Junks op de boerderij

In Waterland werken (ex-)verslaafden uit Amsterdam in de kassen. Wie zijn best doet, kan een baan krijgen. ‘Ik hou van de landbouw, man.’..

Waterland. Weinig namen zijn zo treffend gevonden. In Waterland, ten noorden van Amsterdam, valt woensdagochtend de regen in dikke stralen uit een volledig grijze hemel. Drie junks uit Amsterdam-Zuidoost kijken er beteuterd naar. Sinds kort werken ze via de Stichting Streetcornerwork Amsterdam een dag per week op een boerderij in Ilpendam, Waterland.

Maar: plattelandslucht is gezond. Ook bij regen, en ook voor het drietal dat zojuist letterlijk ziek, zwak en misselijk uit het bestelbusje kwam geklauterd. Hun lichamen laten het nog een beetje afweten, maar de werklust liegt er niet om. Dat blijkt enkele koppen muntthee en een paar zware shaggies later, als ze dapper aan de slag gaan. Eerst in de kassen en als de regen ophoudt op het land. In hun regenjassen, overalls en rubberlaarzen zijn ze niet te onderscheiden van ‘echte’ landarbeiders. Wieden, schoffelen, steken, zaaien, plukken, schoonmaken: voor twaalf euro en een baal shag per dag doen ze het allemaal.

‘Er kleeft een stigma aan deze mensen, maar als je met ze werkt zijn ze heel normaal’, zegt Caro van der Meulen van het Amsterdamse restaurant De Kas, eigenaar van de kwekerij in Ilpendam. Bij De Kas staat respect voor de natuur voorop. Maatschappelijke verantwoordelijkheid willen ze bij het restaurant ook nemen. Toen werd gevraagd mee te werken aan het verslaafdenproject, was er geen aarzeling. ‘Maar we zijn vooral een werkgever, geen activiteitencentrum’, zegt Van der Meulen. ‘We runnen een bedrijf en er gelden strenge regels. Er mag hier niet gebruikt worden en wie iets flikt, ligt eruit. Maar wie zijn best doet, kan doorgroeien naar een baan of een opleiding.’

Dat is ook waar (ex-)gebruiker Gerardus van droomt. ‘Ik hou van de landbouw, man’, zegt hij. Vroeger, op Curaçao, volgde hij cursussen over landbouw en handelde hij in planten. In Nederland is alles anders gelopen dan hij had gedacht. Zijn kind overleed, hij raakte aan de drugs en belandde in de gevangenis. Sinds een maand is hij vrij en vrijwel afgekickt. ‘Ik heb nog steeds geen uitkering, dus ik heb dit baantje nodig. Maar ik doe ook kennis op. Ik heb zestien jaar niets met landbouw gedaan, maar wil er graag mee verder.’

Vandaag is echter niet zijn dag om verder te komen. Hoewel hij al vijf dagen ziek is, is hij deze ochtend toch opgestaan om te werken. Maar na de lunch wint de griep het van zijn arbeidsethos. In een van de kassen strekt hij zich uit op de stenen vloer en is direct vertrokken.

‘Ach, je ziet wel eens wat door de vingers’, zegt Van der Meulen. ‘Soms zijn ze zelfs helemaal dopey als ze hier verschijnen. Daar houd je rekening mee. Nu blijven ze in elk geval van mijn fiets af.’

Meer over