Kamer staat goeddeels buitenspel bij oproer tegen de almachtige Taalunie

Voorpaginastukken in vrijwel alle kranten, betrokken pleidooien van columnisten, dagenlange discussies op radio en tv: doorgaans is er minder nodig om de Tweede Kamer in vuur en vlam te zetten....

Waar blijft het spoeddebat met minister Van der Hoeven van Onderwijs, die duidelijk heeft laten weten dat zij geen zin heeft nog iets aan de nieuwe omstreden spellingregels te veranderen?

‘Tja, helaas’, zegt het LPF-Kamerlid Margot Kraneveldt. ‘Daarvoor is het nu te laat.’ Het parlement (zowel Tweede- als Eerste Kamer) blijkt allang te hebben ingestemd met de nieuwe spelling. Of preciezer: het parlement is er lang geleden mee akkoord gegaan dat over die hele spellingherziening in het parlement nooit meer gepraat hoeft te worden.

Kraneveldt probeerde het nog wel even, dinsdagmiddag, maar haar verzoek om Van der Hoeven enkele mondelinge vragen te stellen, werd afgewezen door Kamervoorzitter Weisglas. ‘Met als argument dat de Kamer niet over de spelling beslist’, aldus Kraneveldt. ‘De Nederlandse Taalunie is feitelijk almachtig.’

Die situatie bestaat sinds een kleine 25jaar. Tot die tijd waren de spellingregels vastgelegd in de spellingwet. In 1981 sloten Nederland en België het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie. Sindsdien bepaalt die Unie de spelling van de Nederlandse taal. Internationale verdragen staan boven nationale regelgeving en daarom kan een besluit van de Unie niet door de Nederlandse overheid worden genegeerd.

‘Elk besluit van de Unie gaat gelden na plaatsing ervan in de Staatscourant’, schreef Van der Hoeven eerder dit jaar nog aan de Tweede Kamer. Over de spelling van hun eigen beroep (Tweede-Kamerlid verliest straks het verbindingsstreepje) hebben de Tweede-Kamerleden zelf dus weinig te vertellen.

Weinig, want het parlement staat niet helemaal buitenspel. In de Taalunie praat een interparlementaire commissie mee over het beleid: 22volksvertegenwoordigers uit Nederland en België buigen zich drie keer per jaar in een openbare vergadering over de voorstellen van de taaldeskundigen van de Unie.

‘Die debatten zijn volledig openbaar’, zegt een van hen, het Tweede-Kamerlid Theo Brinkel (CDA). ‘Daarom vind ik dat het verzet van de media te laat komt. Ze hadden de lobby de afgelopen jaren moeten inzetten, toen de beslissingen werden genomen.’

Een ander lid, PvdA’er Joanneke Kruijsen, vraagt zich af of dat zin had gehad. ‘Het probleem is dat wij binnen de Unie over die spelling niet veel hebben in te brengen. Wij gaan vooral over randzaken.’

‘Maar het probleem staat nu op de agenda. Volgende maand praten we in de Unie over de vraag hoe we de parlementen meer inspraak kunnen geven.’

Meer over