’K voel een eedlen trots, ik voel mijn’ boezem zwellen

Als Rita Verdonk soms nog op zoek is naar een partijlied voor Trots Op Nederland, dan zou ze De Hollandsche Natie van J.F....

Ja, ’k voel een’ eedlen trots, ik voel mijn’ boezem zwellen,Daar ’k me als inboorling bij dien heldenteelt mag tellen.

Het klinkt archaïsch, maar dat geldt ook voor het Wilhelmus, op de tonen waarvan Verdonk haar blijde intrede hield, inclusief zwellende boezem, bij de oprichting van Trots Op Nederland. Dat geschiedde aan het IJ te Amsterdam, waar volgens Helmers zelfs de geur van het water nog herinnert ‘Aan dien geduchten strijd, toen Spanje ’t eerste leerde/ De kracht des waterleeuws, dien hij zoo stout braveerde!’.

De enige Spaanse zeevaarder die sindsdien nog naar Nederland durft opstomen, is Sinterklaas, en Verdonk verdedigde hem in haar speech met verve. Ze is er trots op: ‘Die cultuur, onze tradities, onze eigenheden.’ Helmers: ‘Voel Nêerland! Voel u zelve! Zijt trots op eigen waarde.’

De dichterlijke kwaliteiten van De Hollandsche Natie werden door de letterkundige kritiek al vrij snel in twijfel getrokken, maar als handboek van nationalistische gevoelens is het ongeëvenaard en vaak nog zeer actueel. ‘Gij volkren! die thans door handel zijt verheven,/ ’t Is Holland, dat alleen u ’t voorbeeld heeft gegeven*’ Het is niets anders dan Balkenendes ‘VOC-mentaliteit’.

Daarmee mag niet de indruk gewekt zijn dat Jan Fredrik Helmers (1767-1813), dichter maar ook zakenman, geld zou hebben gestort om een partij als Trots Op Nederland te steunen. Hij schreef De Hollandsche Natie tijdens de Franse bezetting van Nederland, en hij riep niet op tot een hernieuwde verheerlijking van Neerlands cultuurgoed en ‘heldenteelt’ op basis van vage gevoelens van bedreiging. Hij wilde simpelweg bevrijd worden. Daarbij was hij gewiekst genoeg om zijn werk op voorhand – en in afwachting van betere tijden – te ontdoen van de scherpe kantjes waaraan de censor van Napoleon aanstoot zou nemen.

De enige Fransman die er flink van langs krijgt, is Lodewijk XIV, en daar had de Franse bezetter na de revolutie van 1789 uiteraard geen enkel probleem mee. Voor de rest worden grote ‘Gaulers’ als Montesquieu, Corneille, en Racine, in versvoeten gevat met het respect dat ze verdienen. Met dien verstande dat ze, net als de ‘Itaaljaanen’ Michelangelo, Titiaan en Rafael, altijd op de schouders staan van Vondel, Rembrandt, De Groot, Huygens, Hooft, en ‘De groote Desideer’. De Hollandsche Natie laat zich nog steeds lezen als een historische en culturele canon anno 1812.

De criticus Conrad Busken Huet heeft het mooi samengevat in zijn Litterarische fantasien (uitgegeven tussen 1881 en 1888), waar hij schrijft dat Helmers veel gebreken had als dichter, maar als mens evenveel deugden.

Van die deugden zijn de volgende regels uit de vijfde zang wat mij betreft het beste voorbeeld. Hier wordt de glorie van Neerlands wetenschap sprekend opgevoerd: Geen volk wordt afgeweerd! Ik heb, van ’t eind der aard,Mijne ingewijden uit de bloem des volks vergaard.Geen eerdienst sluit men uit, Chinees, en Jood, en Christen,en Mecca’s volgeling, vergeten hier hun twisten.

Was getekend: Jan Fredrik Helmers – 1812.

Ed Schilders

Meer over