Nieuws

Kabinet tast nog in het duister over te evacueren Afghaans personeel

Het kabinet weet anderhalve week na de dramatische stop van de evacuatie, waarbij veel mensen achterbleven in Kabul, zelfs bij benadering niet hoeveel Afghanen nog in aanmerking komen voor evacuatie. Dat blijkt uit een feitenrelaas over Afghanistan dat het kabinet dinsdag naar de Kamer stuurde.

Talibanstrijders bij een vernielde CIA-basis ten noordoosten van Kabul. Beeld AFP
Talibanstrijders bij een vernielde CIA-basis ten noordoosten van Kabul.Beeld AFP

Enkele dagen na de val van Kabul nam de Kamer de motie-Belhaj c.s. aan. Die bepaalt dat al het Afghaans personeel van Nederlandse organisaties (maar ook bijvoorbeeld fixers van journalisten) in aanmerking komt voor evacuatie en ontslaat hen van de in asielprocedures gebruikelijk plicht aan te tonen dat ze vervolgd worden.

In het feitenrelaas wekt het kabinet de suggestie dat het weleens zou kunnen gaan om enorme aantallen. Zo zijn tot zondag 40.957 mails binnengekomen, waarvan ‘bij een eerste inventarisatie’ 21.512 betrekking ‘lijken te hebben’ op de motie-Belhaj. ‘Deze mails kunnen elk betrekking hebben op een of meerdere personen. In sommige gevallen wordt met een mail de situatie van een grote groep mensen onder de aandacht gebracht. Het aantal mensen waarop deze mails betrekking heeft, is dus aanzienlijk groter dan het aantal mails zelf.’

Sara de Jong, onderzoeker aan de Universiteit van York, noemt deze aannames ‘wetenschappelijk niet gestaafd’. Ze mist ‘elke vorm van zelfreflectie’ in het document, dat voor een feitenrelaas ‘opvallend selectief omgaat met de feiten’. Ook de afwachtende houding verbaast haar. ‘Het kabinet heeft niet (zoals tijdens de evacuatie, red.) de betrokken organisaties benaderd en gevraagd: welke mensen vallen volgens jullie onder de motie-Belhaj. Maar ze sturen wel vage cijfers de wereld in die schrik aanjagen. Als het een bachelorscriptie was, zou ik er een rode streep onder zetten.’

Proces ontspoord

Ook ontwikkelings- en andere organisaties met mensen in Afghanistan vrezen een doelbewuste poging om het maatschappelijk draagvlak onder de motie-Belhaj weg te slaan. Zeker nu op de ministeries valt te beluisteren dat ‘een politiek besluit’ nodig is – terwijl het kabinet direct na de motie-Belhaj nog besloot deze ‘naar letter en geest’ uit te voeren.

De betrokken organisaties, die vanwege ‘hun’ mensen in het veld anoniem willen blijven, zien dat sinds het stoppen van de evacuatie diplomaten en militairen uitgebreid hun ervaringen delen, tot aan de talkshow Op1 aan toe, maar dat de departementen blijkbaar nog niet serieus zijn begonnen met het opstellen van een evacuatielijst voor de mensen die zijn achtergebleven. ‘De echte vraag – hoe deze mensen in nood te helpen – sneeuwt onder’, zegt een betrokkene. ‘Het proces is ontspoord.’

Overigens schatten veel vrijwilligers en organisaties die mensen hebben aangemeld het aantal aanmelders veel lager in dan het kabinet. Ze weten dat – mede vanwege het uitblijven van een antwoord – veel mensen (vanwege de noodsituatie waarin ze zitten) herhaaldelijk een mail hebben gestuurd.

Een ander opmerkelijk punt in het feitenrelaas is dat de Militaire inlichtingendienst (MIVD) acht maanden voor de val van Kabul al heeft gewaarschuwd dat het ‘onvermijdelijk’ was dat de Taliban zouden overgaan tot het ‘overnemen van het landsbestuur’. In december vorig jaar luidde de MIVD-inschatting dat de Afghaanse republiek zich zou handhaven ‘onwaarschijnlijk’. Op 10 augustus daarentegen achtte de MIVD het dat de Taliban binnen drie tot zes maanden met geweld de hoofdstad zou proberen in te nemen.

Schouderklopjes

Het kabinet geeft zichzelf in het feitenrelaas herhaaldelijk schouderklopjes over de evacuatieplannen voor tolken en medewerkers van de ambassade. Veel andere landen deden het slechter, is de boodschap. Op 9 juli besloot de ministerraad dat de lokale staf van de ambassade met gezinnen geëvacueerd wordt ‘indien de veiligheidssituatie ernstig verslechtert’. Toen Frankrijk de bondgenoten de volgende dag inlichtte dat het een groot deel van het ambassadepersoneel zou evacueren, leidde dat voor Nederland ‘niet tot andere inzichten over de veiligheidssituatie.’ Dat Le Monde op 14 mei al melding maakte van het voornemen op grote schaal Afghaans personeel te evacueren, gebaseerd op een ‘heel pessimistische analyse’, blijft onvermeld.

Het feitenrelaas bevestigt de perceptiekloof tussen de betrokken ministeries en de buitenwereld over de mate van urgentie waarmee de evacuatie van tolken ter hand is genomen. Kati Piri (PvdA) geeft er op Twitter een paar voorbeelden van: pas op 30 juli het eerste hoogambtelijke overleg over de uitvoering van de motie van 3 juni en de ‘urgentie van het zo snel mogelijk evacueren van de tolken’. Vier dagen voor de val van Kabul het eerste ingelaste crisisoverleg tussen de betrokken ministers – en diezelfde dag ‘groen licht’ van de IND voor versnelde visa voor tolken. Piri: ‘Het kabinet zal snel tekst en uitleg moeten geven’.

Kabinet houdt strikt vast aan ‘kerngezin’, ook bij mishandeling

Wahid, die als tolk werkte voor de Nederlandse mariniers, is een van de zeer weinige mensen die een antwoord heeft gekregen op zijn mail aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij is in juni met vrouw en kinderen aangekomen in Nederland, zes maanden nadat hij zich meldde bij de Nederlandse ambassade in Kabul. Hij had over die mogelijkheid gehoord via andere tolken. Een andere weg was er niet want, in tegenstelling tot andere landen en de wens van de Kamer, publiceerde Nederland de ‘tolkenregeling’ pas op 26 juli op de website van de ambassade.

Wahids aanvraag ging over zijn ouders. Of die ook mochten komen. ‘Mijn ouders zijn in gevaar’, licht hij toe. ‘De Taliban hebben lijsten met mensen die voor de coalitietroepen hebben gewerkt. Zij zullen ons nooit vergeven. Op dit moment zijn er elke nacht huiszoekingen, er worden mensen vermoord. Mijn ouders hadden al dreigbrieven ontvangen. Medio augustus vielen ze met geweld binnen. Ze sloegen de boel kort en klein en hebben mijn fragiele vader, die ver in de tachtig is, mishandeld. Daarna kon hij niet lopen en had een bloedend been. Ze wilden weten waar ik was. ‘Waar is die hond?’’

Het antwoord van Buitenlandse Zaken kwam begin deze week: afgewezen voor registratie. Reden: ‘Momenteel registeren we enkel verzoeken van personen die onder contract hebben gestaan van de Nederlandse autoriteiten en hun vrouw en afhankelijke kinderen.’

Wahid is dankbaar in Nederland te zijn, maar begrijpt de reactie niet. ‘Het ging altijd over mensenrechten. Nu zeg ik ze: mensen dreigen te worden vermoord, omwille van mijn werk voor jullie, en dan zeggen ze: ‘het stond niet in het contract’. Dat is toch niet logisch?’

* De echte naam van Wahid is bekend bij de redactie.

Meer over