Jungle

Buiten is het grijs, binnen zet ik, voor het eerst dit najaar, bij het opstaan de verwarming aan. Echt een maandag om thuis te blijven....

De gordijnen open, koffie, ontbijt, krantje.

Ik zit nog niet of een winterkoninkje meldt zich in de spar in de binnentuin. Hij ziet mij niet, ik hem wel, op 2 meter afstand. Dan landt een houtduif op een tak van de spar. Even later komt zijn partner gezellig naast hem zitten. De tak buigt nu vervaarlijk door. De duiven speuren het balkon af naar eetbaar spul.

De vaste geluiden van de maandag: zaagmachines, schuurmachines, getimmer. Altijd wordt er wel iets gebouwd of verbouwd. Maar de merels en de groepjes mezen hoor ik erbovenuit. Net als het gekwetter van de eksters en het gekrijs van de halsbandparkiet. Voor het huis, in het water van het kanaal, kwaakt een eend.

Achter de computer.

En weer opstaan.

Buiten breekt er paniek uit. Een Vlaamse gaai en twee merels vliegen gealarmeerd op. In de verwilderde tuin van de onderbuurman sluipt de boosdoener tussen de hoog opgeschoten struiken en brandnetels: een rode kater. Het lijkt wel jungle.

Ik open de balkondeuren, de kat kijkt verschrikt op. Een tijdje blijft hij onbeweeglijk naar me kijken, een voorpootje wat opgetild. Dan mauwt hij en verdwijnt via de afrastering naar de buren.

Toen ik nog rookte, stond ik hier vele keren per dag, het hele jaar door, soms met de winterjas aan en de muts op. Ik leerde vogels kijken op beginnersniveau. Op een gegeven moment ging mijn kijkertje (made in China) mee, en mijn vogelboekje. Ik ontdekte de verschillen tussen de koolmees, de pimpelmees en de staartmees. En het verschil tussen mannetjes en de vrouwtjesvink. Zeker dertig soorten vogels hielden zich, vaak of minder vaak, zomaar op in de binnentuinen achter mijn huis. Op een mooie nazomerdag kreeg ik de grote, bonte specht in het vizier. Sensatie.

Twee weken terug zat er trouwens een specht in de populier voor het huis. Ik pak mijn kijkertje en loop naar erker aan de straatkant. Geen specht. Ook geen boomklevertje. Wel kraaien en meeuwen. En een reiger op een meerpaal.

Om twaalf uur klinkt de sirene. Rond enen begint het te motregenen. Ik kan er niet treurig van worden. Vogel- en bomenboekje komen tevoorschijn. Ik loop nu op en neer, van de straatkant naar het balkon en terug, met de verrekijker om mijn nek. En af en toe naar de computer.

Ha, ik determineer twee lijsterbessen in de binnentuinen. Typisch bomen die pas in de herfst opvallen. Dan springen de rode, grote vruchten uit het loof naar voren, zo zegt het bomenboek. Weer wat geleerd. Noteren maar.

Druk, druk, druk.

Meer over