Kabinet moet terugkomen van JSF-voorstel

Vier weken geleden besloot het kabinet tot deelname aan de ontwikkeling van de JSF, de waarschijnlijke opvolger van de F-16....

A.C.A. Dake

DE Tweede Kamer heeft over de opvolging van de F-16 zo'n vijfhonderd vragen aan de regering gesteld. Eigenlijk is er maar één: waarom moet Nederland ook weer zo nodig anno 2002 over die opvolging een besluit nemen? Het antwoord: er is géén militair-technische noodzaak voor zo'n besluit nu, integendeel.

De keus voor de Amerikaanse JSF wordt, bijna tegen beter weten in zou je langzamerhand zeggen, beredeneerd door te wijzen op de grote voordelen voor de Nederlandse industrie, met name de zogenaamde defensiecluster. Het rapport van het Centraal Plan Bureau van eind oktober 2001 heeft dat argument al onderuit gehaald. Na het faillissement van Fokker in 1995 is er geen sprake meer van een 'cluster', de spelers zijn afzonderlijke specialisten en deelname is vanuit welvaartsoptiek niet doelmatig, aldus het CPB.

Toch heeft dat vernietigende oordeel nog niet geleid tot het inzicht dat wij op de verkeerde weg zijn met een besluit om nu in 'de JSF-ontwikkeling te participeren' en dus - zegt ook de regering - over een jaar of vijf, zes min of meer gedwongen te zijn dan ook maar die nieuwe gevechtsvliegtuigen te bestellen. Tegen de lieve som van zes miljard euro of, inclusief operationele kosten over de levensduur van 30 jaar, dertien miljard euro.

Dat de luchtmacht vóór een dergelijk snel, te snel besluit is zal niemand verwonderen. Ook niet dat bepaalde ondernemingen - veel zijn het er niet - bij Nederlandse 'participatie in de JSF-ontwikkeling' gebaat zijn en daar sterk voor pleiten. Maar het is een publiek geheim dat eigenlijk voor de regering, , en met name voor premier Kok, de mening van FNV-voorzitter De Waal de doorslag heeft gegeven. Hij heeft werk, werk, werk geroepen en zo de laatste aarzelende ministers over de streep getrokken.

Wat is er echt aan de hand? Gaat het om hoogwaardige techniek? Leren wij veel van de Amerikanen? Zijn er misschien negatieve effecten? En wat levert het op aan werkgelegenheid?

Allereerst, wat en hoeveel innovatiefs zou het de Nederlandse defensie-industrie - vooral Philips en Stork - dan wel mogen leveren? De volgende producten worden daarbij genoemd:

Apparatuur voor training en simulatie: Fokker Space mocht dergelijke apparatuur niet voor het Amerikaanse anti-tankwapen Javelin bouwen. Deze regering koos liever voor de Israëlische Gill. Zouden de Amerikanen zich dat niet herinneren?

Infraroodsignalering zou een belangrijke bijdrage kunnen zijn. Maar zouden de VS zich op dit punt werkelijk aan een buitenlandse toeleverancier toevertrouwen? Het gaat immers om een zeer wezenlijk onderdeel voor onder andere robotvliegtuigen.

Luiken voor wapenberging zijn interessant, zeker bij grote aantallen JSF's voor het buitenland. Northrop Grumman levert ze immers voor de toestellen die door de VS zelf worden afgenomen. Maar niemand gelooft dat de voorspelde drieduizend JSF's buiten de VS inderdaad worden verkocht, hooguit de helft. En wat is er zo innovatief aan?

Verder gaat het om kunststof voor aandrijfassen en voor geraamteonderdelen, om motoronderdelen en om landingshaken voor op vliegkampschepen gestationeerde JSF's. Op zich mooie handel, maar vernieuwend?

Tenslotte extreem lage temperatuurkoelers, een product dat inderdaad voor de Amerikanen een bijzondere Europese inbreng zou betekenen. Maar die zijn nu juist afkomstig van Thales, het vroegere Holland Signaal, en die slijt zijn spullen toch wel aan het Franse moederbedrijf voor de Rafale.

Misschien wil de Nederlandse defensie-industrie vooral een mooie omzet draaien. Daar is niets op tegen, maar daarvoor zijn op de keper beschouwd geen garanties. De Amerikaanse stelregel is: may the best win. Kok onderstreepte dat tijdens de toelichting op het JSF-besluit: 'Lockheed garandeert niet dat wie participeert naderhand ook productieorders in de wacht zal slepen. De bedrijven moeten dan nog concurreren met anderen, maar hebben meer kans'. Een opvallend nieuwe manier om een gok met 920 miljoen euro te omschrijven.

En wat zijn de vooruitzichten dat omgekeerd ons land nieuwe technologie van de Amerikaanse partners gaat ontvangen? Mogelijk zit daar zoveel in dat Nederland dan maar die gok moet wagen. Maar als wij ons door de ervaring met bijvoorbeeld de F-16 laten leiden, zullen wij ons daaraan niet kunnen spiegelen. Bovendien, het ziet er naar uit dat het Amerikaans-Europese klimaat op het gebied van industrie en handel harder zal worden dan het in de jaren tachtig was. Wie zich in Washington oriënteert weet dat overdracht van technologie, zelfs aan het 'bevriende buitenland', een zeer heet en actueel hangijzer is. Een sceptische instelling op dit punt is geboden.

Een volgend punt is, en dat realiseren de Amerikanen zich beter dan wij, dat als definitief gekozen zou worden voor de Amerikaanse JSF ons land dan een zeer essentiële slag zou toebrengen aan de Europese defensie-industrie en vooral aan de militaire vliegtuigbouw. Noorwegen en Denemarken zouden Nederland wel eens kunnen volgen, evenals België. Dat zou de JSF een volumevoorsprong kunnen geven die dodelijk kan zijn voor de Typhoon en de Rafale. En vooral voor de nieuwe generatie robotvliegtuigen waarmee Europa zeer goed wereldwijd zou kunnen gaan concurreren en die immers ontwikkeld moeten worden uit de bemande varianten.

Juist nu er steeds meer belang moet worden gehecht aan samenwerking op militair gebied op ons continent - denk aan de snel inzetbare Europese strijdmacht die in 2003 al gereed had moeten zijn - is er alle reden om de Europese invalshoek in de beschouwingen te betrekken. Des te meer omdat, als deelneming aan de JSF-'ontwikkeling' uitblijft, er nog geen man overboord is, omdat de eigenlijke aanschaf toch pas in 2006-2007 speelt. Tegen die tijd zien de Typhoon en de Rafale er weer anders uit. Mogelijk ook hun prijzen. Dus: waarom zo'n haast?

En dan dit. Je hoeft niet helderziend te zijn om te weten dat ons land opnieuw zijn lange termijn defensiebeleid zal moeten gaan bezien of beter: herzien. De cumulatieve ervaring van twee oorlogen - die in Kosovo en kortgeleden en nog in Afghanistan - zal ongetwijfeld moeten leiden tot op zijn minst een herschikking van materiële en financiële middelen in de komende kabinetsperiode.

Meer speciale troepen, meer en betere communicatieapparatuur, meer en andere transportcapaciteit, betere honorering en voorzieningen voor het militaire personeel. Om dit te kunnen bereiken zullen allerlei herschikkingen nodig zijn in de totale Nederlandse krijgsmacht. Om nog maar te zwijgen van éxtra financiële middelen. Voor die herschikkingen zou het fataal zijn als ons land zich zou vastleggen op allerlei lange termijn investeringen waarvan wij op dit ogenblik nog niet kunnen overzien of, hoe en in welke mate die gedaan moeten worden. Voortijdige keus voor de JSF is daar een typisch voorbeeld van.

Tenslotte: wat leveren al die inspanningen op aan werkgelegenheid. Het CPB-rapport citeert verschillende bronnen zoals het Nationaal Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart en het organisatieadviesbureau Booz Allen & Hamilton. In hun studies komen zij tot negenhonderd tot l200 banen over een periode van zeg dertig jaar. Dat lijkt het CPB 'plausibel'. Omgerekend betekent dat dus dat per extra arbeidsplaats een investering nodig is van 920 duizend euro. Maar bovendien signaleert het CPB dat er sprake zal zijn van een verdringingseffect, omdat het om technisch geschoold personeel zal gaan dat ook elders productief in onze economie ingezet kan worden De conclusie van het CPB op het punt van werkgelegenheid: 'Het netto effect voor de economie is naar verwachting verwaarloosbaar klein'.

Het politieke klimaat rondom de opvolging van de F-16 is aan het veranderen. Het grote aantal kritische vragen vanuit het parlement is daar een voorbeeld van. De antwoorden op de gestelde vragen zullen een nadere inschatting mogelijk maken of de regering wel een meerderheid kan mobiliseren in de Tweede Kamer. De hoorzitting zal een interessant ijkpunt worden. De indruk die het JSF-voorstel van buitenaf gezien maakt is:

De noodzaak tot een snel besluit tot is niet overtuigend aangetoond.

De financiële onderbouwing is zwak en verward.

De technische voordelen zijn gering.

De werkgelegenheidseffecten zijn marginaal.

Slechts twee grote bedrijven zullen er baat bij hebben.

Maar zelfs daar is geen garantie voor.

Misschien zal PvdA-fractievoorzitter Melkert er volgende week goed aan doen nog eens in het torentje met de premier te spreken. Hij heeft zich enkele weken geleden voorlopig laten omturnen door het duo Kok-De Waal. Het lijkt beter dat de regering het JSF-voorstel 'voor nader beraad' of zoiets terugneemt dan een afgang in het parlement riskeert.

Meer over