Kaliningrad herontdekt voorzichtig zijn verleden

Na de Tweede Wereldoorlog viel de Oost-Pruisische stad Königsberg toe aan de Sovjets. Die maakten korte metten met het Duitse karakter van de stad....

Van onze correspondente Corine de Vries

Veel Russen zijn nog altijd een beetje bevreesd voor de Pruisische geest die rondwaart door de Russische enclave Kaliningrad. Een geschiedschrijving over de kolonisering van het voormalige Königsberg en de deportatie van de volledige Duitse bevolking mocht pas deze zomer gepubliceerd worden. Terwijl het boek tien jaar geleden al persklaar was.

Tot halverwege de jaren tachtig begon de geschiedenis van Kaliningrad in 1946. 'Van Adam tot Potsdam gebeurde hier niets', zo grapten studenten onder elkaar, refererend aan de plaats waar de geallieerden in 1945 het voormalige Pruisische gebied aan de Sovjet-Unie toebedeelden. Zevenhonderd jaar Duitse geschiedenis ging in de ban. In 1946 vernoemde Stalin de stad Königsberg, geboorteplaats van de filosoof Immanuel Kant, naar de communistische leider Michael Kalinin die net was overleden en bovenaan de lijst van vernoemingen stond. Kaliningrad werd een gesloten militair gebied, thuishaven van de Baltische vloot.

Pas in 1986 werd het verbod op de vooroorlogse geschiedenis opgeheven. Historici doken vol ongeduld de stadsarchieven in, op zoek naar documenten die een licht konden werpen op een unieke historische gebeurtenis: de transformatie van Königsberg naar Kaliningrad. In twee jaar tijd, van 1946 tot 1948, had deze traditionele Oost-Pruisische regio een totaal nieuwe populatie gekregen. Dagelijks arriveerden treinladingen vol nieuwe Sovjet-burgers. Volgens de officiële cijfers werden 130 duizend Duitsers gedeporteerd, maar uit recenter ontdekte gegevens blijkt dat 28 duizend van hen al voor de deportatie waren overleden aan honger, koude en ziektes.

'We vonden vrijwel geen documenten over die allereerste jaren na de oorlog', vertelt historicus Joeri Kostsjasjov in zijn werkkamer op de universiteit van Kaliningrad. De Sovjet-autoriteiten bleken geen aantekeningen te hebben bewaard over hoe de kolonialisering en deportatie zich voltrokken hadden. De Oost-Pruisische erfenis werd niet als waardevol gezien en vaak doelbewust vernietigd.

In 1988 ontstond op de historische faculteit van Kaliningrad het idee om een database van persoonlijke herinneringen op te zetten, een mondelinge geschiedschrijving. 'De enige mogelijkheid om nog een beeld van die tijd te krijgen was om met overlevenden te spreken', zegt Kostsjasjov.

Een groep van elf jonge docenten en promovendi onder leiding van Kostsjasjov interviewde in 51 dorpen en steden meer dan driehonderd mensen die in de eerste drie jaar na de oorlog in Kaliningrad waren komen wonen. Kostsjasjov vertelt wat hem van de interviews het meest is bijgebleven. 'Wat mij vooral schokte, is hoeveel de Russen geleden hebben. De meeste kolonisten kwamen hier na een eindeloze lijdensweg. Het waren slachtoffers van de collectivisering, de burgeroorlog, de hongersnoden en de Tweede Wereldoorlog. Onder hen veel moeders en kinderen die hun vaders, zonen en echtgenoten hadden verloren. Het kleine geldbedrag dat ze als kolonist kregen en de beloofde woonruimte waren voor hen een laatste strohalm.'

In 1992 was de database klaar. De historici besloten ook een boek te schrijven: Oost-Pruisen door de ogen van de Sovjet-kolonisten. De toenmalige vice-gouverneur verbood de publicatie. Het boek was antipattriotistisch en bezoedelde de geschiedenis, zo schreef de lokale pers.

Kostsjasjov vindt achteraf die reacties wel voorstelbaar, omdat de conclusies van het boek pijnlijk zijn. 'De eerste Russen die zich hier vestigden, hebben veel vergissingen begaan. Ze wisten totaal niet wat ze aan moesten met de Duitse geschiedenis en monumenten. De traditionele economie hebben ze volledig vernietigd. De Russen hebben jarenlang ontkend dat de Duitsers hier veel goede dingen bereikt hebben.'

Terwijl in Rusland de strijd om de publicatie voortduurde, werd het boek in 1997 in Duitsland gepubliceerd. (Russe in Ostpreussen, redactie: Eckhard Matthes, uitgeverij Edition tertium). De eerste oplage van tweeduizend exemplaren was onmiddellijk uitverkocht, een tweede oplage eveneens. De reactie van Duitsers die de deportatie hadden meegemaakt, was gemengd, zegt Kostsjasjov. 'Ze herkenden veel in het boek, maar vonden dat we de relatie tussen de Duitsers en de Sovjets idealiseerden. En ze verweten ons dat er niks in staat over hoe zwaar de oorlog voor de Duitse inwoners van Königsberg was.'

Pas afgelopen zomer werd het boek voor het eerst in Rusland uitgebracht. De voorzichtige eerste oplage van duizend exemplaren was onmiddellijk uitverkocht. De huidige gouverneur van Kaliningrad, Vladimir Jegorov, voormalig admiraal van de Baltische vloot, was een van de eersten die het boek lazen. Tot veler verbazing verklaarde hij dat het verplichte kost zou moeten zijn voor iedere inwoner van Kaliningrad.

De eerste kolonisten hadden geluk, zo blijkt uit de verhalen in het boek. Die konden zich vestigen in de goed onderhouden en gemeubileerde woningen. In januari 1944 waren tijdens een massale aanval van het Sovjet-leger vele Duitsers in paniek de stad ontvlucht. Ze werden over zee geëvacueerd en gingen ervan uit dat ze weer zouden terugkeren. De latere kolonisten konden nog slechts kiezen uit halfverwoeste huizen.

Sommige Russen lieten hun oog vallen op een woning waar nog Duitsers in woonden. Lerares Manefa Sjevtsenko woonde aanvankelijk ver van de school waar ze in 1947 les ging geven. Ze kreeg toestemming om een woning in de buurt uit te zoeken. 'Mijn man en ik hebben lang geaarzeld, maar uiteindelijk vonden we een kleine woning die ons beviel. Daar woonden nog vier Duitsers. Afgevaardigden van de Wooncommissie gaven hen 24 uur de tijd om de woning te verlaten.'

'Het nieuwe land beangstigde en trok aan', zegt Kostsjasjov. 'Kaliningrad was het buitenland. De Russen waren bang voor de ontmoeting met de Duitsers, die ze als vijanden zagen. Maar tegelijkertijd waren ze opgewonden dat ze een kijkje konden nemen in een andere wereld. Het was een botsing van culturen. De Russen waren onder de indruk van de gothische gebouwen, de rode bakstenen en de prachtige bruggen.'

Maar in het algemeen viel de werkelijkheid tegen. Königsberg was een dode stad. Het centrum was volledig verwoest door Britse en Amerikaanse bombardementen. Er was een groot tekort aan voedsel, medicijnen en voorzieningen. Straten waren donker en gevaarlijk vanwege de plunderaars.

De eerste kolonisten koesterden een hardgrondige haat tegen de Duitsers. Kostsjasjov: 'Iedereen die de Duitsers ontmoette, met hen ging samenleven en werken, voelde de haatgevoelens verdwijnen. Soms zelfs al in een paar minuten na aankomst.' Sergej Danijel-Bek vertelt hoe hij in de trein vlak voor aankomst zich nog realiseerde hoezeer hij er tegen opzag om Duitsers tegen te komen. 'Toen onze trein stopte, verdrong een hele groep Duitse kinderen zich rond onze wagon. Keurig gekleed, maar zo mager en bleek. Ze bedelden om brood. In de trein sprak iemand Duits, en we raakten in gesprek. Wat moet je dan nog met je haat?'

Een van de oorzaken van de hongersnood in de eerste winters na de oorlog was de onbekendheid met de Pruisische methoden van landbewerking. Agnija Boessel herinnert zich: 'De Duitsers hadden een dikke laag bemeste, vruchtbare aarde op de landbouwgronden liggen. Wij ploegden die laag diep om, zoals we gewend waren. Daarmee hebben we het land verpest. Op sommige plekken wilde zelfs geen gras meer wilde groeien. Bovendien hebben we het irrigatiesysteem vernietigd.'

De eerste twee jaar werden de Duitsers nog ingezet om de straten op te ruimen en de infrastructuur enigszins draaiende te houden. Maar nadat de Sovjet-burgers massaal waren aangevoerd, begonnen de voorbereidingen om de Duitsers te deporteren. Die voltrok zich in drie fasen. De wezen, invaliden en werklozen als eersten. Specialisten en Duitse echtgenoten van Russen met hun kinderen als laatsten, in de herfst van 1948. Alleen enkele communisten en wetenschappers mochten blijven.

De Duitsers mochten officieel 300 kilo per familie meenemen. Maar in de praktijk was het meestal niet meer dan twee kilo per persoon. Waardevolle spullen en meubels verkochten ze voor suiker en brood. Sommige Duitsers staken hun bezittingen in brand, anderen begroeven spullen in de tuin, in de hoop ooit nog eens terug te keren. 'Ze deden hun uiterste best om te mogen blijven', zegt Jaroslav. 'Ze boden aan om het onaantrekkelijkste werk te doen. Een Duitse kennis van mij huilde toen hij de oproep tot deportatie kreeg. Maar aan een bevel uit Moskou kon niemand zich onttrekken.' Niet alleen de Duitse bewoners moesten weg, ook veel Duitse cultuurmonumenten sneuvelden. Begraafplaatsen, standbeelden en bibliotheken werden die eerste jaren vernietigd. Kerken veranderden in fabrieken en opslagruimten. De ruïne van het dertiende-eeuwse kasteel werd steen voor steen afgebroken.

Maar het is volgens Kostsjasjov een hardnekkig misverstand dat de Sovjet-autoriteiten moedwillig Duitse gebouwen vernietigden. 'Geen enkele regio in de voormalige Sovjet-Unie was zo zwaar gebombardeerd als Kaliningrad. Ieder gebouw dat in goede staat verkeerde, werd als woonruimte gebruikt. Alleen als een huis half vernietigd was, werd het afgebroken. Dat was efficiënter. Waren het Russische monumenten geweest, zoals in Sint Petersburg, dan had men ze wel gerestaureerd. Maar de autoriteiten wilden de Pruisische geest verdrijven, de geschiedenis uitwissen.'

De volgende veertig jaar was de regio als militair gebied totaal geïsoleerd, gesloten voor buitenlanders en ook voor de meeste Russen. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie stroomden de Duitse nostalgie-toeristen toe, op zoek naar de wortels van hun voorvaderen. Velen van hen concludeerden dat Kaliningrad hun stad niet meer was, het was een echte Sovjet-stad geworden.

Sinds eind jaren tachtig wordt op scholen en universiteiten in Kaliningrad ook de geschiedenis van Oost-Pruisen behandeld. 'Een belangrijk vak, zeker nu', zegt Kostsjasjov. De enclave Kaliningrad met zijn miljoen inwoners ligt ingeklemd tussen Polen en Litouwen. Na de EU-uitbreiding in 2004 zal het een geïsoleerd snippertje Rusland zijn dat over land slechts met een EU-transitvisum te bereiken is.

Wat het effect daarvan zal zijn op de toch al arme regio - geteisterd door werkloosheid, misdaad, smokkel en aids - is nog onduidelijk. De autoriteiten in Kaliningrad en Moskou hopen dat de enclave een brugfunctie kan vervullen tussen Rusland en de Europese Unie. Volgens Kostsjasjov moeten de bewoners van Kaliningrad zich allereerst verdiepen in het verleden.

'De eerste bewoners hebben bizar weinig opgestoken van de tradities van dit land. Die bestonden al eeuwen voordat wij hier kwamen en verdienen respect. Maar de tweede en derde generaties zijn al anders. Die zijn gewend aan de nabijheid van Europa, en hebben vaak meer contact met Polen, Balten en Duitsers dan met Russen van het vasteland. Oost-Pruisen floreerde vooral in tijden dat het samenwerkte met de omringende landen. Daar kunnen wij van leren.'

Meer over