Wereld van de waakhondLambert Kehven

Journalist Lambert Kehven moest onderduiken na zijn verslag van de opstand in Kameroen: ‘Nu bak ik broodjes’

Lambert Kehven (34), ondergedoken freelanceverslaggever voor commerciële zender Canal 2 International in Kameroen. Beeld Fieke Ruitinga
Lambert Kehven (34), ondergedoken freelanceverslaggever voor commerciële zender Canal 2 International in Kameroen.Beeld Fieke Ruitinga

In het kader van 100 jaar de Volkskrant spreken we internationale journalisten die op het scherp van de snede hun werk moeten doen. Aflevering 1: Lambert Kehven, die opzienbarend verslag deed van de opstand in Kameroen en vervolgens moest onderduiken.

Neergeslagen opstand

In de Engelstalige provincies Northwest en Southwest in het Franstalige Kameroen brak in 2016 een separatistische opstand uit die met harde hand werd neergeslagen door de regering van de 88-jarige president Paul Biya, die al 39 jaar aan de macht is. Het geweld duurt nog voort, en heeft aan duizenden burgers het leven gekost. Meer dan een half miljoen burgers zijn de regio ontvlucht. Maar over het conflict wordt nauwelijks meer bericht omdat kritische media worden vervolgd en internationale media niet welkom zijn.

Lambert Kehven (34), ondergedoken freelanceverslaggever voor commerciële zender Canal 2 International in Kameroen

‘Dit is nu mijn leven: ik bak broodjes. O man, wat mis ik mijn camera en microfoon’, verzucht de 34-jarige journalist Lambert Kehven als hij een rondleiding geeft in de bakkerij in een van de heuvelige buitenwijken van Yaoundé, de hoofdstad van Kameroen. Zware rook van de brandende houtovens op de rommelige binnenplaats prikt in de ogen en dringt de krappe donkere werkplaats binnen, waar zes mannen op een kluitje in sneltempo deeg kneden en broodjes rollen. ‘We verkopen wel tienduizend broden per dag’, zegt Kehven.

De bakkerij heeft Kehvens leven gered. Zonder de hulp van de eigenaren, die net als hij afkomstig zijn uit de Engelstalige regio van Kameroen, had hij het niet gered. Nu heeft hij tenminste een inkomen om zijn vrouw en 7-jarige zoontje te onderhouden, met wie hij in een krap kamertje in Yaoundé bivakkeert sinds zijn vlucht uit het opstandige zuidwesten ruim een jaar geleden. In Kumbo, waar zijn journalistieke loopbaan tien jaar eerder veelbelovend begon, was zijn leven aanzienlijk beter. ‘Ik had een groot huis met een erf, een auto en een bijna afbetaalde hypotheek.’

Dat was vóórdat hij eind december 2019 werd gearresteerd door het leger. Zijn ambitie om kritisch en objectief verslag te doen van de separatistische opstand was hem fataal geworden. ‘Ik kon mijn werk niet meer doen: ik werd door beide partijen als vijand of verrader gezien. De separatisten vonden dat ik hun strijd voor onafhankelijkheid moest steunen, de regering vond dat ik hun militaire acties moest prijzen. Dat is niet onze taak als journalist.’

Als kind wist Kehven al dat hij journalist wilde worden. ‘Mijn moeder had een radio waarop we altijd naar de BBC luisterden.’ Hij ging naar de school voor journalistiek, behaalde zijn diploma en begon als verslaggever bij het lokale radiostation van het Bui-district. ‘Ik berichtte over lokale dingetjes: een brand, de vernieuwing van het gemeentehuis of een zelfdoding. Het was mooi werk, het gaat om dingen die de gemeenschap aangaan.’ In 2014 werd hij tevens correspondent voor de nationale nieuwszender Canal 2 International. Drie jaar later zat hij plotseling als een van de weinige journalisten met zijn neus boven op de opstand die inmiddels aan duizenden mensen het leven heeft gekost en een half miljoen burgers op de vlucht heeft doen slaan.

Zijn ster rees snel. Dagelijks verscheen Kehven op nationale televisie met beelden van huizen die in brand werden gestoken door het leger, separatisten die gebouwen of legertrucks opbliezen of onschuldige burgers die door het geweld op straat werden gedood. Zijn film over een 13-jarig meisje dat door legerkogels om het leven kwam tijdens vreedzame demonstraties van leraren voor beter onderwijs, ging de wereld over. ‘Ik had niet eens de juiste spullen, mijn telefoon was alles in die tijd. Daarmee filmde ik wat ik zag en stuurde het dan door naar de studio voor montage.

‘Ik dacht lang: als we ons laten afschrikken door bedreigingen en bang zijn, betekent dat het einde van de journalistiek.’ Dus hij bleef proberen het conflict van beide zijden te belichten. ‘Maar wat ik ook deed, voor de ander was ik meteen de vijand. Als ik een legercommandant wist te spreken, beschuldigden de separatisten me ervan een verrader te zijn. Als ik bij de separatisten was, zei het leger: je zult wel een aanhanger van ze zijn, anders anders lieten ze je niet toe.’

Die spiraal van beschuldigingen werd hem fataal. Kehven werd door de separatisten gedwongen een kerstviering te komen filmen in het bos. ‘Als ik niet zou komen, moest ik twee geweren doneren om hun strijd te steunen. Ik heb het voor de grap nog nagevraagd: een AK-47 kost bijna 2.000 euro. Maar de boodschap was duidelijk: als ik niet zou komen, werd het mijn dood.

‘Ik ging en filmde alleen onschuldige festiviteiten zoals de dans en het eten, en niet de wapens die er lagen, om niet in de problemen te komen met het leger. Nog voor ik de film naar de redactie van Canal 2 had gestuurd, werd ik al gearresteerd door het leger. De separatisten hadden mij erbij gelapt door een filmpje te sturen van mijn aanwezigheid om aan te tonen dat ik ‘bij hen hoorde’. Ik heb anderhalve week vastgezeten zonder eten en drinken en toen werd ik plotseling vrijgelaten met het dringende advies Kumbo te verlaten.’ Door zijn vrijlating verdachten de separatisten hem hem dan weer ervan connecties te hebben bij het leger. ‘Toen werden de doodsbedreigingen zo ernstig dat ik wel moest vluchten. Ik ben zelfs niet meer thuis geweest.’

Met het vertrek van Lambert Kehven is er vrijwel geen onafhankelijke berichtgeving meer uit het zuidwesten van Kameroen. Talloze Engelstalige journalisten zoals hij zijn opgepakt, vermoord, gevlucht of ‘verdwenen’. Internationale media krijgen van de autoriteiten simpelweg geen toegang tot de opstandige regio. Het gevolg is een witte vlek op de wereldkaart. De buitenwereld weet niet meer wat er gaande is en denkt zelfs dat het conflict ten einde is. Niets is minder waar, zegt Kehven. ‘Iedereen die beweert dat de oorlog voorbij is, is een leugenaar.’

Voor de Engelstalige journalisten in Kameroen is de radiostilte onverdraaglijk. ‘Het conflict is simpelweg van de radar verdwenen’, verzucht Kehvens Engelstalige collega Dominic Meme, die hem en zijn verjaagde collega’s vanuit de Franstalige stad Douala verdedigt en probeert het conflict zo goed als het kan op afstand te volgen. Daarbij baseert hij zich noodgedwongen ook op bronnen op sociale media, zo partijdig als wat. Hij toont een filmpje dat de separatisten onder elkaar verspreiden: een aanval op een militair konvooi in de bush. Gejuich klinkt als de eerste truck op een bermbom rijdt en ontploft. ‘Dat was gisteren nog.’ In een andere video toont het leger trots beelden van geconfisqueerde wapens van separatisten.

‘Als ik nu naar Kumbo zou gaan, is de wereld zwart of wit’, zegt Kehven. ‘Er zijn geen grijstinten meer in deze oorlog.’ De machteloosheid en radeloosheid vliegt hem nog dagelijks aan, en ook is hij boos op Canal 2, dat niets heeft gedaan om hem te beschermen of te helpen. ‘Ik ben alles kwijt, gevangen tussen de twee vuren.’

Media in Kameroen

Plaats op de Persvrijheidsindex van Reporters Without Borders (RSF): 135 (van de 180).

Kameroen kent naast de staatsomroep CRTV tientallen commerciële radio- en televisiestations, waaronder Canal 2 International. De belangrijkste staatskrant is Cameroon Tribune, daarnaast zijn er tientallen private en lokale kranten die vaak onregelmatig uitkomen.

Sinds de uitbraak van het conflict in de Engelstalige regio’s holt de persvrijheid achteruit. Tientallen journalisten zijn gearresteerd, ‘verdwenen’ of gevlucht. Volgens de RSF heeft de overheid ‘een klimaat van angst en zelfcensuur’ opgelegd.

Op het hoogtepunt van de crisis in 2017 werd het internet maanden platgelegd om te voorkomen dat burgers via sociale media informatie uitwisselden. Naar schatting 25 procent van de bevolking heeft toegang tot internet.

Meer over