Kamerleden zijn speelbal van partijbonzen

Nederland kent sinds 1919 algemeen kiesrecht, maar een steeds kleinere groep partijbonzen stelt de kandidatenlijsten voor de Tweede Kamer samen....

DE Griekse wijsgeer Aristoteles bestudeerde het fenomeen democratie met een uitbundige grondigheid. Nog steeds staat zijn Atheense stadstaat bekend als de plaats waar de democratie voor de eerste maal in de praktijk werd gebracht. In de vele soorten democratie die Aristoteles omschreef, staat steeds één aspect centraal: alle publieke ambten dienen open te staan voor alle burgers.

Uiteraard kende het burgerschap tweeduizend jaar geleden beperkingen. Vrouwen, slaven en bezitlozen werden vaak niet als volwaardig beschouwd.

Men zou denken dat de tijd van Aristoteles in het Nederland van nu lang en breed achter ons ligt. Hollandse zeevaarders maken geen woekerwinsten meer met het vervoer van Afrikaanse slaven, het vrouwenkiesrecht is in 1919 ingevoerd en de laatste eigendomskwalificaties verdwenen twee jaar eerder uit de Kieswet. Sindsdien hebben we algemeen actief en passief kiesrecht. Alle publieke ambten staan open voor iedereen, en ieders stem telt bij de verkiezingen. Uiteraard zijn er nog relikwieën zoals de monarchie.

In de komende weken zullen de politieke partijen congressen houden. Naast het opstellen van de verkiezingsprogramma's zullen daar ook de lijsten worden vastgesteld voor de Tweede Kamerverkiezingen. Wie voert de club op 6 mei aan, welke nieuwkomers kunnen zich verheugen op het pluche en wie van de zittende parlementariërs moet het doen met een onverkiesbare plaats op de lijst?

Veel belangrijker is echter de vraag wie bepaalt hoe deze lijsten eruit gaan zien. Komen de partijen tegemoet aan het verlangen van Aristoteles en staat het ambt van volksvertegenwoordiger open voor iedereen? Zeker niet. De grote partijen werken allemaal met commissies die advieslijsten produceren. De achterban mag zich maar beperkt roeren. En dankzij ondoorzichtige procedures, die het predikaat democratisch niet waard zijn, levert dat haast nooit wat op.

Het CDA was de eerste grote partij die een advieslijst publiceerde. Een commissie onder leiding van partijvoorzitter Hans Helgers kwam met 68 namen. De afdelingen van de partij mochten wijzigingsvoorstellen doen.

Maar wat blijkt? De door Helgers benoemde lijsttrekker, Jaap de Hoop Scheffer, is onaantastbaar. De eerste man van de christen-democratie is vastgesteld door een select groepje bonzen. En ook nieuwe kandidaten van de CDA-afdelingen worden niet serieus genomen. Zij kunnen slechts op de plaatsen van 51 tot en met 68 terecht komen. Op basis van de huidige prognoses is dat dus een onverkiesbare positie. Het congres krijgt in februari slechts de mogelijkheid om de gehele lijst goed of af te keuren.

Zouden de liberalen democratischer te werk gaan bij het bepalen van hun volksvertegenwoordigers? In de jaren zeventig en tachtig hadden de zogeheten voorzitters van de Kamercentrales een grote invloed op de VVD-lijst. Maar die tijd is voorbij. Ook hier vinden we een commissie, ditmaal onder leiding van David Luteijn, die besloot over de 62 namen op de lijst. Afdelingen mochten aan het hoofdbestuur hun zorgen kenbaar maken, maar veranderingen via die weg zijn nimmer drastisch. De algemene ledenvergadering van de VVD zal op 31 januari Frits Bolkestein en makkers ongemoeid laten. De toekomstige fractie is eigenlijk al vastgesteld.

Ook bij de PvdA drukt een commissie een zware stempel. Voorzitter Dunning presenteerde op 8 december een lijst aan het partijbestuur. Dit is, op het congres na, in naam het belangrijkste orgaan van de partij, maar neemt zelden ingrijpende maatregelen. In de tijd dat de gewestelijk voorzitters nog een grote invloed hadden, was dat wel anders. Het congres van de sociaal-democraten zal zich op 16 en 17 januari buigen over de lijst.

Hierbij wordt echter een wel heel bijzondere procedure gebruikt. Ten eerste is er geen algemeen stemrecht. Lid zijn van de PvdA betekent niet dat men wat te zeggen heeft over de fractie in de Tweede Kamer. Afdelingsafgevaardigden, vaak sinds jaar en dag dezelfde figuren, krijgen voor elke vijftig leden een stem. Zij bepalen de loop van de PvdA-congres. Verder zijn wijzigingsvoorstellen slechts mogelijk door een hogere plaats voor iemand te bepleiten. Lukt dat, dan verandert de rangorde op de lijst.

Iemand die door Dunning en het partijbestuur een plaats in de hogere regionen van de conceptlijst is gegund, is dus zeker van haar of zijn toekomst als parlementariër. Slechts mensen die het moeten doen met een nog net verkiesbare plaats, dienen te vrezen voor acties op het congres.

Bij de procedures die de drie grootste partijen hanteren bij het benoemen van de toekomstige volksvertegenwoordigers, valt op hoe groot de invloed is van zogeheten selectiecommissies. Wijze mannen in de partij bepalen wie straks ons land gaan regeren.

Maar waardoor wordt hun keuze bepaald? Het is een publiek geheim dat fractievoorzitters een grote rol spelen bij het binnen boord houden van gewezen fractieleden. De Hoop Scheffer wist Hans Hillen, Jacob Reitsma en Gerrit de Jong van een ondergang bij het CDA te redden. PvdA'er Wallage deed hetzelfde voor mensen van zijn club.

Een dergelijke afhankelijkheid van partijbonzen uit zich na de verkiezingen in de fractiediscipline. Wil je langer dan één termijn op het Binnenhof volmaken, dan moet je het 'zonder last en ruggespraak' niet al te serieus nemen. De kritische geest die toch door de selectie weet te komen, zal bij verkiezingen de eerste zijn die ten prooi valt aan de ijzeren noodzaak tot vernieuwing.

Hoe komt het toch dat een dergelijk tekort aan democratie zo ongestoord kan voortbestaan? Wellicht is het een teken des tijds. In de roerige jaren zeventig waren partijen als de PvdA en het CDA massa-organisaties met een actieve achterban. De gewesten of kamerkringen brachten voorzitters voort die niet alleen continue op de hielen werden gezeten door hun lokale achterban, maar die ook de politieke lijn van de landelijke partij bepaalden. Van beide is anno 1998 geen sprake meer. Dat is deze partijen niet te verwijten.

De cultuur van de verzuiling, waarin 'de partij' centraal stond in het dagelijks leven van veel mensen, is gelukkig voorbij. Maar het gebrek aan inspiratie om het democratisch tekort met iets anders te vullen, is wel een groot manco van de huidige politiek.

Een manier om de leden weer invloed te geven, is een one man one vote systeem. Nu partijen niet langer een actieve organisatie kunnen handhaven waarbij afdelingsvergaderingen de landelijke lijn bepalen, is de tijd gekomen om de leden een rechtstreekse stem te geven. GroenLinks en D66 hanteren al een dergelijke procedure, en ook de PvdA kan op haar komend congres beslissen over het verlenen van stemrecht aan ál haar leden.

Maar niet alleen bij het vaststellen van de lijsten is algemeen stemrecht een vereiste voor een moderne partij. Verkiezingsprogramma's, coalitiebesprekingen en regeerakkoorden, maar ook het standpunt van de partij inzake hot issues als Schiphol en het sociaal minimum zijn de stem van de leden waard. Misschien dat het ambt van Tweede Kamerlid dan ook tot de mogelijkheid gaat behoren voor mensen die niet op de lijstjes staan van de partijbonzen. Dan gaat de wens van Aristoteles toch nog in vervulling.

Omar Ramadan is voorzitter van de Jonge Socialisten in de PvdA (JS)

Meer over