Julianadorp

Soms is het alsof we in een gedicht wonen. Opperdoes, Hoge Kwel, Zingende Wielen...

Noord-Holland dus.

Balgzandkanaal, Koegras, Julianadorp – iets ten zuiden van Den Helder. Klein dorp tegen de duinen, omringd door bollenvelden – geel van de narcissen, paars van de krokussen. Veel vlaggen halfstok bij de boerenbedrijven langs de smalle, rechte weg die langs een smalle, rechte sloot naar de dorpskern voert.

In het centrum: een lege muziekkapel – wat is daar toch zo ontroerend aan? Het idee natuurlijk, dat op een warme zomeravond een man op een tuba gaat spelen. Een paar bankjes eromheen, prullenbakken.

Blokker, Aldi, café Prins Hendrik.

Nieuwendieper Vis (kwaliteit is onze reclame), Ontmoetingskerk (grote driekleur naast de deur), Rabo, Stomerij Neptunus, bloemenzaak De Wit die ook kistjes viooltjes en kunstig beschilderde klompen verkoopt. Bakkers Dunselman en Visser.

Precies tegenover de muziekkapel, naast De Hairboutique, een winkel die Verspark heet. Geen bedrijvigheid in de winkel, nog niet open – wachtend op de zomer (al staan de eerste auto's met Duitse nummerborden al op het pleintje).

Tegen de gevel van Verspark staat een ladder, op de ladder staat een schilder van Noord-Holland-Noord Schilderwerken. Zijn auto staat op de oprit, de deur open, de radio aan. Dido zingt White Flag: 'I will go down with this ship'. Een mooi liedje, zeker op een dag als deze. De schilder krijgt gezelschap van zijn vrouw; ze arriveert in een oude Mazda en heeft een thermosfles koffie bij zich. Dido is klaar en Robbie Williams schalt over het pleintje.

Die kan zingen!

Elders in het land, zo bericht een andere radio dan die van de schilder, staat Kees Groot – bij de poort van het Instituut Defensieleergangen, om precies te zijn, niet ver van Delft. Rob Trip schakelt naar hem over:

'En Henk, de koningin al gezien?'

Henk heeft haar gezien, in het wit, zojuist besteeg zij samen met haar zussen een glazen galaberline. Ook heeft Henk Groot een bloemenbrik gezien, met veel witte bloemen en linten in rood, wit en blauw.

De schilder komt van zijn ladder af. Met zijn vrouw aan zijn zijde bewondert hij het pandje van Verspark; het staat strak in de witte verf, de kozijnen zijn donkergroen. Ze zingen samen met Robbie Williams mee, eventjes.

Aan de zuidkant van Julianadorp, voorbij de vakantiebungalows van Landall, laat een man een andere man van de zon genieten; laatstgenoemde ligt vastgesnoerd op een instituutsbed op wielen. De ander duwt hem voort over het slingerende schelpenpad van een psychiatrisch ziekenhuis. In de verte raast de N9 naar Alkmaar.

Daarmee zijn we terug in het gedicht: 't Zand, Groote Keeten en bij Stolpen de Stolpervlotbrug – daar heeft het Noordhollandsch Kanaal een vertakking die in de richting van Schagen en Schagerbrug loopt – en over dát kanaal is een oude ophaalbrug zichtbaar waar de mooiste driekleur van deze dinsdag wappert, halfstok, uiteraard, maar machtig boven het glinsterende water en golvend in de wind. Wat een land, zo klein en toch een gedicht.

Meer over