Juristen hekelen onderzoek naar terugkeer Brinkman

K. de Vries was niet de aangewezen persoon om de mogelijke terugkeer van de geschorste Rotterdamse korpschef Brinkman te onderzoeken....

Van onze verslaggever

DEN HAAG

Ook Van Voss' collega's J. Naeyé van het Centrum voor Politiewetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam en P. van der Heijden van de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam zijn kritisch over De Vries. De voormalig directeur van de Vereniging van Nederlandse gemeenten en voorzitter van de Sociaal-Economische Raad concludeerde vorige week dat er het nodige schort aan Brinkmans communicatieve vaardigheden en tactisch inzicht. Volgens De Vries treft het Rijnmonds bevoegd gezag, dat in juni het vertrouwen in Brinkman opzegde, geen blaam.

Vandaag spreekt minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken met Brinkman over het rapport van De Vries. Donderdag debatteert de Tweede Kamer over de kwestie.

'De Vries heeft vanuit het perspectief van de burgemeesters onderzocht of de terugkeer van Brinkman naar het Rotterdamse korps mogelijk was', zegt hoogleraar Heerma van Voss. 'Hij had de opdracht niet moeten aanvaarden. Dat had beter een onafhankelijk persoon kunnen zijn, die thuis is in arbeidsverhoudingen.'

Zijn collega Van der Heijden: 'Je ziet nu dat het openbaar bestuur gemakkelijker omgaat met de regels van zorgvuldigheid dan juristen. En De Vries is meer bestuurder dan jurist.'

Van der Heijden doelt daarmee op de uitspraak van de bestuursrechter, een maand geleden, dat de Rijnmondburgemeesters en Dijkstal onzorgvuldig hebben gehandeld.

'Het vonnis staat bol van de verwijten. Belangrijk is dat de onafhankelijke rechter de bestuurders op de vingers heeft getikt. Maar nu tikt De Vries de rechter op de vingers. Dat kan niet de bedoeling zijn. Zo kun je wel bezig blijven.'

Heerma van Voss: 'De Vries heeft de kwestie vanuit het bestuurlijk perspectief bekeken.' Volgens Naeyé maakt het rapport daardoor 'een onevenwichtige indruk'. Hij vindt dat De Vries de opdracht niet had moeten aanvaarden. 'De Vries heeft van tevoren aangegeven het belachelijk te vinden als Brinkman zou terugkeren. Zo'n opdracht moet je wel met liefde doen.'

De wetenschappers zijn van mening dat Dijkstal had moeten ingrijpen in de kwestie. De Politiewet gaf hem daartoe volgens Naeyé de mogelijkheid. De klacht van Brinkman is dat hij na het opzeggen van het vertrouwen in een vergadering op 2 juni geen echte kans op wederhoor heeft gekregen.

De Vries vond dat niet nodig, omdat het in de vergadering voor Brinkman al duidelijk was dat hij zich moest schikken naar het bevoegd gezag.

' Brinkman had de kans moeten krijgen op wederhoor', meent Heerma van Voss.

Een nieuw onderzoek vinden de hooggeleerden niet zinvol. 'Dijkstal moet met Brinkman een schikking treffen, met de uitspraak van de rechter als uitgangspunt', vindt Van der Heijden. 'Dat kost wel veel geld en dat kan politieke gevolgen hebben.'

Van der Heijden doelt op de gouden handdruk van de Amsterdamse ex-procureur Van Randwijck. Die was tijdens de IRT-affaire in ongenade gevallen, waardoor hij werd gedwongen te vertrekken. Van Randwijck kreeg een half miljoen gulden en zeven jaarsalarissen.

Minister Sorgdrager van Justitie kwam daarmee in de problemen, omdat de Tweede Kamer het een veel te hoog bedrag vond voor iemand die had gefaald. Maar deskundigen in het arbeidsrecht, zoals Van der Heijden, spraken van een reëel bedrag. Voor Brinkman wordt gedacht aan een bedrag van acht à negen ton.

Meer over