Kamers met uitzicht

Geen doelgroep zo kansarm, geen budget zo beperkt, of je kunt als architect toch een aantrekkelijk bouwwerk maken. Bewijst het 'junkiehotel' in Amsterdam. Gezelligheid moeten de bewoners zelf maar meebrengen.

Architect: Atelier Kempe Thill, opdrachtgever: DeltaForte Amsterdam, gebruiker: HVO-Querido, Anton de Komplein 232, Amsterdam

Junkiehotel is de geuzennaam die architecten André Kempe en Oliver Thill gebruiken voor de opvang die zij in Amsterdam-Zuidoost bouwden voor daklozen en verslaafden. Heel wat anders dan de aftandse containerwoningen die het gebouw vervangt.

Het 'hotel' is een kloeke kubus met spiegelgladde gevels. Het staat bovendien op de mooiste plek van de Bijlmer, pal aan het Bijlmerpark. Van binnen kijk je prachtig uit over de sportvelden, het Bijlmerparktheater en het gloednieuwe sportcentrum.

Elke bewoner beschikt binnen over een eigen 'studio', voorzien van een keuken en een badkamer. En net als bij gewone hotels kom je binnen in een imposante lobby, een tien meter hoog atrium met loungeplekken, internetcafe en een restaurant.

Er bestond al een junkiehotel in Utrecht. In 2004 werd aan de Maliebaan in Utrecht een prachtig gerenoveerd monumentaal pand voor harddrugsverslaafden geopend. Het viel op door het hippe interieur, met gangen voorzien van klimop-prints. Dit project van BAR architecten was het eerste speciaal voor deze doelgroep ontworpen gebouw. Sindsdien wordt de term junkiehotel gebruikt om een nieuwe typologie in de architectuur te duiden. Een gebouw dat verslaafden en daklozen 'bevrijdt' uit hun donkere, krappe behuizing en hen voorziet van licht, lucht en ruimte. Net zoals de modernisten dat deden voor de arbeidersklasse.

Welzijnsorganisatie HVO-Querido, de gebruiker van het gebouw aan het Anton de Komplein, is niet blij met de term junkiehotel. Die zou stigmatiserend zijn, terwijl 'hotel' de suggestie wekt dat je lekker in de watten wordt gelegd. Maar de bewoners moeten wel een eigen bijdrage betalen voor hun verblijf en verplicht meewerken aan hun herstel.

Feit is dat het junkiehotel er niet alleen is voor het comfort van de bewoners. Het is ook bedoeld om overlast in de buurt te beperken. Vandaar ook dat de entree is verstopt aan de zijkant, waar niemand aanstoot kan nemen aan de soms wat luidruchtige gebruikers. De receptie is beveiligd. De trappenhuizen van kaal beton en metalen roosters zijn nadrukkelijk hufterproof. En de keuze voor de 'toplocatie' aan het park heeft ook te maken met het feit dat er geen woningen omheen staan.

Maar dan nog. De opvang aan het Anton de Komplein oogt met zijn superstrakke silhouet, royale raampartijen en borstweringen van groenglazen mozaïektegeltjes in de eerste plaats verrassend chic. Het is mooi op een minimalistische manier.

Dat komt doordat alle architectonische poespas uit het ontwerp is geschrapt. Goedkope materialen zijn op een geraffineerde manier gebruikt. De installaties zijn niet achter lelijke verlaagde plafonds gestopt maar slim in de gepleisterde wanden en plafonds weggewerkt. Zo bleef geld over voor ruimte - grote vensters, extra verdiepingshoogte, veel licht, uitzicht. En ruimte geeft een gevoel van rijkdom, redeneren de architecten.

Kempe en Thill staan bekend om hun goedkope, maar toch luxe gebouwen. In Zwolle bouwden ze het Hiphouse, een blok met studentenwoningen die dankzij hun hoge plafonds en enorme schuifpuien de allure hebben van lofts. Hun sociale huurappartementen in Den Haag Moerwijk kregen volledig glazen gevels, een grote vide en een gemeenschappelijke daktuin. En het jeugdhonk 'De Hood' in Amsterdam Osdorp valt op door de coole witte gevels van industrieel spuitbeton.

Het zijn ruimtelijk indrukwekkende maar ook uiterst sobere gebouwen. Die soberheid geeft de broodnodige rust aan de bewoners, die veelal een roerig leven achter de rug hebben. Het is een plaats waar je tot bezinning komt. Maar verblijf je wat langer in het gebouw, dan kun je door het ontbreken van elke vorm van ornament, kleur en textuur ook overvallen worden door een gevoel van anonimiteit en kilte.

In andere recent opgeleverde projecten voor daklozenopvang staat huiselijkheid juist centraal. Heren 5 architecten legde een warme houten vloer neer in het 'Tijdelijk Thuis' in Amsterdam-West. De Kessler Stichting in Den Haag kreeg van Soeters Van Eldonk architecten een 'gezellig' bontgekleurd pannendak.

Die gemoedelijke sfeer is nog niet vanzelfsprekend in het junkiehotel. De opvang in Amsterdam Bijlmer is pas net geopend en de inrichting is nog niet helemaal af. Duidelijk is wel dat de levendigheid in de zuiver witte en grijze ruimten van de gebruikers zelf zal moeten komen.

Het Rotterdamse architectenbureau Atelier Kempe Thill werd in 2000 opgericht door de Duitse architecten André Kempe en Oliver Thill, nadat ze een prijsvraag voor woningbouw in Rotterdam hadden gewonnen. Hoewel dat project niet resulteerde in een opdracht, lukte het ze wel naam te maken in de Nederlandse architectuur. Vooral hun ontwerpen voor sociale huurwoningen, die radicaal afrekenen met het schrale beeld van dit type woningbouw, verrasten. Het succes van Kempe Thill schuilt in de minimalistische schoonheid van hun gebouwen, de royale binnenruimten en het inventieve gebruik van materialen. Zo bouwden ze in het Oostenrijkse Raiding een concertgebouw met een houten interieur, gevels van polyurethaan en ramen van acryl. Momenteel werkt het bureau aan de transformatie van de 19de-eeuwse Harmonie in Antwerpen.

undefined

Meer over