Justitie had piloot al eerder in vizier

P. wordt medeplichtigheid verweten aan dood van minstens duizend mensen...

AMSTERDAM Slechts weinig piloten van Transavia waren niet op de hoogte van het verleden van hun collega Julio P., de voormalige Argentijnse marinevlieger die dinsdagmiddag op het vliegveld van Valencia is aangehouden.

‘Het lijkt mij uitgesloten dat de directie van niets wist’, aldus een collega van de 57-jarige P. die op 1 november 1988 in dienst trad van Transavia. Deze bezit zowel de Argentijnse als, sinds 1995, de Nederlandse nationaliteit.

Op de zogenaamde senioriteitslijst van de vliegmaatschappij met in totaal 512 piloten staat gezagvoerder P. op plaats 23. Hij behoort derhalve tot de top van Transavia. Een andere collega: ‘Aan oudere piloten schijnt hij zelfs over zijn acties in Argentinië te hebben opgeschept. Een van hen heeft mij dat een paar jaar geleden verteld.’

P. (57) was volgens de Argentijnse justitie betrokken bij de beruchte dodenvluchten in de Vuile Oorlog ten tijde van de militaire junta (1976-1983) in zijn geboorteland. Vermoedelijk 35 duizend tegenstanders van het regime werden uit de weg geruimd en vaak vanuit vliegtuigen in zee gegooid.

Volgens het Spaanse arrestatiebevel heeft P. als luitenant-vlieger in die jaren toestellen bestuurd waarmee gedrogeerde gevangenen vanuit een militair foltercentrum in Buenos Aires werden opgehaald om ze vervolgens boven zee te dumpen. Hem wordt medeplichtigheid verweten aan de gewelddadige dood van minstens duizend mensen.

Volgens de Nederlandse justitie is de aanhouding van P. mede toe te schrijven aan de Nationale Recherche die vorig jaar tips kreeg over P. Op basis van onderzoek, aldus het OM, vaardigde Argentinië in maart dit jaar een internationaal aanhoudingsbevel af. Waarom het nog zo lang zou duren voordat de verkeersvlieger werd aangehouden, is onduidelijk.

De directie van Transavia, onderdeel van KLM-Air France, beperkt zich tot de volgende mededeling: ‘Een vervelende kwestie voor een van onze medewerkers’. Verwezen wordt verder naar de laatste screening van P. door de AIVD in 2004. Het betreft een routinecontrole door de inlichtingendienst waaraan het vliegpersoneel van alle Nederlandse luchtvaartmaatschappijen zich eenmaal in de vijf jaar moet onderwerpen.

Valencia eindpunt P.
Volgens een KLM-piloot is zo’n vijfjaarlijkse screening van het vliegpersoneel een formaliteit. ‘Je weet natuurlijk niet wat er zonder je medeweten wordt uitgezocht, maar wij moeten dan een formuliertje invullen aan de hand waarvan men kan zien of we chantabel zijn. Collega P. heeft blijkbaar het papiertje nooit naar waarheid ingevuld en de AIVD heeft niets kunnen ontdekken.’

P. wordt begin volgend jaar 58 jaar en moet op die leeftijd met pensioen. Als aardigheidje mogen de Transavia-piloten ter gelegenheid daarvan zelf een bestemming kiezen voor hun laatste vlucht.

Had P. geweten wat hem boven het hoofd hing, had zich wel bedacht voor hij Spanje daarvoor uitkoos. Maar kennelijk was hij niet op de hoogte van het Nederlandse recherchewerk, noch van het feit dat Argentinië een uitleveringsverdrag met Spanje heeft en in Madrid een verzoek tot aanhouding van de voormalige marinevlieger had ingediend. En zo vloog P. letterlijk zijn laatste vrije bestemming tegemoet.

Aan boord van de Boeing 737-700 bevonden zich behalve de 122 passagiers ook P.’s echtgenote en zijn zoon Andy (33) die sinds juli 2003 eveneens als piloot in dienst is van Transavia.

Op het vliegveld van Valencia werd P. om kwart voor vier uit de cockpit gehaald en kon het toestel na een vertraging van enkele uren met een nieuwe gezagvoerder terug naar Amsterdam.

’s Avonds, bij P.’s woning in Zuidschermer (Noord-Holland), meldden zich leden van het Team Internationale Misdrijven van de Nationale Recherche. Het huis werd doorzocht, documenten in beslag genomen.

Meer over