Kamer houdt bewindslieden aardig bezig

Een woordenfabriek is de Tweede Kamer...

Aan de lopende band staan de honderdvijftig parlementari nijver hun goede voornemens, verwijten en beloften in te pakken om ze op te sturen naar alle windstreken. Het duale stelsel in gemeenten, de onafhankelijkheid van Taiwan, het puntenrijbewijs. Over alles hebben de geachte afgevaardigden een mening en die wordt in ellenlange zittingen geventileerd. De eerste parlementaridie zich aan zijn spreektijd houdt, moet nog geboren worden. Maar dat is nu eenmaal de tol van de democratie. Alhoewel niet weinig Kamerleden de indruk wekken het middel belangrijker te vinden dan het doel.

Ministers en staatssecretarissen wachten zich er wel voor in het openbaar een dergelijke beschuldiging te uiten. Wie aan de rechten van het parlement komt, krijgt de wind van voren. Hilbrand Nawijn, fameus LPF-minister, heeft nog de striemen op zijn rug van toen hij het parlement 'een ritueel' noemde. De Tweede Kamer behoort immers de regering te controleren en het kabinet moet zijn agenda ondergeschikt maken aan die van het parlement. Maar het is deze dagen niet moeilijk om achter de hand geslaakte verzuchtingen van bewindslieden als Piet Hein Donner en Ben Bot op te vangen.

Niemand hoeft medelijden te hebben met Nederlandse bewindslieden. Maar een beetje compassie lijkt soms op zijn plaats. Zo moest minister Bot woensdag, een doorsneedagje, drie vergaderingen met Kamercommissies houden. Hij zat meer dan zeven uur te luisteren naar verhandelingen over de toestand in Afrika, de mensenrechten en de godsdienstvrijheid in de wereld.

Dat is zijn werk. Maar de man wordt tevens geacht Nederland in het buitenland te vertegenwoordigen en bijvoorbeeld een zeer belangrijk en

snel dichterbij komend voorzitterschap van de Europese Unie voor te bereiden met gesprekken in oude en nieuwe lidstaten, vijfentwintig in getal. Onlangs was hij naar Washington afgereisd voor een gesprek op het Witte Huis en het Congres. Al na een paar uur moest hij terug om in de Eerste Kamer een onderdeel van zijn beleid toe te lichten. Deze week klonk uit zijn mond:

'Ik ben zo dol op een 32-urige werkweek, dat ik er het liefst twee van heb.'

De veelgeplaagde Donner zou er wel drie aankunnen. Hij heeft bijna de hele afgelopen week in de Tweede Kamer doorgebracht om daar verantwoording af te leggen over veronderstelde tekortkomingen in zijn beleid. En zo gaat het eigenlijk al sinds zijn aantreden twee jaar geleden. De minister heeft nu eenmaal een portefeuille waarin alles bijeenkomt wat Nederland bezighoudt. Donderdag, tijdens het grote debat over 'Nederland fraudeland' zei hij: 'Ik ben vrijwel elke dag in uw huis om te spreken over een of ander aspect van fraude.' En de rest. In een ander debat met de Kamer, een dag eerder, beweerde hij nog manhaftig dat dit kabinet in de verhouding met de ambtenaren het primaat van de politiek weer in ere herstelt. Maar een week als deze doet vermoeden dat daar geen sprake van kan zijn. Hij heeft nauwelijks tijd om op zijn eigen departement de lijnen uit te zetten. De Kamer controleert sommige bewindslieden zo intensief, dat zij amper aan besturen toekomen.

Meer over