Judosuccessen doen gekrakeel verstommen

Grote verzoendag zal het nooit worden in het Nederlandse judo, maar de drie gouden medailles van Birmingham brachten het gekakel in ieder geval tijdelijk tot zwijgen....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

BIRMINGHAM

Het succesvolle, zij het abominabel slecht bezochte toernooi van Birmingham bood bondscoach Cor van der Geest een uitgelezen kans om terug te bijten naar de 'andere goeroes' van het nationale judo, maar hij blafte niet eens.

Vier 'bronzen' judoka's kreeg de Nederlandse equipe (Jessica Gal, Monique van der Lee, Danny Ebbers, Ben Sonnemans) en ook onder hen bevonden zich twee leden van Kenamju, de Haarlemse vereniging van Van der Geest. Maar het was geen aanleiding voor hem zijn gal te spuwen of zijn pauweveren op te zetten. Integendeel, bijna ingetogen vroeg hij om krediet, om vergiffenis zelfs.

Dat had alles te maken met de uiterst onverwachte titel die zijn beschermeling Maarten Arens behaalde in de klasse tot 86 kilo. Arens was tijdens de recente Open Nederlandse titelstrijd in Den Bosch het middelpunt van een onverkwikkelijke aanvaring tussen Van der Geest en Chris de Korte, de coach van Angelique Seriese en Mark Huizinga.

Volgens Van der Geest trad Huizinga ten onrechte aan in de voor hem ongewone klasse tot 78 kilo. Arens' uitzicht op EK-deelname, dacht Van der Geest, wordt bewust belemmerd. En hoewel Arens Huizinga versloeg en zich wel degelijk plaatste voor het EK, bestond de bondscoach het toch om De Korte's pupil een 'onderkruiper' en De Korte zelf 'schorem' te noemen.

Arens werd destijds tweede, omdat hij geen schijn van kans had tegen de virtuoze Koreaan Ki-Young Jeon. Toen de 23-jarige debutant zaterdag zijn eerste grote internationale triomf vierde, waren dan ook twee dingen duidelijk. Ten eerste dat het Europese judo-niveau bij de mannen betrekkelijk weinig zegt over de mondiale of Olympische vehoudingen, en dat vervolgens - in nationale gelederen - Van der Geest wel móest terugkomen op de gebeurtenissen in Den Bosch.

'Ik ben een heel rare kerel', klonk het deemoedig, 'ik wou dat ik die emotionele uitbarstingen eens kon afleren. Ik loop over een dun streepje en daar ga ik wel eens overheen. Maar de andere kant is dat ik door mijn felheid judoka's zo onder druk zet dat ze vijf seconden voor het einde een partij kunnen beslissen. Mag ik dan een beetje krediet?'

Van der Geest bleek Huizinga - de te gretige stilist werd in Birmingham ongelukkig vijfde - zijn verontschuldigingen aangeboden te hebben, maar ten aanzien van De Korte had hij daar 'geen behoefte aan'. Mogelijk dat de tuchtcommissie hem ertoe moet dwingen. Die doet binnenkort uitspraak en de schuldbewuste Van der Geest verwacht straf: 'Misschien moet ik naar Santiago lopen.'

Op z'n minst kan bevestigd worden dat Van der Geest een geweldig meelevende 'kerel' is. Als Jessica Gal haar enorme emoties van spanning en vreugde poogt te verwoorden, schroomt Van der Geest niet om van afstand te schreeuwen wat voor een kanjer ze is. En als Ben Sonnemans voor het eerst in zijn lange loopbaan een medaille haalt, huilt hij hard met de reus mee. Zo sterk is de betrokkenheid bij zijn eigen pupillen. Niet verwonderlijk dus dat die betrokkenheid nogal eens conflicteert met zijn functioneren als (vrouwen)bondscoach.

Ook tijdens de finales van Maarten Arens en Ben Sonnemans, de jongen die al van jongsafaan bij Van der Geest traint ('Bijna vader en zoon zijn we') stond hij achter mannencoach Willem Visser luidruchtig mee te coachen. Dat de judoka's geenszins van hun stuk werden gebracht door deze herhaaldelijke spraakverwarring, dwong respect af. Het hele EK was trouwens een kakafonie van schorre aanwijzingen. Andere aanmoedigingen waren bij gebrek aan een lekenpubliek niet te horen.

Nederland was de enige natie met drie overwinningen. Het hadden er zelfs vijf kunnen zijn als Monique van der Lee en Jessica Gal hun titel van vorig jaar hadden geprolongeerd, maar beiden misten de topvorm. Tekenden in Gdansk alleen vrouwen voor het goud en haalde Mark Huizinga als enige man brons, in Birmingham kwam de rest van een in doorsnee (zeer) jeugdige generatie naar voren. Met als speerpunt natuurlijk Arens. Het was voor het laatst in 1991 geweest dat Nederlandse mannen (Meijer en Wurth) hadden gezegevierd.

Wie in de categorie tot 86 kilogram in Nederland voor een EK wordt uitverkoren, behoort bijna vanzelf tot de titelgegadigden, want in geen andere klasse is het gedrang zo groot. Arens leverde het bewijs voor de oude stelling dat onderlinge concurrentie een noodzaak is. De heao-student ('Ik heb er enorm voor moeten knokken') was nog niet echt doorgestoten, hoewel hij bij Europese jeugdkampioenschappen ooit tweede en derde was geworden, maar hij greep de eerste de beste mogelijkheid aan.

Op zijn zesde in zijn geboorteplaats Wognum met judo begonnen, wendde Maarten Arens zich drieënhalf jaar geleden tot Van der Geest en werd hij een typische vertegenwoordiger van het moderne judo.

Het gaat tegenwoordig vooral om de 'pakking', het grijpen naar het judopak, om kracht en om vechten. Arens erkende dat ook, hij had weinig moois gezien. Misschien kwam dat doordat een aantal grote judoka's het kleine EK als verplichte kost zag en zich volledig richt op de wereldtitelstrijd van september in Japan, waar Olympische kwalificatie is te verdienen.

In Birmingham stuitte Arens niet op de allergrootsten uit zijn klasse en ook in andere opzichten had hij niet over geluk te klagen. In de halve finale leek de Fransman Carabetta sneller, gladder en explosiever, maar evenals in de eindstrijd zou het geduld en enorme doorzettingsvermogen van Arens de doorslag geven.

Het tekende de eerlijkheid van de Nederlander dat hij de straf die de Georgiër Djikovraouli in de finale kreeg 'nergens op vond slaan'. De Georgiër verkoos hij trouwens verre boven de Rus Majoerenko, van wie hij nog nooit had gewonnen, en die tot zijn vreugde niet verder dan de halve finale was gekomen.

Arens, een doorgaans 'rustige jongen' in wie voor een duel de agressie als een storm opkomt, verwierf zich dus ten onrechte een licht voordeel en dat schopte zijn strategie, gebaseerd op een grondgevecht in laatste instantie, zelfs in de war. Toch kreeg hij zijn opponent ondanks vergeefse eerdere pogingen tenslotte in een houdgreep die hij 'wel de hele dag had kunnen vasthouden'. De eerste emotionele taferelen in het kamp van Kenamju konden volgen.

Nog heviger waren die toen ook Jenny Gal in de klasse tot 61 kilo de Europese titel veroverde. De oudste van de twee zusjes (25) was lang de wanhoop nabij geweest, omdat ze steeds verder leek af te raken van het rechte spoor. Ingrijpen van Van der Geest werd nodig en 'bakken en emmers' huilden ze samen vol voordat Jenny Gal weer in zichzelf geloofde.

De eerste resultaten werden pas onlangs zichtbaar, onder meer bij de Open NK. En in Birmingham haalde ze dan eindelijk haar eerste grote titel. Ze kroop enkele malen door het oog van de naald, zoals Van der Geest toegaf, maar versloeg in laatste instantie met een overname (ippon) zelfs de Britse Bell, die in haar vorige partij bijna letterlijk haar tegenstandster Novgorodseva had doen stikken. De Russin was door de 'bloedverwurging' enkele ogenblikken buiten bewustzijn.

Jenny Gal werd op het erepodium geflankeerd door drie voormalige wereldkampioenes, getuigen van haar uiteindelijke verlossing. 'Dit is heel speciaal voor me. Het heeft er zo lang ingezeten maar het kwam er niet uit. Je kunt niet op commando zelfvertrouwen krijgen. Van der Geest heeft me uiteindelijk een spiegel voorgehouden. Ik vluchtte voor de spanning. Ik kan nu veel dieper gaan, ook in de training.'

Enige steun kreeg ze daarbij ook van Loes de Ridder, een sportpsychologe in dienst van NOCNSF die bijdroeg aan het verdwijnen van de paniek. Want Jenny Gal, kortelings afgestudeerd in de bewegingswetenschappen, moet overzicht hebben, en controle, anders is de paniek bijna onvermijdelijk. Slechts twee keer (in 1988 en 1989) haalde ze EK-brons en de bevrijding van zaterdag was dan ook begrijpelijk.

Samen een titel hebben de Gallen nog nimmer behaald en dat gebeurde ook niet in de National Sport Arena van Birmingham. Maar om haar derde plaats was Jessica Gal minstens even aangedaan. Een schouderblessure, opgelopen bij de Open Franse, dwong haar wekenlang tot inactiviteit en een gebrek aan wedstrijdritme was vermoedelijk de oorzaak van enkele zeer matige voorpartijen.

In de halve finale kreeg ze totaal geen vat op de Spaanse Fernandez en alleen al de gedachte dat ze geen medaille zou halen boezemde haar zo veel angst in dat ze voor de strijd om het brons tegen de Française Petit tot in de tenen vol met spanning zat, en niet met gif zoals Van der Geest het wil. Met een razendsnelle beenworp won ze echter de 'kleine' finale en de 'ontlading' was des te groter. Minutenlang stroomden de tranen over het gezicht.

Ben Sonnemans en Danny Ebbers waren sneller hersteld maar ook zij waren bepaald niet onbewogen. Nog een uur lang schudde Sonnemans, die in de halve finale in de open klasse wegens inactiviteit had verloren van de Hongaarse mastodont en latere winnaar Csosz, maar die terugkwam tegen de Spanjaard Perez, zijn hoofd in ongeloof. 'Eindelijk, eindelijk,' zei hij, denkend aan vijf eerdere vijfde plaatsen, 'dit was de stap die nodig was. Dit is brons met een gouden randje.'

De zeer jonge Danny Ebbers leverde ook een prestatie van formaat. In de klasse boven 95 kilo versloeg de Nijmeegse revelatie Csosz nota bene met ippon, na eerder de Poolse gigant Kubacki te hebben weggezet. Hij hoefde pas in de halve finale te wijken voor de latere winnaar Kossorotov, maar haalde alsnog brons.

De enige medaille die zeer nuchter, slechts met een opgestoken vinger, en bijna vanzelfsprekend in ontvangst werd genomen was de gouden van Angelique Seriese. In de open klasse had ze slechts drie partijen nodig om haar zevende Europese titel te behalen. Waarmee ze de absolute recordhoudster in het vrouwenjudo is geworden.

In de Olympische race met Monique van der Lee in de categorie +72, waarin de pupil van Peter Ooms brons behaalde, lijkt Seriese een bijna onoverbrugbare voorsprong te hebben genomen. Seriese die in de halve finale zowat de arm brak van de Duitse Köppen, schreef de successen van Birmingham - alleen in 1991 waren er meer medailles - onder meer toe aan de uitstekende verhoudingen tussen de judoka's onderling. Nu de coaches en bestuurders dus nog.

Meer over