Kabinet holt hard met sociale zekerheid

Nog voor 2001 moet alles erop gericht zijn dat werkzoekenden snel en klantvriendelijk aan werk worden geholpen. Daartoe wordt de sociale zekerheid ingrijpend hervormd....

Dat is het doel van de reorganisatie van de sociale zekerheid die het kabinet voor ogen staat. Daartoe worden de uitvoerders van de sociale zekerheid gewone bedrijven die onderling concurreren. Concurreren om uitkeringsgerechtigden zo snel mogelijk aan een baan te helpen. Opdrachten krijgen zij van gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de bijstand, en van de sociale partners, die contracten sluiten voor de uitvoering van WW en WAO.

Het kabinet gunt niet alles aan de markt. Een paar kerntaken blijft in overheidshanden. Het gaat vooral om betwistbare beslissingen. Ambtenaren blijven bepalen of iemand verwijtbaar werkloos is of uitkeringsfraude pleegt en dus een lagere of geen uitkering moet krijgen. Overheidsartsen gaan de WAO-keuring doen. Zo wil het kabinet voorkomen dat deze beslissingen onderdeel worden van een concurrentieslag die uitkeringsbedrijven verleidt strenger of juist lakser te keuren dan andere.

De overheidsartsen blijven hun werk doen in het huis van de verzekeraar, dus bij een bedrijf zoals het GAK of een WAO-verzekeraar van een grote bank. Daarmee slaat het kabinet twee vliegen in één klap. Het bespaart reorganisatiekosten en pacificeert de sociale partners.

De sociale partners pleiten voor WAO-keuringen bij het uitkeringsbedrijf om rompslomp te voorkomen.

Daarnaast stelt de overheid vast of iemand recht heeft op een uitkering en bepaalt zij of scholing nodig is om de kans op werk te vergroten. Dit gebeurt in de nieuwe Centra voor Werk en Inkomen (CWI). In de CWI's wordt een nationale vacaturebank ingericht.

Voor uitkering, scholing en een nieuwe baan moet de uitkeringsgerechtigde naar een volgend loket. Voor de bijstand naar de gemeente, voor WW en WAO naar een uitkeringsbedrijf. Zij regelen de uitkering en verwijzen door naar een scholingsinstituut of werkbemiddelaar.

De Centra voor Werk en Inkomen worden bestuurd door het Landelijk Instituut Werk en Inkomen. Vakbeweging, werkgevers, gemeenten en onafhankelijke leden zullen het bestuur vormen. In dit gezelschap zijn de sociale partners in de minderheid. Nu hebben zij nog de meerderheid in zowel het bestuur van de arbeidsbureaus als bij de uitvoering van de sociale zekerheid. Deze besturen maken plaats voor het nieuwe, landelijke CWI-bestuur.

Het landelijk bestuur verdeelt het geld over de CWI's, de minister geeft de gemeenten geld voor de bijstand. Deze opzet biedt elk wat wils. Gemeenten kunnen een eigen regionaal arbeidsmarktbeleid voeren voor bijvoorbeeld minder inzetbare werkzoekenden. Sociale partners kunnen, net zoals nu bij de arbeidsbureaus, per sector beleid bedenken voor geschoolde werkzoekenden.

Om dit tekentafelmodel in de praktijk te brengen moet er veel veranderen. De arbeidsbureaus worden opgesplitst. De ene helft, die vaststelt of iemand scholing nodig heeft, wordt de kern van het CWI. De andere helft wordt geprivatiseerd. Als bruidsschat krijgt dit nieuwe bedrijf de Centra Vakopleiding mee, een begeerd scholingsinstituut. Het arbeidsbureau wordt een gewone werkbemiddelaar naast de uitzendbureaus.

Omwille van concurrentie wil het kabinet nieuwe uitkeringsbedrijven naast de traditionele groep van GAK, GUO, SFB, Cadans en USZO. Om nieuwkomers te lokken doet het kabinet een paar suggesties. De bestaande uitkeringsbedrijven kunnen bij opbod worden verkocht of benodigde software kan gratis worden uitgedeeld.

Deze wankelmoedige houding geeft de vijf uitkeringsbedrijven en hun partners (ieder heeft banden met een verzekeraar of pensioenfonds) en bedrijven die een uitkeringsbedrijf willen beginnen, zoals ABN Amro en Aegon, ruimte voor een succesvolle lobby.

Het kabinet wil de klus klaren voor 2001. Dan moet alles erop gericht zijn werkzoekenden snel en klantvriendelijk aan werk te helpen. Zowel het tempo als de doelstelling is ambitieus.

Het gekrakeel moet nog losbarsten van vakbeweging, werkgevers, banken, verzekeraars, arbeidsbureaus, uitzendbureaus, de mededingingsautoriteit NMa en de Registratiekamer. Alle wetsteksten moeten nog worden geschreven en behandeld. En daarna moet het systeem zich in de praktijk bewijzen door uitkeringsgerechtigden niet meer achter de sanseveria's te laten verkommeren.

Gijs Herderscheê

Meer over