Kabila voerde oorlog op een koopje

Toen de Zaïrese rebellenleider Laurent Kabila oktober vorig jaar verklaarde dat hij het bewind van president Mobutu omver zou werpen, werd hij nauwelijks serieus genomen....

The New York Times

KINSHASA

De prestatie wordt nog groter als wordt bedacht dat de rebellen geen transportmiddelen hadden voor het vervoer van troepen, geen artillerie, geen luchtmacht en heel lang ook geen genietroepen die bruggen konden slaan over de woest stromende rivieren.

Niet bekend

Maar het Zaïrese regeringsleger heeft de oorlog evenzeer verloren als de rebellen die hebben gewonnen. De gulzigheid van de politieke leiders had geleid tot schromelijke verwaarlozing van het leger. Het was slecht uitgerust, slecht getraind en totaal gedemoraliseerd. Het was als een huis dat door termieten is aangevreten: de rebellen hoefden maar even te duwen en het viel om.

De regering heeft nog huurlingen aangetrokken uit Servië, Frankrijk en België. Tevergeefs. 'Zelfs de komst van de Messias had niets meer aan de situatie kunnen veranderen', aldus een generaal van Mobutu. In de laatste fase van de strijd hebben de huurlingen vermoedelijk zelfs ten gunste van de rebellen gewerkt doordat geld, dat het Zaïrese leger goed had kunnen gebruiken, in hun zakken terechtkwam en doordat de rebellen de bevolking bang maakte met het verhaal dat de buitenlanders Zaïrezen kwamen afmaken.

De precieze omvang en de samenstelling van het rebellenleger zijn niet bekend. Het groeide onderweg en recruten uit Oost-Zaïre, Rwanda, Tanzania en Angola werden onderweg getraind. Volgens waarnemers uit het Westen moet de hoofdmacht van de rebellen worden geschat op zesduizend man en moeten daarbij nog ongeveer twintigduizend jonge vrijwilligers worden opgeteld, van wie een onbekend aantal afkomstig is uit het Zaïrese leger.

Evenmin is precies bekend hoeveel steun de rebellen hebben ontvangen uit het buitenland, al wordt aangenomen dat Rwandese en Ugandese troepen een belangrijke rol hebben gespeeld. Uit gesprekken met westerse en Zaïrese militairen rijst het beeld op van een oorlog die op een koopje is gevoerd, die weinig levens heeft geëist en weinig schade aan steden en dorpen heeft toegebracht.

De deplorabele staat waarin het Zaïrese leger verkeerde, heeft daaraan stellig bijgedragen. Toen de oorlog uitbrak had het grootste deel van het leger in geen zeven jaar geoefend. Soldaten verdienden ongeveer twee gulden in de maand en hun officieren iets van twintig gulden, als ze al iets kregen.

Een NAVO-officier die de oorlog nauwgezet heeft gevolgd, vergeleek het begin met de operatie in de Varkensbaai op Cuba, waarbij de Amerikanen gebruik maakten van Cubaanse dissidenten. In dit geval, aldus de officier, maakte de Tutsi-regering in Rwanda gebruik van Zaïrese dissidenten, onder wie Tutsi's waren die al generaties lang in Zaïre wonen en die door plaatselijke bestuurders waren bedreigd met uitwijzing.

Normaal gesproken werkt een moeilijk toegankelijke jungle in het voordeel van de verdedigers, maar in dit geval waren de aanvallers in het voordeel, voornamelijk door de slechte conditie waarin het Zaïrese leger verkeerde. Het ontbrak de regeringstroepen bovendien aan alles. Ook aan radio's, zodat ze niet met elkaar konden communiceren. De Zaïrese soldaten kropen daarom dicht bij elkaar in plaats van zich te verspreiden. Een aangezien het hun ook aan discipline ontbrak, schoten ze op alles dat ze in de jungle meenden te horen, raakten weinig en verspilden hun munitie.

De rebellen daarentegen manoeuvreerden veel voorzichtiger, stuurden verkenners uit om de posities van het leger te bepalen en maakten gebruik van inlichtingen van de bevolking. Daarna vielen ze van diverse kanten tegelijk aan (nog een bewijs dat ervaren commandanten aan het werk waren) en lieten altijd een uitweg open waarlangs de soldaten konden vluchten, wat ze dan ook deden.

In december viel Bunia in het noordoosten. Een keerpunt in de oorlog, menen westerse deskundigen. De Zaïrese troepen gingen op de vlucht en minderden alleen vaart om de dorpen onderweg te plunderen. 'Daarna werd het leger door de bevolking diep veracht', zegt een diplomaat. Want al hebben de rebellen, volgens de berichten, honderden Rwandese Hutu-vluchtelingen in Zaïre om het leven gebracht, ze zouden maar heel weinig slachtoffers hebben gemaakt onder de Zaïrese bevolking.

De rebellie werd een volksopstand en toen de rebellen de rivier de Congo bereikten, werden ze overgevaren door de plaatselijke bevolking, zodat ze de stad Kindu konden aanvallen. Een Zaïrese kolonel in Kisangani zei, kort voordat deze stad in maart viel: 'Waar we ook heengaan, overal is de bevolking op de hand van de rebellen. De enige uitweg is een politieke oplossing.'

Meer over