Columnmartin sommer

Kaags afkeer moet wel teruggaan op een persoonlijke krenking

null Beeld

Woensdag was het twee dagen na de H.J. Schoo-lezing. Sigrid Kaag kwam opgewekt aanlopen over het Binnenhof. En, goed gesproken met informateur Remkes? Zeker, langs de inhoud, sprak ze. Langs de inhoud, via de inhoud, over de inhoud, nog afgezien van het lelijke Nederlands ben ik wel klaar met de inhoud. Eerst al Mariëtte Hamer die in alle toonaarden herhaalde dat de partijen het over de inhoud helemaal eens waren. Nou en? Nergens anders dan in Nederland bestaat er een soort zuivere, hogere politiek, de inhoud geheten, los van humeuren, gesteldheden, menselijke kleinheden, belangen etc.

Je hoeft Machiavelli niet op te slaan om te weten dat het onzin is. Politiek gaat om machtsvorming en alles wat daarbij dienstig is, wordt uit de kast gehaald – ook de H.J. Schoo-lezing van Sigrid Kaag.

Tot die lezing had Kaag politiek gezien knap werk geleverd. In onze kring had ze bijna iedereen ervan weten te doordringen dat PvdA en GroenLinks geheel ten onrechte waren uitgesloten door VVD en CDA; dit terwijl Kaag zelf precies hetzelfde had uitgehaald met de ChristenUnie. Rutte en Hoekstra willen geen links triomfalisme in het kabinet, uit angst voor de rechtse oppositie. En spiegelbeeldig wil D66 geen voortzetting van de huidige ploeg met de ChristenUnie. Kaag vreest de toorn van de linkse partijen in de Kamer, en dus kun je ze maar beter in het kabinet hebben. Het is weinig fraai, het is een patstelling, het heeft met de inhoud niks te maken, maar te begrijpen is het wel.

Toen kwam de lezing, en het is intussen honderdvoudig vastgesteld dat het hier een persoonlijke afrekening betrof. Met Rutte, met zijn onwijs gave landje, zijn regelen en ritselen, zijn politiek om de politiek. We moeten het dus juist níét over de inhoud hebben, maar over de vraag wat de weerzin verklaart tegen de man met wie Kaag wordt geacht in collegiale samenwerking een regering te vormen.

Rutte kennen we als degene die zelfs zonder visie het land tien jaar behoorlijk succesvol heeft geleid. Het is bizar om dan te beweren dat er in twintig jaar niets is gepresteerd, zoals Kaag maandag deed. Ruttes favoriete boek is de biografie van Lyndon B. Johnson door Robert Caro. Zelf is Rutte een Johnson op zakformaat; de machtspoliticus die zijn tegenstander dichter aan de borst klemt dan zijn beste vriend. Rutte biedt graag comfort, vergeet geen verjaardag en stelt trouw aan zijn politieke vrienden boven staatsrechtelijk fatsoen. Van johnsoniaanse allure was zijn weigering te reageren op de Kaagse aanval – ‘Give ’em rope’, zei Johnson, geef ze touw om zichzelf op te knopen.

Kaag is het raadsel, niet Rutte. Ze gruwt van hem, laat zich niet charmeren, lacht niet om zijn grappen. Ze is een geroepene, zei ze wel drie keer in de Schoo-lezing. Een geroepene, dat is andere koek dan ‘het baantje’ waarover Rutte pleegt te spreken. Zoals vaker kwam haar belijdend katholicisme ook deze lezing voorbij. Vorig jaar gaf ze een interview aan het Katholiek Nieuwsblad. Ze bidt, ook tot de Maagd Maria, en meestal heeft ze wel een of twee rozenkransen in haar tas.

Des te interessanter dat ze de ChristenUnie in haar lezing als ‘de confessionelen’ wegzette en ‘medisch-ethisch’ als koevoet hanteerde om Segers overboord te kieperen. Om een verklaring gevraagd, zei haar secondant Rob Jetten dinsdag dat de abortusvrijheid in Nederland gevaar loopt, met verwijzing naar de toestand in Texas en Polen. U mag zelf uitmaken of u het gelooft.

In 2007 verscheen een aardig boekje getiteld Privé in de politieke biografie. Je kunt erin lezen hoe de politiek steeds persoonlijker werd. Drees en Romme lieten zich als eerste politici met hun vrouwen fotograferen. De doorbraak kwam met Hans van Mierlo, die op televisie met opgestoken kraag en die bronstige stem de strijd aanbond met de versteende zuilen. Biografieprofessor Hans Renders schreef in de inleiding dat de sleutelvraag in elke biografie luidt waar de ‘verborgen wond’ zich bevindt. Dat geldt voor Rutte, die zich aan de politiek vastklampt als de drenkeling aan zijn boei.

En het geldt des te meer voor Kaag. Rutte belichaamt alles wat ze verschrikkelijk vindt aan Nederland, waar ze ‘koffie drinken, relaties managen en binnenskamers spelletjes spelen met partijpolitieke emotie’. Niet Rutte maar Nederland heeft haar gekrenkt. NRC berichtte in 2017 hoe Kaag begin jaren negentig een getalenteerd diplomaat was in Beiroet en Khartoum. Ze trouwde met een Palestijnse man, die verbonden was aan de PLO van Yasser Arafat, maar ze hield het huwelijk stil. Toen Buitenlandse Zaken erachter kwam, kreeg ze een strafoverplaatsing naar Den Haag. Ze vertrok verbitterd naar de VN en maakte daar carrière. Haar terugkeer, uiteindelijk als minister van BZ, kan niet anders zijn dan een triomf.

Kaag is het kleinzielige Den Haag ontstegen. ‘Soms heb ik het gevoel dat ik me op een ander spoor begeef dan mijn tegenstrevers en collega’s in de politiek.’ Desondanks roept de plicht. Niet ‘haalbaar en betaalbaar’ is het doel, maar ‘nu of nooit’, do or die. Het is allemaal radicaal in strijd met de Nederlandse traditie waarin je op zijn best een kruimel krijgt van je heilige gelijk. Zo niet Kaag. Hier sta ik, ik kan niet anders, houdt zij ons voor. Vroeger heette dat Gesinnungspolitik, voor klein links en bijbels geïnspireerden die zich niet om de gevolgen bekommeren. Ik wens Johan Remkes veel succes met de inhoud.

Meer over