NieuwsCoronabeleid

Kabinet liet testmogelijkheden onbenut, stelt nu ook de Rekenkamer

Op het hoogtepunt van de coronacrisis heeft Nederland minder mensen getest dan mogelijk was. Een deel van de beschikbare laboratoriumcapaciteit bleef ongebruikt. Onder het zorgpersoneel bleven besmettingen daardoor relatief vaak onopgemerkt.

Coronatests worden geanalyseerd in een laboratorium in Rijswijk.Beeld ANP

Dat blijkt uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar het testbeleid in de periode tot 1 juni.

Er waren al eerder mediaberichten dat laboratoria een deel van hun testcapaciteit onbenut hadden gelaten in die periode. De Rekenkamer bevestigt dat nu. Wel merkt de onafhankelijke toezichthouder op dat de overcapaciteit overdreven werd en ‘deels schijn’ was, vooral omdat veel laboratoria te optimistische inschattingen hadden gemaakt over de leveranties van diagnostische materialen. Hoeveel capaciteit precies ongebruikt is gebleven, kan de Rekenkamer daardoor niet vaststellen.

Er zijn meerdere verklaringen voor de problemen bij het testbeleid in de eerste periode van de crisis, zo blijkt uit het rapport. Al vrij snel na het uitbreken van de pandemie stokten de leveranties van internationale producenten van diagnostische materialen. Wat de situatie in Nederland bemoeilijkte, was de decentrale organisatie van het zorgstelsel. Er was nauwelijks een centraal overzicht.

‘Het landschap van laboratoria is gefragmenteerd', concludeert de Rekenkamer. ‘De laboratoria gebruiken een veelheid aan testsystemen en bijbehorende materialen, met elk verschillende en wisselende leveringsproblemen.’ 

Ook de GGD's hadden per regio hun eigen aanpak. De voorschriften werden verschillend geïnterpreteerd, waardoor het testbeleid in de ene regio strenger was dan in de andere regio, wat geregeld tot conflicten leidde met huisartsen en bedrijfsartsen. ‘Uniformiteit bij de GGD’en ontbreekt’, aldus de Rekenkamer. 

Eén schakel

Bij de minste of geringste tegenslag kwam het testbeleid in Nederland onder druk te staan. Er hoefde maar bij één schakel in de keten iets fout te gaan of het stelsel liep vast. Dat kon zijn omdat er geen wattenstaafjes werden geleverd of omdat een GGD een tekort aan personeel had. De Rekenkamer spreekt van 'een structuurprobleem'. 

Door de dreigende tekorten en het gebrek aan inzicht in de landelijke capaciteit besloot het OMT al snel om tot een ‘minimum testbeleid’ over te gaan. Die beslissing werd volgens de Rekenkamer genomen zonder inmenging van het ministerie van Volksgezondheid (VWS).

De keuze voor een terughoudend testbeleid had paradoxaal genoeg weer tot gevolg dat leveranciers minder gingen leveren aan Nederland. Landen met een ruimer testbeleid kregen voorrang.

Grip

Het minister van VWS ondernam meerdere acties om grip te krijgen op het testbeleid. Zo werd er een Landelijke Coördinatiestructuur Testcapaciteit opgezet om inzicht te krijgen in de capaciteit. Ook kwam er meer afstemming tussen laboratoria en GGD-en. Daarvoor moest een nieuw centraal administratief systeem opgezet worden, inclusief een nieuw ict-systeem. 

In navolging van andere landen ging Nederland eind maart ook over tot de landelijke inkoop van testmaterialen. Dat was de enige manier om nog concurrerend te zijn.

De Rekenkamer komt niet met nieuwe aanbevelingen, ook al ligt het testbeleid van het kabinet nu meer dan ooit onder vuur door het gebrek aan capaciteit. Een deel van de problemen uit de beginperiode doet zich nog steeds voor. Zo verlopen de leveranties door buitenlandse fabrikanten nog altijd moeizaam.

Testvraag 

Ook het inschatten van de testvraag blijft een probleem. De afgelopen weken werd het kabinet overvallen door een enorme toeloop. In de beginperiode gebeurde het omgekeerde: er kwamen juist minder mensen dan gedacht. 

Dat kwam onder andere omdat er onvoldoende rekening was gehouden met het wegvallen van de reguliere zorg. De testvraag uit die hoek nam daardoor sterk af. Daarnaast lieten sommige doelgroepen zich minder testen dan verwacht, waardoor een deel van de capaciteit onbenut bleef. 

Dat er in de periode tot juni veel besmettingen onopgemerkt bleven in de zorg staat vast. Toen het testbeleid eenmaal werd verruimd in april, steeg het aantal positieve tests onder het zorgpersoneel onmiddellijk met 70 procent. Bij mensen buiten de zorg was de stijging slechts 34 procent. ‘Deze verdubbeling is een signaal dat zorgmedewerkers met een besmetting relatief veel zijn gemist door het restrictieve testbeleid’, concludeert de Rekenkamer. 

Meer over