Joyce's Ballingen te moeilijk voor acteurs De Jager

Ballingen van James Joyce, door het Noord Nederlands Toneel. Regie: Evert de Jager. Groningen, Machinefabriek, 24 mei. Herhalingen t/m 31 mei....

Het enige toneelstuk van James Joyce, Ballingen, ging de schrijver opvallend ter harte. Hij heeft zich jarenlang beijverd om het opgevoerd te krijgen, maakte zich druk om vertalingen en was in alle staten toen de voorstelling in München een fiasco werd.

Kwam dat door het autobiografische karakter van het stuk of hoopte hij als bewonderaar van Ibsen op erkenning als toneelauteur?

Vier jaar geleden zagen we hier een memorabele Vlaamse enscenering met acteurs als Frieda Pittoors en Josse de Pauw. Nu regisseert Evert de Jager het stuk bij het Noord Nederlands Toneel. De spelers zijn jonge acteurs uit zijn vaste ensemble. Makkelijk hebben die het niet met de literaire dialogen van Joyce, die meer thuishoren in een roman dan op het toneel.

Een schrijver, Richard, en zijn vrouw Bertha zijn juist teruggekeerd van een verblijf in Italië, een vrijwillige ballingschap. Terug in Dublin wachten Beatrice en Robert hen op. Met Beatrice, zijn muze, heeft Richard intensief gecorrespondeerd. Robert is Richards jeugdvriend, die nog altijd een hartstochtelijke liefde voor Bertha koestert.

Om deze dubbele driehoeksverhouding draait het. Bertha is een vrouw van gewone komaf die, in tegenstelling tot Beatrice, van de literaire wijsheden die haar man debiteert weinig begrijpt. Het is niet moeilijk in haar Joyces geliefde Nora te zien. Richard toont veel gelijkenis met Joyce zelf.

Wat een banaal liefdesdrama lijkt, is in de grond een ideeënstuk: het gaat Joyce om de vraag in hoeverre een mens vrij kan zijn en een ander vrij kan laten. Kan hij zijn bezitsdrang en jaloezie de baas? Richard drijft zijn vrouw in de armen van zijn vriend en Bertha lijkt het slachtoffer te worden van dat experiment. Elk woord, elke zoen van Robert biecht zij op aan haar man.

Richard laat haar vrij, als een patriarch die elke stap controleert. Bertha verlangt die vrijheid niet, ze is trouw aan haar man. Maar ook Richard zelf kan de vrijheid niet aan. Bovendien zal hij nooit weten wat zich precies tussen die twee heeft afgespeeld. Net zo min als wij: Joyce laat de ware toedracht in het midden.

Als Robert uiteindelijk besluit te vertrekken, blijven de echtelieden terneergeslagen achter. Richard heeft 'zijn ziel voor haar verwond' en Bertha huilt geluidloos. Hun zielsverbondenheid is een illusie. Ze zijn verstrikt geraakt in een warnet van emoties, 'ballingen' die elkaar niet kunnen bereiken.

In een klassiek decor oogt de voorstelling van het Noord Nederlands Toneel als keurig dames- en herentoneel. Strak geënsceneerd, bijrollen zijn geschrapt, het spel is van alle omhaal ontdaan. In de benauwdheid van een gelambrizeerde kamer houden de personages elkaar angstvallig in de gaten.

Die strakheid trekt een grote wissel op de innerlijke kracht van de spelers. De jonge acteurs zijn onvoldoende in staat de complexe filosofische taal leven in te blazen. Christo van Klaveren als Robert blijft veel te vlak en Fabiënne Meershoek (Beatrice) denkt dat je geheimzinnigheid suggereert door geen spier te vertrekken.

De enige in wie je onvoorwaardelijk gelooft is de Vlaamse actrice Caroline Rochlitz. Met haar frêle gestalte en haar stem vol emotie geeft ze Bertha een kwetsbare onverzettelijkheid mee. Uiteindelijk is ze niet meer dan een pion in de vriendschap tussen de twee mannen, en je hebt met haar te doen.

De dialoog in het tweede bedrijf over schuld en onschuld, over vriendschap en liefde, is de kern van het stuk. Daar komt ook Dennis Költgen een heel eind, als de broeierige, rusteloze schrijver. De Jager had er niettemin beter aan gedaan een stuk te kiezen met meer theatrale kracht. De eisen die Joyce stelt aan deze acteurs zijn wel erg hoog gegrepen.

Marian Buijs

Meer over