Reportage

Kaag spreekt in rechtszaal tegen bedreiger: ‘Ik ben soms angstiger dan ik ooit ben geweest’

Sigrid Kaag verlaat de rechtbank in Den Haag. Ze maakte dinsdag gebruik van haar spreekrecht in de zaak tegen Erik van Z. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Sigrid Kaag verlaat de rechtbank in Den Haag. Ze maakte dinsdag gebruik van haar spreekrecht in de zaak tegen Erik van Z.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

In een rechtbank vol journalisten spreekt Sigrid Kaag dinsdag tegen de man die haar online heeft bedreigd. Het Team Bedreigde Politici hoopt dat de confrontatie een afschrikeffect heeft op andere bedreigers.

‘U kent mij niet, ik ken u niet, ik heb u geen kwaad gedaan. Waarom dan deze agressie? Waarom de wens om een einde te maken aan het leven van de ander?’

Bijna wekelijks staan er mensen terecht wegens het bedreigen van politici en andere publieke figuren, toch trekt de zaak die dinsdagmiddag bij de rechtbank Den Haag dient aanzienlijk meer aandacht. Het heeft alles te maken met D66-fractievoorzitter Sigrid Kaag, die spreekt bij de rechtszaak tegen Erik van Z. In haar kielzog zijn zo’n twintig journalisten gevolgd, benieuwd naar de confrontatie tussen slachtoffer en verdachte.

Ook de rechter en de officier van justitie zijn zich bewust van de buitengewone hoeveelheid media-aandacht. Het is alleen de 43-jarige verdachte die zich slecht plooit naar zijn rol. Van Z. heeft duidelijk geen zin in reuring. Sterker nog: hij was vanochtend niet van plan om de zitting bij te wonen. Dat hij hier toch zit – ongeschoren en in jeans met daaronder witte sneakers – is omdat de rechter hem dat heeft bevolen.

Van Z., als manusje-van-alles werkzaam in horecazaken in Spanje, moet zich verantwoorden voor een tweetal doodsbedreigingen. Op 14 september schrijft hij om 19.34 uur een Facebookbericht aan demissionair minister Hugo de Jonge: ‘Vanaf morgen kunt u gerust elke seconde om u heen kijken. Ik betaal de eerste, tweede en ook de laatste kogel voor u! Heel Nederland knikt maar ja. Vanaf nu ben ik gestopt met knikken en onderneem ik actie!’

Nog geen twee weken later schrijft hij om 11.02 uur ’s ochtends een bericht aan D66-fractieleider Sigrid Kaag: ‘Bij deze geef ik u de melding dat ik voor vanavond 24.00 uur Sigrid Kaag ga aanvallen en zo ga verwonden dat ze of dood is, of nooit meer haar functie kan uitvoeren’.

De verdachte wordt enkele dagen later opgepakt en zit sindsdien in hechtenis. Nu hij zich voor de bedreigingen moet verantwoorden, bedient Van Z. zich van allerhande clichés: hij heeft spijt, hij handelde uit woede en het was impulsief gedrag dat hem ertoe aanzette. Bovendien ‘zijn het die socialemedia-apps. Als ik mijn wachtwoord in had moeten voeren voor ik een bericht kon plaatsen, dan was de woede weggeëbd. Dan kon ik tot 10 tellen.’

Halverwege de zitting schraapt Kaag haar keel. Onderkoeld, met haar kenmerkende dictie, vertelt ze dat ze angstig is. ‘Toen ik vier jaar geleden naar Nederland kwam, was dat ook om meer in vrijheid en veiligheid te kunnen leven. Het werk als diplomaat in het Midden-Oosten is leven tussen beveiligers en in gepantserde konvooien, met op iedere straathoek gevaar. Toch ben ik in Nederland soms angstiger dan ik ooit geweest ben. De dreiging is begonnen bij mijn terugkomst in Nederland en erger geworden sinds ik bekender werd.’

Ze haalt de moord op D66-politicus Els Borst aan, en vraagt de verdachte waarom hij haar wilde vermoorden. Er volgt geen bevredigend antwoord. Van Z., die strak naar voren kijkt, spreekt over de coronamaatregelen en de rol van Kaag in de formatie. Maar de doodsbedreigingen moeten tegelijkertijd niet persoonlijk worden opgevat, verzekert hij de rechter. ‘Ik ken mevrouw Kaag alleen van tv of interviews. Je zit op je mobiel, typt iets in, en je zit hier. Zo snel kan het gaan.’ Hij maakt excuses, maar kijkt haar wederom niet aan.

Het Team Bedreigde Politici (TBD) van de politie en het Openbaar Ministerie hebben zorg gedragen voor de vervolging van Van Z. Sinds 2005 waakt het team over bedreigde ministers, staatssecretarissen en Kamerleden. Deze groep groeit de laatste jaren flink: in 2016 (toen er voor het eerst cijfers werden bijgehouden) werden er 239 bedreigingen gemeld, in 2019 waren het er 393. De cijfers van 2020 en 2021 zijn er nog niet, maar volgens een woordvoerder van de politie ‘gaan het er opnieuw meer worden’. Opvallend: de daders zijn steeds vaker minderjarigen.

Bij burgers die aangifte doen van online bedreigingen, kiest justitie er nog weleens voor om de zaak niet voor de rechter te brengen. In dat geval wordt er een hoorzitting gehouden, waarbij justitie achter gesloten deuren de verdachte confronteert met een strafeis. Accepteert die de eis, dan hoeft de verdachte niet op een openbare zitting voor de rechter te verschijnen.

Bij bedreigingen van een politicus probeert het team juist zo veel mogelijk verdachten voor de rechter te brengen. ‘We willen iedereen het signaal geven: het bedreigen van een politicus is niet normaal.’

Dat onderstreept de officier van justitie ook in de rechtszaal. Politici hebben een ‘cruciale taak’ en wanneer zij worden bedreigd, ‘kan dat een bedreiging vormen voor het functioneren van de parlementaire democratie’.

De rechter spreekt streng tot de verdachte: ‘Met uw handelen draagt u bij aan het gevoel van onveiligheid in de samenleving.’ Het vonnis, vijf maanden cel waarvan twee maanden voorwaardelijk, hoort Van Z. met hangende schouders aan.

Meer over