodat er minder vervolgvragen nodig zijn. Maar ook dan zullen wij niet aarzelen om Paars te controleren en confronteren met ongewenste gevolgen van het gevoerde beleid.

Meer over