Kamer faalt bij kabinetsformatie

De formateurs zouden een loopje met de democratie nemen en het staatshoofd zou ze tot orde moeten roepen. Volgens Erik Jurgens laat het staatsrecht dat niet toe, maar hij ziet de gekozen formateur wel als oplossing....

'INFORMATEURS nemen een loopje met democratie' stond boven een bijdrage van H.G. Warmelink (Forum, 2 juli). In die bijdrage bepleit de auteur dat ons staatshoofd de informateurs tot de orde roept vanwege de buitensporige detailzucht van de lopende kabinetsinformatie. Zij heeft immers aan die informateurs begin mei, na de Kamerverkiezingen, de opdracht verstrekt om de mogelijkheid te onderzoeken van een kabinet van PvdA, VVD en D66.

Dit oordeel lijkt mij niet billijk en bovendien staatsrechtelijk onjuist. De opdracht tot informatie heeft het staatshoofd verstrekt op aanbeveling van een meerderheid van de politieke groeperingen in de Tweede Kamer. De informateurs zijn al bijna twee maanden in gesprek met de fractievoorzitters (Bolkestein) en waarnemend fractievoorzitters (Wallage en De Graaf). De volle verantwoordelijkheid voor het verloop van deze gesprekken ligt bij die fractievoorzitters, en niet bij het staatshoofd.

Ik heb grote moeite om aan kiezers uit te leggen waarom het allemaal zo lang moet duren, en waarom in zulke details moet worden getreden. En waarom over die gesprekken tussen informateurs en fracties aan de pers dagelijks enige, maar aan de Kamers geen verantwoording wordt afgelegd.

De poging van de oppositie (GroenLinks, CDA) om die verantwoording alsnog af te dwingen mislukte. Dat lag niet zozeer aan de informateurs als wel aan de fracties van PvdA, VVD en D66 die weigerden aan hun collega's openbaar verantwoording af te leggen over hetgeen hun fractievoorzitters hadden uitgespookt.

Het is dus een meerderheid van de Tweede Kamer die het werk van de informateurs frustreert. Daar kan het staatshoofd niets aan veranderen, omdat zij van diezelfde meerderheid afhankelijk is. Volgens ons staatsrecht heeft niet de regering, noch het staatshoofd, maar alleen de meerderheid van de Tweede Kamer terzake de beslissende stem.

Hieruit blijkt de zwakheid van de positie van (in)formateurs bij de vorming van een kabinet. Hun gezag ontlenen zij aan een opdracht die nou net afkomstig is van degenen met wie zij nu dagelijks overleggen: de fractievoorzitters van een Kamermeerderheid. Hoe kunnen zij die fracties dan in de houding zetten (wat zij eigenlijk zouden moeten doen)?

Bij de pogingen tot staatkundige vernieuwing is de laatste dertig jaar meermalen gepoogd aan (in)formateurs een eigen, zelfstandige, democratische legitimatie te verschaffen tegenover de onderling verdeelde fracties van een potentiële meerderheid.

Voorstellen om de minister-president te kiezen (D66: 1968), dan wel om de kabinetsformateur te kiezen (PvdA, D66, PPR: 1971) leden schipbreuk. Ook een minder vergaand voorstel, om bij de wet vast te leggen dat de kabinetsformateur wordt benoemd door de Tweede Kamer (Staatscommissie Biesheuvel: 1984), haalden het niet. Enig eigen formeel gezag bezitten (in)formateurs staatsrechtelijk niet.

Zij zouden dit kunnen oplossen door te insisteren dat een regeerakkoord alleen op een klein aantal hoofdpunten wordt gesloten. En om, op straffe van aftreden, de fracties te dwingen de rest over te laten aan het te vormen kabinet dat in zijn regeringsverklaring zijn program uiteen kan zetten. Maar hoe kunnen die informateurs tegen zichzelf zeggen dat zij eigenlijk anders moeten handelen?

De formatie is kortom een onontwarbaar kluwen omdat de verantwoordelijkheden, en de legitimatie, niet worden gescheiden. Ingrijpen van een erfelijk staatshoofd is in democratische zin geen oplossing. Alleen de Tweede Kamer kan dat door de fractievoorzitters opdracht te geven om op te houden met die charade. Maar de Tweede Kamer doet niets, omdat de meerderheid in die kluwen is verwikkeld. . .

Die gekozen kabinetsformateur was zo'n gek idee nog niet.

Erik Jurgens is hoogleraar staatsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Universiteit Maastricht, en PvdA-lid van de Eerste Kamer.

Meer over