Kaddu Wasswa's wondere leven gezien door drie paar ogen

Andrea Stultiens

Merel Bem

Rotterdam Kaddu Wasswa John zou een prachtige romanfiguur zijn. De in 1933 in Oeganda geboren man vervulde een ongelooflijke hoeveelheid uiteenlopende functies: boekverkoper, bankbeambte, uitvinder van een 'revolutionair' currypoeder - om er een paar te noemen. Hij kan vertellen over de tijd dat zijn land nog een Brits protectoraat was, en over de Afrikaanse leiders die daarna kwamen, Milton Obote, Idi Amin. Niet minder dan achttien kinderen kreeg hij. Tien van hen stierven aan aids.


Al die jaren bouwde hij aan een autobiografisch archief. Hij bewaarde al zijn brieven, de talloze zwart-wit foto's die hij maakte, krantenknipsels, en hij schreef een boek over zijn leven. 'Normaal gesproken schrijven mensen hun eigen geschiedenis niet', zegt hij. 'Sommigen krijgen een verleden toebedeeld dat niet echt van hen is. Maar wie kan daar tegenin gaan en het tegendeel bewijzen?'


In zijn drang de waarheid over zijn leven over het voetlicht te brengen, kreeg hij onverwacht hulp uit Nederland. Fotograaf Andrea Stultiens (1974), die al eerder in Oeganda had gewerkt, kwam in contact met zijn kleinzoon, de fotograaf Arthur C. Kisitu. Hij vertelde haar over het wonderbaarlijke archief van zijn grootvader.


Stultiens was meteen verkocht en besteedde de afgelopen jaren aan het visualiseren van Kaddu Wasswa's biografie. Dat resulteerde in een tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en in een dik boek: Het Kaddu Wasswa Archief.


In een interview op de museumwebsite zegt Stultiens dat zij zichzelf, in dit project althans, niet langer beschouwt als fotograaf of kunstenaar. Dat snap je. Het project is het tonen van een gedeelde ervaring. In de tentoonstelling zijn wel foto's van haar hand te zien, maar ook foto's die Arthur C. Kisitu en Kaddu Wasswa maakten, gecombineerd met foto's uit Kaddu's vergeelde archief. Op die laatste afbeeldingen staan ook de handen van Stultiens, bladerend en onderzoekend, een manier om aan te geven dat ook haar interpretatie van het archief in het project is verwerkt.


Eigenlijk zou het Nederlands Fotomuseum het publiek een overnachting moeten aanbieden, zodat het zich kan ingraven in Het Kaddu Wasswa Archief. De kijker krijgt namelijk nogal wat voor zijn kiezen, zowel in beeld als in tekst.


Daarbij komt dat deze manier van presenteren een nieuw soort fototentoonstelling oplevert, waar iedereen, inclusief Andrea Stultiens zelf, aan moet wennen. Als kijker zie je haar worsteling terug in de vertaling van al dat materiaal naar een tentoonstelling die zowel visueel aantrekkelijk moet zijn als recht wil doen aan het leven van een Oegandese man, en dat alles door drie paar ogen bekeken. Dat is niet mals, en het staat een vloeiend kijken enigszins in de weg.


Dat Stultiens door Kaddu Wasswa's verhaal werd gegrepen is begrijpelijk. Toch had de presentatie er baat bij gehad als Stultiens haar onderwerp meer als een romanfiguur had benaderd. Als ze wat meer afstand had genomen van zijn eigen interpretatie en van die van zijn kleinzoon, en iets meer van zichzelf (en haar eigen prachtige foto's) had laten zien.


In het bijbehorende boek werkt Stultiens' aanpak wonderlijk goed. Voor een boek neem je de tijd, het leest makkelijker, je bladert sneller even terug. In de publicatie (met adembenemend mooie omslag) komt Kaddu Wasswa John echt tot leven, zonder dat zijn eigen geschiedenis hem wordt ontnomen. Knap.


Merel Bem


Meer over