Nieuws

Kabinet dicht loonkloof in het basisonderwijs met salarisverhoging voor leraren

Leraren en ander personeel in het basisonderwijs gaan in een gelijkwaardige functie hetzelfde verdienen als docenten in het voortgezet onderwijs. Een akkoord daarover is vrijdag ondertekend door vakbonden, scholenkoepels en het ministerie van Onderwijs.

Remco Meijer
Leerlingen van de Bernulphusschool in Oosterbeek staan in een rij voordat ze naar binnen gaan. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Leerlingen van de Bernulphusschool in Oosterbeek staan in een rij voordat ze naar binnen gaan.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Leraren op de basisschool gaan er vanaf nu minimaal 4 procent op vooruit. Gemiddeld zal de salarisverhoging de komende jaren 10 procent zijn, een stijging van 440 euro per maand op basis van een voltijdsalaris.

Dat hebben het ministerie van Onderwijs, diverse vakbonden en de scholenkoepels PO-raad en VO-raad afgesproken in een vrijdag ondertekend onderwijsakkoord. Voor schoolleiders in het primair onderwijs stijgt het salaris met onmiddellijke ingang met minimaal 5 procent en de komende jaren met gemiddeld 11 procent.

In totaal trekt het kabinet voor dit akkoord structureel anderhalf miljard euro uit: 919 miljoen voor de salarissen, 300 miljoen voor verlaging van de werkdruk in het voortgezet onderwijs en 118 miljoen voor bijscholing. Bovendien behoudt onderwijspersoneel op scholen met veel kwetsbare leerlingen de komende jaren de arbeidsmarkttoelage boven op het salaris.

Loonkloof

Het kabinet dicht met de verhogingen de veelbesproken ‘loonkloof’, zoals aangekondigd in het regeerakkoord. Dat is al langer een wens van de vakbonden, die daarvoor in het verleden grote demonstraties hebben georganiseerd. Onder meer in 2017 en 2019 werden in Den Haag protesten gehouden met motto’s als ‘meer knaken, minder taken’. Het streven naar één cao voor het funderend onderwijs (primair en voortgezet onderwijs samen), dat ook in het regeerakkoord staat, is met het gelijk trekken van de salarisschalen nog niet verwezenlijkt.

Een van de actievoerders destijds was Thijs Roovers, toen voor PO in Actie. Inmiddels is hij bestuurder bij de Algemene Onderwijsbond (AOb). ‘Het heeft erg lang geduurd voordat we dit uitroepteken konden zetten’, zegt Roovers. ‘Ik zag collega’s uit het basisonderwijs vertrekken, omdat ze in het voortgezet onderwijs met dezelfde opleiding meer konden verdienen. Ik heb dat altijd onrechtvaardig gevonden.’

Roovers wijst erop dat uit de internationaal vergelijkende onderzoeken, zoals PISA, blijkt dat het onderwijs in Nederland de afgelopen jaren achterop is geraakt. ‘We gaan nu keihard werken om dat weer ongedaan te maken.’

Personeelstekort

Minister Dennis Wiersma (VVD) hoopt met de salarisverhogingen het personeelstekort in het onderwijs te bestrijden. ‘Het is essentieel dat er genoeg leraren zijn die hun vak goed kunnen uitoefenen.’ De bewindsman zegt dat het onderwijsakkoord ‘het vertrekpunt is voor een bredere werkagenda’ met alle belangenbehartigers in het onderwijs. Wiersma benadrukt dat, afgezien van het geld ‘dat natuurlijk heel mooi is’, uit de nu gezette ‘grote stap’ vooral waardering spreekt. ‘Het moet niet uitmaken of je jonge kinderen of wat oudere kinderen lesgeeft.’

In het regeerakkoord staat ook: ‘In het kader van het lerarentekort stimuleren we de uitbreiding van contracten (meer uren).’ Critici vrezen dat door de salarisverhoging in het basisonderwijs juist deeltijdbanen worden gestimuleerd. Maar de hoop van alle betrokkenen bij dit akkoord is dat het aantrekkelijker wordt om in het onderwijs ‘te gaan en blijven werken’. Met meer leraren moet het ook mogelijk worden klassen te verkleinen.

De minister denkt bovendien dat een duidelijke opdracht aan het onderwijs kan helpen bij een goed arbeidsklimaat, waarbij de focus op taal, rekenen en burgerschap moet liggen. Over het verdere curriculum – wat leerlingen moeten kennen en kunnen – is hij in debat met de Tweede Kamer. Eerdere pogingen onder de kabinetten-Rutte II en III, met ‘Ons Onderwijs 2032’ en ‘curriculum.nu’, zijn gestrand.

Meer over