Kamerlid dat het milieu op de PvdA-agenda zette

Ze was politica in de tijd dat er nog geen Partij voor de Dieren nodig was. Tweede Kamerlid Rie de Boois werd in 1986 tot dierenbeschermer van het jaar uitgeroepen. 'Daar was ze echt trots op', zegt haar broer Herman de Boois.


Rie de Boois overleed op 16 november in haar woonplaats Kerk-Avezaath aan een hartaandoening. Ze werd in 1936 in Zierikzee geboren als oudste in een 'heidens' gezin van zes kinderen. Haar vader - een Amsterdamse PvdA'er die met een Drentse vrouw was gehuwd - had daar een baantje gevonden op de Ambachtsschool.


Het hele gezin was in de na-oorlogse jaren lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie die excursies organiseerde over planten en dieren. Via Doetinchem kwam het gezin uiteindelijk in Utrecht terecht. Hier ging Rie biologie studeren aan de Rijksuniversiteit Utrecht, waar ze later ook zou promoveren op een dissertatie met de titel Schimmelgroei in strooisellagen van enkele bosgronden.


Nadat ze in 1962 afstudeerde, doceerde ze een blauwe maandag, maar dat was niet haar roeping. Het wetenschappelijk aspect van het vak sprak haar meer aan. Ze was blij dat ze een baan kon vinden als wetenschappelijk medewerker bij het Rijksinstituut voor Natuurbeheer in Arnhem.


In 1964 trouwde ze met Karel Nagel, die ze nog kende van de Jeugdbond voor Natuurstudie. Net als Rie zat hij in de linkste hoek. Hij was zowel milieu-activist als atoompacifist. Via de provincie Noord-Holland zou Nagel in 1973 tussentijds gekozen worden in de Tweede Kamer. Op dat moment was het huwelijk al op de klippen gelopen en was De Boois zelf al kamerlid. Nagel overleed in 1979, op 44-jarige leeftijd.


De Boois begon later een relatie met de bekende televisiepersoonlijkheid en museumdirecteur Pierre Janssen. Ze had hem via haar contacten in de culturele wereld leren kennen. Tot diens dood in 2007 woonden ze samen in hun 18de eeuwse boerderij in Kerk-Avezaath.


Haar eerste opstapje in de politiek maakte ze in 1966 toen ze voor de PvdA lid werd van de gemeenteraad in Arnhem. Van 1972 tot 1987 was ze Tweede Kamerlid. Ze maakte naam als een nuchter politica die duidelijke taal bezigde. In de Kamer hield ze zich vooral bezig met milieu- en natuurbeheer en verder met cultuur, wetenschapsbeleid en koninkrijksaangelegenheden.


In 1975 voerde ze het woord tijdens het debat over de onafhankelijkheid van Suriname. Bij de jachtwetwijziging van 1977 stelde ze voor de drijfjacht op wilde zwijnen af te schaffen, maar als gevolg van ernstige bezwaren vanuit het koninklijk huis en adellijke kringen werd het initiatief getorpedeerd. De Boois had het meteen gehad met de monarchie. In 2002 maakte ze bezwaren toen het Prins Bernhard Cultuurfonds de stoelen voor het huwelijk van Maxima en Willem-Alexander in de Nieuwe Kerk subsidieerde.


Na haar Kamerlidmaatschap werd ze directeur van het Zuiveringsschap Amstel- en Gooiland. Van 1996 tot 2004 was De Boois voorzitter van Vogelbescherming Nederland. Ze maakte deel uit van de commissie Boertien, die onderzoek deed naar de verhoging van de Deltadijken, en de Raad voor het Landelijk Gebied, waarvan Henk Vonhoff voorzitter was. In 2002 werd ze bestuurslid van het Gelders Archief. 'Op de dag van haar dood lag er een brief in de bus van staatssecretaris Zijlstra dat ze nog twee jaar voor deze commissie was herbenoemd', zegt Herman de Boois.


Meer over