nieuws

Kabinet strooit met miljarden, maar de staatsschuld blijft extreem laag – hoe kan dat?

Maar liefst 66 miljard euro heeft het kabinet al uitgetrokken om de coronacrisis te bestrijden. Toch valt de staatsschuld verrassend laag uit, blijkt uit de nieuwste ramingen van De Nederlandsche Bank. Hoe is dat mogelijk?

Bezoekers van een terras in de Utrechtse binnenstad. Horeca kregen tijdens de pandemie loonsteun van het kabinet.  Beeld ANP
Bezoekers van een terras in de Utrechtse binnenstad. Horeca kregen tijdens de pandemie loonsteun van het kabinet.Beeld ANP

Kent u die grap over de staatsschuldencrisis? Inderdaad, die kwam niet. Aan het begin van de coronacrisis hield het kabinet rekening met het grootste begrotingstekort sinds 1918. De Nederlandse staatsschuld zou in één klap de lucht in schieten, van ruim 48 naar dik 65 procent van het bbp. En dat was pas het begin. De vraag drong zich op hoe die financiële ramp betaald moest worden. Nieuwe bezuinigingen? Of de rekening doorschuiven naar volgende generaties?

Een jaar later is het antwoord bekend: geen van beide. Volgens de nieuwste ramingen die De Nederlandsche Bank (DNB) maandagochtend heeft gepubliceerd ‘piekt’ de staatsschuld dit jaar op 56,4 procent. Om vervolgens alweer af te nemen tot 54 procent in 2022 en 52,2 procent een jaar later. Daarmee blijft Nederland zelfs binnen de Europese schuldennorm van 60 procent van het bbp, een plafond dat volgens de meeste economen te streng is. Ter vergelijking: de gemiddelde staatsschuld in de eurozone is gestegen tot boven de 100 procent.

Extra uitgaven

Aan de kabinetsuitgaven heeft het niet gelegen. Die zijn sinds de eerste coronagolf alleen maar verder opgelopen. Peperdure regelingen als de loonkostensubsidie (NOW) en Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) worden telkens verlengd. In totaal heeft de regering al 66 miljard euro uitgetrokken voor de bestrijding van de pandemie en haar economische gevolgen, blijkt uit cijfers van de Algemene Rekenkamer.

Hoe het mogelijk is dat de staatsschuld desondanks netjes binnen de perken blijft? Een boekhoudkundige truc? Dat niet. DNB geeft wel toe dat een deel van de jongste kabinetsuitgaven niet konden worden meegenomen in de ramingen. Dan gaat het bijvoorbeeld om het extra geld voor de jeugdzorg. Maar het effect op de staatsschuld hiervan is beperkt: grofweg 1 procent extra dit jaar. Het eindresultaat kan bovendien ook positiever uitvallen. Op dit moment worden de coronamaatregelen sneller teruggedraaid dan in het scenario waarmee DNB rekent.

Ook is er een tegenvaller denkbaar bij de garanties die de overheid heeft gegeven op kredieten van banken voor bedrijven. ‘Stel dat die leningen niet netjes afbetaald worden, dan kan dat leiden tot een stijging van de schuld’, zegt Olaf Sleijpen, directeur monetaire zaken bij DNB. Maar, voegt hij er onmiddellijk aan toe: ook dit effect is zeer gering. Relatief weinig ondernemers hebben hiervan gebruikgemaakt.

IJzersterke uitgangspositie

De verklaring voor de gunstige schuldcijfers lijkt vooral een overheerlijke cocktail van meevallers. Allereerst herstelt de Nederlandse economie sneller dan verwacht. ‘We hebben structureel de economische gevolgen van de pandemie overschat’, geeft DNB-directeur Sleijpen toe. ‘Het aanpassingsvermogen van het bedrijfsleven en de consumenten is groot gebleken.’ Ondanks de strenge lockdown begin dit jaar verwacht DNB een groei van 3 procent. Volgend jaar kan dat zelfs een plus van 3,7 procent worden. Hierdoor treedt het zogenoemde ‘noemereffect’ op. De staatsschuld wordt als percentage van de totale Nederlandse economie weergegeven. Groeit dat bbp, dan slinkt de schuldquote vanzelf.

‘De grootste meevaller is dat er zo snel werkzame vaccins zijn uitgevonden’, reageert Lex Hoogduin, hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij vindt het goed dat het kabinet aanvankelijk uitging van een somber scenario. ‘Je moet niet begroten op basis van optimisme. Als minister is dit makkelijker dan steeds weer nieuwe tegenvallers te moeten presenteren.’

Ook de lage rente helpt. Nederland krijgt nog altijd euro’s toe op de meeste leningen die het afsluit. Een stijgende staatsschuld kost de schatkist daardoor geen geld meer, zoals vroeger. Zij wordt zelfs een (bescheiden) cash cow. Het belangrijkste is volgens Sleijpen echter dat Nederland een buitengewoon gunstige uitgangspositie had. Voorafgaand aan de coronacrisis was de staatsschuld geslonken tot onder de 49 procent van het bbp. Met als resultaat dat Nederland zelfs een ‘forse’ stijging makkelijk kan hebben.

Sinterklaas

De zonnige voorspellingen kunnen grote gevolgen hebben voor het politieke debat. Lastige discussies over wie de coronarekening moet betalen lijken overbodig. Snijden in de begroting hoeft niet. In Den Haag denken de formerende partijen nu na over een ‘herstelplan’ om de economische groei verder aan te zwengelen. Daar ziet DNB, in navolging van het Centraal Planbureau, weinig in. Directeur Sleijpen: ‘We hoeven nu niet te bezuinigen, maar het is ook niet nodig om voor Sinterklaas of Kerstman te spelen.’

Lex Hoogduin, die niet bekend staat als een voorstander van hoge keynesiaanse begrotingstekorten, is het daarmee eens. ‘De staatsschuld stijgt met bijna 8 procentpunt’, zegt de hoogleraar. ‘Dat is geen geringe sprong. Maar zolang we nu maar weer overgaan op het oude, prudente begrotingsbeleid – dus geen heel nieuwe uitgaven – zijn extra bezuinigingen niet nodig om het tekort terug te dringen. Vergeleken met landen als Italië en Griekenland zit Nederland in een hele luxe en comfortabele positie. Met zulke economische groeicijfers gaat het vanzelf de goede kant op.’