AnalyseSrebrenica

Juridische strijd om Srebrenica gaat nog jaren duren

De Moeders van Srebrenica na afloop van de uitspraak van de Hoge Raad in de cassatieprocedure van de zaak van de Moeders van Srebrenica tegen de Nederlandse Staat.Beeld Freek van den Bergh / De Volkskrant

Achtduizend Moslimmannen en -jongens werden in Srebrenica vermoord. Nabestaanden en Dutchbatters zijn nog altijd verwikkeld in een juridische strijd met de overheid. Welke juridische gevechten worden er nog om Srebrenica gevoerd?

De nabestaanden

Duizenden mannen, vrouwen en kinderen hadden in juli 1995 hun toevlucht gezocht tot de basis van Dutchbat III. De meeste mannen ontvluchtten Srebrenica aan de vooravond van de beslissende aanval door de Bosnische Serviërs. Meer dan 300 moslims die daarna nog op de compound  verbleven, werden door de Nederlandse blauwhelmen buiten de poort gezet.

Begin dit jaar stapte de stichting Moeders van Srebrenica naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. In hun juridische gevecht tegen de Nederlandse overheid waren alle andere rechtsmiddelen uitgeput. De hoogste rechter, de Hoge Raad, had in juli vorig jaar bepaald dat de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat voor de dood van de ruim 300 mannen 10 procent bedroeg. Eerder had het gerechtshof in Den Haag gezegd dat de overlevingskansen van deze 300 moslims op 30 procent moesten worden geraamd. De Nederlanders hadden volgens de rechters kunnen weten dat de mannen mishandeld of zelfs gedood zouden worden.

De advocaten van de Moeders van Srebrenica, die zo’n zesduizend personen vertegenwoordigen, waren verrast. Noch bij het gerechtshof noch bij de Hoge Raad was er in de procedure gesproken over de vraag of de mannen nog hadden geleefd als ze op de compound mochten blijven. Een ‘kansberekening’, om het cynisch te zeggen. ‘De staat wilde niet met ons in gesprek’, zegt advocaat Simon van der Sluijs. Volgens Van der Sluijs hebben de nabestaanden zich ook tot het hof in Straatsburg gewend omdat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) het recht op leven en een verbod op onmenselijke behandeling bevat.

Het kan, met het jubileum van het Srebrenica-drama in zicht, geen toeval zijn dat het ministerie van Defensie vorige week een onafhankelijke commissie van experts in het leven riep. De driekoppige commissie buigt zich over de hoogte van de schadevergoeding voor de nabestaanden van de 300 mannen. Het drietal is benoemd voor een periode van tweeënhalf jaar. Advocaat Van der Sluijs verzucht: ‘Het duurt allemaal wel erg lang.’ De rechtszaak bij het Europees Hof kan ook nog wel meer dan een jaar duren. ‘Na meer dan  twaalf jaar procederen hebben de nabestaanden nog geen cent gezien‘.

De Dutchbatters

Nadat toenmalig ministers van Defensie Jeanine Hennis op Veteranendag 2016 had gezegd dat de missie in Srebrenica bij voorbaat tot mislukken gedoemd was, sloten Dutchbat III-veteranen zich aaneen voor een rechtszaak tegen de staat. Ze eisten eerherstel, excuses en een ‘symbolisch bedrag’: duizend euro per persoon per jaar sinds het verstrijken van de tragedie. In 2017 telde de groep ruim 200 personen. Defensie kondigde in 2018 een onderzoek ‘naar de problemen van Dutchbat-veteranen’ aan, waarna de groepsclaim werd opgeschort. Daarmee is de juridische strijd nog niet per se ten einde, zegt advocaat Michael Ruperti, destijds een van de initiatiefnemers. Hij is nog altijd ‘in gesprek’ met Defensie, in de persoon van de landsadvocaat. Ruperti wacht met smart op de uitkomst van het onderzoek ‘dat nu al zo’n twee jaar duurt’. Het onderzoek wordt uitgevoerd door ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. ‘We willen weten hoe het nu met de veteranen gaat en wat hun wensen zijn op het gebied van zorg, erkenning en waardering’, staat op de website. Via individuele interviews en groepsgesprekken probeert het kenniscentrum de situatie in kaart te brengen. Door de coronacrisis heeft het onderzoek vertraging opgelopen, waardoor het onduidelijk is of het nog dit jaar kan worden afgerond – zoals de bedoeling was. Afhankelijk van de uitkomsten wil advocaat Ruperti met Dutchbatters overleggen over een eventuele nieuwe claim. Ook de verguisde Dutchbat-commandant Thom Karremans wil nog altijd excuses en rehabilitatie. 

Ratko Mladic

Vanuit zijn cel in Scheveningen voert ook de vroegere Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic nog een juridische strijd. Niet tegen de staat, maar tegen het vonnis dat het Joegoslavië Tribunaal in 2017 velde: levenslang wegens genocide, misdaden tegen de menselijkheid en schendingen van het oorlogsrecht. Onmiddellijk liet hij weten dat hij in beroep zou gaan. Het tribunaal is inmiddels opgeheven, maar zijn zaak dient bij de opvolger ervan, het MICT (Mechanism for International Criminal Tribunals) in Den Haag. In maart van dit jaar zouden de eerste zittingsdagen in hoger beroep zijn, maar die werden geschrapt omwille van de slechte gezondheidstoestand van Mladic. De zaak kan jaren duren.

Meer over Srebrenica

‘Een doorsnee-Nederlands gezin, dat wilden mijn ouders na Srebrenica zijn’
De genocide van achtduizend mannen en jongens in de Bosnische enclave Srebrenica, zaterdag 25 jaar geleden, markeert het tragische dieptepunt van de Joegoslavië-oorlog. Gedurende de gehele oorlog sloegen zo’n 1,3 miljoen mensen op de vlucht naar het buitenland. Velen vonden een veilig heenkomen in Nederland. Hoe is het hen sindsdien vergaan?

Nederland wilde de zomerpret niet door Srebrenica laten vergallen
Juli 1995 begon met veel gemengd nieuws en een beetje Srebrenica. Een paar weken later, na de massamoord op zo’n achtduizend Bosniërs, was Srebrenica een nationaal trauma. De militairen van Dutchbat werden gedegradeerd van helden tot medeplegers.

Meer over