Journalistiek en het open vizier

Freek de Jonge belde boos op. Bij de gedachte dat hij 'langdurig was begluurd' door Cornald Maas van de rubriek Maas en Mensen, was hij bevangen door razernij....

Maas kon het weten, want toevallig zat hij tijdens die voorstelling slechts gescheiden door De Jonges echtgenote náást Freek. Menig journalist zou na afloop aan De Jonge hebben gevraagd waarom hij dan niet had gelachen.

Maar Maas vertelde mij dat hij 'niet benieuwd' was geweest naar het waarom. Dát Freek niet gelachen had, was naar zijn idee namelijk al veelzeggend genoeg geweest. De Jonge vindt overigens dat Maas ook zijn privacy heeft geschonden.

Voorts beklaagde de videokunstenaar Micha Klein zich bij de ombudsman over een observatie in Maas en Mensen op 27 augustus van dit jaar. Hij reageerde verstoord op deze passage: 'Die is vast net weer terug van een danssessie op Ibiza. Vol van drugs, óf van zichzelf, óf van beide, geeft hij zich geen enkele rekenschap van zijn omgeving en knalt hij zijn opgeheven armen, met riekend Ibiza-okselhaar, geregeld tegen me aan.' Klein noemde deze beschrijving 'volkomen bezijden de waarheid en onnodig kwetsend'.

De vraag is of de journalist, die immers oog-in-oog had gestaan met Klein, wel zeker wist dat de videokunstenaar vol drugs zat. Dat niet. Door echter de óf-óf zin te gebruiken had hij in het midden willen laten wat Kleins kennelijk te onstuimige gedrag had geprovoceerd tijdens de 'adrenalineshow' De La Guarda in Amsterdam Docklands. Net als Freek de Jonge merkte Micha Klein pas achteraf dat hij Maas en Mensen tegen het lijf was gelopen.

In de moderne journalistiek is een zekere vervaging tussen informatie en amusement bespeurbaar. Misschien kan ik beter zeggen dat informatie en amusement meer door elkaar gehutseld worden.

Maas en Mensen lijkt me wel een goed voorbeeld van zo'n mengsel: meer nadruk op menselijke en individuele aspecten van het nieuws, en wat de stijl van het verhaal betreft informeler, emotioneler; intiemer ook.

Maar betekent het vertroebelen van de scheiding tussen nieuws en vermaak ook dat het journalistieke fatsoen aan het wegsijpelen is? Of passen journalistieke gedragsregels niet zo goed bij het info-amusement in de krant?

Zo is er de regel dat de journalist degene over wie hij schrijft met open vizier tegemoet treedt. Mensen die door journalisten benaderd worden, hebben er dus recht op te weten met wie ze te doen hebben, en waarom. Alleen als zwaarwegende belangen in het geding zijn, mag daarvan worden afgeweken.

Een incognito werkende journalist opereert volgens de ethiek van het vak onder valse voorwendsels. Het is een uiterst onaangenaam idee als iemand die voor de krant een stukje moet schrijven, naast je zit en jou kan afluisteren en bespieden. En misschien speelt bij de ergernis ook een rol dat mensen uitgerekend van de Volkskrant niet verwachten dat zij dit soort journalistiek zou bedrijven.

Ik vind dat journalist Maas aan Freek de Jonge juist wél had moeten vragen waarom er geen lachje af kon. Eerst en vooral om zo duidelijk te maken dat hij voor de Volkskrant een stukje zou gaan schrijven. En verder omwille van de feiten. Want hoe kun je nou weten dat een uitgestreken smoel 'veelzeggend genoeg' is?

Er zijn toch nog talloze andere redenen mogelijk waarom een lach uitblijft: moe, kiespijn, zorgen, ruzie, een pestbui, een vervelende tegenvaller; of omdat Freek bijvoorbeeld geen lachebekje is? En als Freek de Jonge sneert over Caveman, lijkt het me voor de lezer ook wel interessant om de redenen die hij zou noemen te citeren.

Bij de klacht van Micha Klein is niet zozeer incognito verslaggeving het zere punt. In dat geval gaat het veel eerder over de vraag of hier sprake is van feitelijk onjuiste verslaggeving. Wat dat betreft: ik kan me goed voorstellen dat je je rot ergert aan iemands wild geraas. Maar in je ergernis in de krant over (onbewezen) drugsgebruik te reppen, heeft erg weinig meer met goede journalistiek te maken.

Meer over