Analyse

Kameleon Rutte wist zich al vaker aan te passen aan nieuwe tijden

Premier Mark Rutte poogde maandagavond in Nieuwsuur zich te presenteren als een leider die voortaan pal staat voor transparantie en dualisme. Tegenstanders blijven sceptisch, maar de VVD-leider wist zich al vaker te transformeren.

Premier Rutte tijdens een schorsing van het debat over het onvolledig informeren van de Tweede Kamer in de toeslagenaffaire.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Premier Rutte tijdens een schorsing van het debat over het onvolledig informeren van de Tweede Kamer in de toeslagenaffaire.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Mark Rutte heeft het eerder gedaan: een interview aangrijpen om zichzelf opnieuw uit te vinden. In 2016 moest hij zich een halfjaar voor de verkiezingen ontdoen van zijn erfenis van gebroken beloftes. Als podium diende destijds de Telegraaf. Kop op de voorpagina: ‘Rutte zegt sorry.’

Ook toen doorliep Rutte nauwgezet de drie stadia van crisiscommunicatie: fouten erkennen, excuses aanbieden, handelen. Geen euro meer naar de Grieken, geen gerommel aan de hypotheekrenteaftrek, duizend euro voor werkende Nederlanders; hij had het allemaal niet zo stellig moeten zeggen, erkende Rutte berouwvol. ‘Ik baal ervan.’

En ja, hij zou het voortaan allemaal heel anders gaan doen, verzekerde de premier. De nieuwe, tot inkeer gekomen Rutte ging geen harde beloftes meer doen. ‘Ik heb geleerd dat nooit meer te doen’, zegt hij nog steeds in interviews als hem wordt gevraagd of iets een belofte is.

Rutte staat nu voor een meer ingrijpende transformatie. Om de vastgelopen formatie vlot te trekken, moet hij afstand doen van zijn leiderschapsstijl. De voorliefde om voor elk Kamerdebat alles in vertrouwelijk overleg af te stemmen, de terughoudendheid om informatie te delen, de controledrift: dat moet allemaal verleden tijd zijn. De nieuwe Rutte vindt het tijd voor transparantie en dualisme. Minder afspraken, meer vrijheid voor individuele Kamerleden.

Bij zijn rivalen overheerst de scepsis, maar in de VVD hebben ze al eerder gezien dat de demissionair premier in staat is een nieuw imago vol overgave te omarmen. Als de omstandigheden daar om vragen, kan hij met zijn eigen verleden breken.

VVD opschudden

Zo begon Rutte vijftien jaar geleden als een partijleider die de VVD flink ging opschudden. De liberalen moesten voortaan een baken worden voor bijstandsmoeders, de inhoudelijke koers ging richting ‘groen-rechts’ en de VVD diende een vrijplaats te zijn van debat en ideeën. Rutte presenteerde zich zelf als een denker geïnspireerd door filosofen als Friedrich von Hayek en Isaiah Berlin.

Het bleek niet aan te slaan. Toen in 2009 de Europese verkiezingen teleurstellend verliepen – mede door een omstreden voorstel van Rutte om de vrijheid van meningsuiting op te rekken – wankelde zijn positie. Rutte overleefde ternauwernood en keerde onder druk van de partij en kiezersonderzoeken terug naar geijkte thema’s: lagere belastingen, minder immigratie, meer veiligheid. Niemand was in de jaren daarna gedisciplineerder in het herhalen van de kernboodschap dan Rutte.

Ook als premier wist hij al daarna zijn bestuursstijl aan te passen aan de politieke krachtsverhoudingen. Net als veel VVD’ers had Rutte aanvankelijk weinig op met de stroperige polder van vakbonden en werkgevers; het primaat moest bij de politiek liggen. Dat veranderde radicaal onder het kabinet Rutte II. Coalitiepartner PvdA had toen een sociaal akkoord nodig als rugdekking voor het beleid. Zonder steun van de vakbonden dreigde een kabinetsval.

Rutte dompelde zich daarna helemaal onder in het polderoverleg en zette al zijn charmes in om FNV-voorman Ton Heerts binnenboord te houden. Dat de eigen VVD-fractie zich buitenspel gezet voelde en morde over alle concessies, was van ondergeschikt belang. De VVD-Kamerleden moesten tekenen bij het kruisje.

Klimaatakkoord

Bij het energie- en klimaatakkoord gebeurde iets vergelijkbaars. Het kabinet sloot onder leiding van Rutte deals met maatschappelijke organisaties en belanghebbenden. De coalitiepartijen in de Tweede Kamer konden slechts beperkt bijsturen. Rutte bewierookte ondertussen het ‘brede maatschappelijke draagvlak’ dat via de akkoorden was gevonden.

Nu klinkt de roep om een nieuwe bestuurscultuur met meer ruimte en macht voor de Tweede Kamer. Zelf lijkt Rutte ervan overtuigd dat hij leiding kan geven aan die omslag. Al voor de verkiezingen reageerde hij vrij laconiek op suggesties van D66-leider Sigrid Kaag en ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers om het allesoverheersende coalitieoverleg op maandag af te bouwen. ‘Als zij het anders willen, sta ik daar voor open', zei Rutte toen.

De flexibiliteit past bij het beeld dat vertrouwelingen al jaren van Rutte schetsen. De vraag zal na zijn interview bij Nieuwsuur vooral blijven of potentiële coalitiepartners even flexibel zijn en hem nog een keer het voordeel van de twijfel geven.

‘Het land moet bestuurd worden’, blijft het belangrijkste argument van Rutte. Onder zijn leiding, welteverstaan. Ex-VVD-minister Uri Rosenthal schreef eerder in zijn memoires dat de ogen van Rutte altijd al gericht waren op het Torentje. Dat lijkt vooralsnog niet veranderd.

Meer over