nieuws

Kamermeerderheid zet door: coalitie mikt op snelle behandeling coronatoegangswetten

Tot grote ontstemming van de voltallige oppositie behandelt de Tweede Kamer volgende week de wetsvoorstellen die uitbreiding van de coronapas mogelijk moeten maken. Dat is een week later dan het kabinet wil, maar volgens de oppositie nog steeds te kort dag om tot een zorgvuldig besluit te komen.

Avinash Bhikhie en Raoul du Pré
De coalitie-fractieleiders Sophie Hermans (VVD), Sigrid Kaag (D66), Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Pieter Heerma (CDA) eerder dit jaar in de Tweede Kamer.  Beeld ANP
De coalitie-fractieleiders Sophie Hermans (VVD), Sigrid Kaag (D66), Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Pieter Heerma (CDA) eerder dit jaar in de Tweede Kamer.Beeld ANP

In een procedurevergadering negeerden de formerende partijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie dinsdag het dringende verzoek van de rest van de Kamer om meer tijd te nemen.

Snelle behandeling van een bredere inzet van het coronatoegangsbewijs is van groot belang voor het demissionaire kabinet. Dat wil wettelijk regelen dat ook de 2G-aanpak deze winter een optie wordt: alleen wie is gevaccineerd of genezen komt dan nog in aanmerking voor toegang tot locaties met een hoog besmettingsrisico. Ook wil het kabinet een wettelijke basis om het coronatoegangsbewijs in te voeren op de werkvloer en in het hoger onderwijs.

Wintermaanden

Premier Rutte en minister De Jonge van Volksgezondheid zien daarin een belangrijke pijler van hun coronastrategie voor de komende wintermaanden. Met behulp van de coronapassen denken zij het virus dusdanig te kunnen ‘vertragen’ dat er niet opnieuw hele sectoren op slot hoeven, hoewel het Outbreak Management Team daar een stuk genuanceerder over denkt.

Het kabinet heeft daarom haast. De huidige sociale beperkingen gelden tot 4 december. Daarna willen Rutte en De Jonge de coronapas opnemen in de regelgeving. De benodigde wetsvoorstellen liggen sinds maandagavond in de Kamer, die nu dus flinke vaart moet maken met de behandeling. Anders blijven de huidige coronamaatregelen sowieso langer van kracht, heeft het kabinet binnenskamers laten doorschemeren.

Harde confrontatie

Het leidde dinsdagmiddag tot een harde confrontatie tussen de oppositie en de vier formerende partijen, die hierin als vanouds als één blok opereren. Vooral de kleinere oppositiefracties willen meer tijd om deze wetsvoorstellen, die zij als zeer fundamenteel beschouwen, te behandelen. De coalitiefracties vinden daarentegen dat er met de huidige besmettingscijfers in het land geen tijd te verliezen is. Zij hebben samen een meerderheid en trokken dus aan het langste eind.

Het liefst had het kabinet de wetsvoorstellen deze week al laten behandelen, maar dat is zelfs voor de coalitiefracties te snel. Eind deze week kunnen alle fracties hun schriftelijke vragen over de voorstellen indienen. Als de Kamer tevreden is met de beantwoording, volgt de wetsbehandeling in de plenaire zaal. Omdat daarna ook de Eerste Kamer er nog een oordeel over moet vellen, lijkt de invoeringsdatum van 4 december eigenlijk al onhaalbaar.

Of het kabinet überhaupt een meerderheid achter de voorstellen krijgt, is ook nog de vraag. De ChristenUnie is wel voor snelle behandeling, maar weet nog niet of ze voor of tegen de voorstellen zelf zal stemmen. Ook oppositiepartij PvdA heeft grote aarzelingen. Zonder de steun van een van die twee fracties is een meerderheid onmogelijk.

Omtzigt

De procedurevergadering leidde bij het onafhankelijk Kamerlid Pieter Omtzigt tot een opmerkelijke woede-uitbarsting, toen hij er ter plekke achter kwam dat hij als afgesplitste fractie volgens het Reglement van Orde geen stemrecht heeft in procedurevergaderingen. Omtzigt richtte zich boos tot commissievoorzitter Attje Kuiken (PvdA): ‘Als de regels zo worden toegepast, word ik voor belangrijke besluiten geen Kamerlid maar een burger die wel mag spreken maar niet mag stemmen. En worden daarmee mijn kiezers geschoffeerd.’

De aanvaring vloeide voort uit verwarring over de behandeling van het voorstel tot invoering van de coronapas op de werkvloer. Commissievoorzitter Kuiken concludeerde na een telling van de stemmen ten onrechte dat het onderwerp controversieel was verklaard. Dat zou betekenen dat de wet pas door het volgende kabinet behandeld kon worden. Dat werd gedurende de vergadering teruggedraaid; Kuiken bleek verkeerd te hebben geteld. De stem van Omtzigt zou in dit geval niet het verschil hebben gemaakt.