Julidans

Tragédie door Compagnie Olivier Dubois

Nederlandse tournee, seizoen 2014/2015

De tegendraadse dans is niet altijd bevredigend, wel interessant.

De 23ste editie van Festival Julidans is ruim een week bezig en de vraag: 'is dit nog dans?' blijft vanaf de opening door de wandelgangen gonzen. Opvallend veel voorstellingen neigen naar theater(dans), mime en bewegingstheater: choreografen zetten beweging in, niet om de virtuositeit van hun dansers aan te spreken, maar om (vaak ironisch) commentaar te leveren of (soms confronterende) statements te maken. Die tegendraadse dans maakt het festival niet altijd bevredigend, maar wel interessant.

Tijdens de eerste veertig minuten van Tragédie, van de Franse eigenzinnige choreograaf Olivier Dubois, dringt die vraag zich nadrukkelijk aan de toeschouwer op. Moet je een professionele danser zijn om bijna driekwartier (!) naakt (!) heen en weer te lopen, vanuit de diepte van het podium naar voren, twaalf stappen voorwaarts, twaalf terug.

Negen vrouwen en negen mannen, strak afgetraind op een volumineuze dame na, herhalen hun loopje, blik op oneindig, zonder elkaar te raken. Dan valt langzaam het intrigerende ritme op: twaalfvoetige Alexandrijnen waarbij de dansers met hun tenen de grond raken op een echoënde dreun. Alsof ze het onheilspellende lot tegemoet lopen waarvan de trom woordeloos kond doet.

Tics sluipen binnen. Een danser struikelt, een ander trekt met zijn arm. Sommigen hebben vergelijkbare stuiptrekkingen alsof ze familie zijn. Steeds heftiger wordt de elektronische geluidswal, steeds sterker de groepsstructuur. Ze heffen hun armen, houden handen geschrokken voor het gezicht, steken diagonaal over of glijden gecontroleerd onderuit. De dikke rossige dame en de enige donkere danser vallen op: een koppel, Adam en Eva?

Nooit is er enige compassie of interactie tussen de dansers. Geen tedere aanraking, geen blik van verstandhouding. Af en toe een voorzichtige glimlach. Mensen zijn het. Maar nauwelijks menselijk. Dat is wat Dubois zijn publiek knap duidelijk maakt. Dat we mensen zijn, maakt ons nog niet vanzelfsprekend menselijk. Daarvoor moeten we een stap zetten naar de ander. Zonder dat blijft een tragedie over.

De titel Tragédie indachtig ontdek je verwijzingen in de structuur naar de klassieke opbouw van een Griekse tragedie: de eerste veertig minuten symboliseren koren die de situatie becommentariëren, de geschrokken bewegingen verwijzen naar orakels, het voeren naar de catharsis, enzovoorts.

Het is puzzelen maar voor de tragediekenner een leuke uitdaging. Echter ook zonder die analogie komt dit strak geslepen brok naaktheid als een klapstuk op je af. Naar het slot toe zwelt alles samen: het massieve geluid, de dansers die alsnog naar elkaar worden toegezogen, hun op de vloer klappende lijven, hun veerkracht. Ze lijken godenzonen. Pas na afloop, met kleren aan, ogen ze kwetsbaar.

undefined

Meer over