Jospin kan wél alles

Woensdag reist een stevige delegatie Nederlandse sociaal-democraten naar Parijs om te horen hoe hun geloofsgenoten daar tegen de fameuze 'derde weg' van Tony Blair aankijken....

MOCHT Lionel Jospin nog een aanvechting hebben gehad zich bij zijn 'vrienden' Tony Blair en Gerhard Schröder te scharen, dan is daaraan vorige week maandag hardhandig een eind gekomen. Die avond gaf de Franse premier een tv-interview om het land bij te lichten over de plannen voor de tweede helft van zijn ambtstermijn.

Hij had wel iets om zich op de borst te kloppen: de economische groei bedraagt 2,3 procent en volgend jaar wellicht 3 procent - het hoogst van Europa. Er zijn in de ruim twee jaar dat Jospin aan de macht is 700 duizend banen geschapen. En zijn eigen positie mag er ook wezen. Jospin is de populairste naoorlogse premier. De wekelijkse thermometer leerde zondag dat nog altijd 56 procent van de Fransen dik tevreden is met hun premier-ministre.

Het ging mis toen Jospin moest uitleggen wat de regering dacht te doen aan de 7.500 ontslagen bij Michelin terwijl de bandenfabriek de aandeelhouders tegelijkertijd een recordwinst beloofde. Jospin hield zich groot met de opmerking dat 'die ontslagen nog geen uitgemaakte zaak' zijn. Maar hij erkende toch vooral 'dat de staat niet alles kan', dat de économie administrée (geleide economie) van vroeger niet meer bestaat, en dat 'iedereen de markt erkent'.

Dat had hij beter niet kunnen zeggen. De storm over 'de fout van Jospin' (Libération) is nog altijd niet geluwd. De premier werd een gebrek aan politieke wil verweten. Niet alleen door links en extreem links, maar over het hele politieke spectrum. 'Alstublieft, zeg ons weer dat de politiek wél alles kan', schreef een hoogleraar op een opiniepagina. Communisten, gaullisten, politicologen en journalisten, alles wat zich met de politiek bemoeit, stortte zich op de arme Jospin.

De algemene verontwaardiging bewees weer eens hoezeer het liberalisme Frankrijk wezensvreemd is, én hoe weinig speelruimte Jospin heeft om een politiek te voeren van wat in Nederland de terugtredende overheid zou heten. Geen wonder dus dat Jospin en zijn partijgenoten van meet af aan fors afstand hebben gehouden van alles wat riekt naar New Labour respectievelijk Derde Weg, dan wel 'Blair-Schröder-manifest'.

Het laatste geschrift is sinds zijn verschijning in juni een populair mikpunt in de Parti Socialiste. Vooral omdat het in Franse ogen één lange lofzang is op het vrije ondernemerschap. De staat krijgt niets dan knorren. Eén voorbeeld: 'Regeringen moeten alles in het werk stellen om ondernemingen te steunen, zonder zich ook het recht toe te eigenen zich in de plaats daarvan te stellen.'

De staat symboliseert bij Blair en Schröder bureaucratie, ineffectiviteit, foutieve interventies in het economisch leven en achterhaalde Keynesiaanse stimuleringsprogramma's. De termen waarin het manifest is gesteld, vinden in Frankrijk ook al geen gretige afnemers. 'Centrum-links' en 'flexibiliteit' zijn in Frankrijk taboe. Ondenkbaar zijn zinsneden als 'een samenleving die de prestaties van ondernemers bewondert als die van kunstenaars of voetballers'. Je zou bijna zeggen dat de tekst is geschreven om de Fransen een hak te zetten. En zo niet, dan houdt het manifest wel heel opvallend geen rekening met hun gevoeligheden.

Tot voor kort werd de ideologische kloof die Jospin van Blair scheidt als pijnlijk ervaren. Uiteindelijk drinkt links internationaal uit dezelfde bron, Blair incluis. Jospin sprak consequent van 'mijn vriend' Tony Blair, temeer daar Blair internationaal goede sier maakte. Wie naar de meningsverschillen vraagt, krijgt daarom altijd eerst de overeenkomsten te horen. Blair heeft het minimumloon ingevoerd en dat is mooi. En hij heeft van Jospin de frase overgenomen dat 'wij vóór een markteconomie zijn, maar niet voor een marktsamenleving'. Nog wat Franse stroop: 'Onze praktijk is in hoge mate dezelfde, de theoretische onderbouwing verschilt.'

Maar sinds de zomer is de toon veranderd. Het Manifest kwam uit de lucht vallen als discussiebijdrage van Blair en Schröder aan de Socialistische Internationale in november. En dat terwijl de Europese socialisten, eerder in Milaan, een gezamenlijk programma voor de Europese verkiezingen hadden opgesteld. Dat zette kwaad bloed. Vervolgens kregen Blair en Schröder bij de Europese verkiezingen allebei klop, terwijl Jospin won. Schröder wás al niet gezien in Frankrijk. Hij wordt hier beschouwd als een ongeleid projectiel. 'Hij zegt wat hem voor de mond komt.' (Partijsecretaris Henri Weber). Sinds Schröder aan de macht is, zijn de Franse betrekkingen met het 'normale' Duitsland treurig stemmend.

Maar ook in de vriendschap met Tony is de klad gekomen. Deze zomer was de Britse premier net als vorig jaar op vakantie in de buurt van Jospins politieke uitvalsbasis Cintegabelle. Maar dit jaar ontbrak de ontspannen camerasessie in het dorpscafé. Jospin is zelfbewuster geworden, heeft inmiddels drie verkiezingen op rij gewonnen. Wat betreft sociale politiek en kwaliteit van openbare diensten hoeft hij zich door Tony niets te laten vertellen.

Tijdens een 'richtinggevende' redevoering eind augustus in La Rochelle verklaarde Jospin te streven naar volledige werkgelegenheid over tien jaar, waarmee hij binnensmonds meteen ook zijn kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van 2002 stelde. Tegelijkertijd afficheerde hij de weg van Blair en Schröder definitief als 'sociaal-liberalisme'. Dat is in Frankrijk geen compliment. 'Onze benadering is anders dan naar voren komt uit het manifest van onze vrienden Tony Blair en Gerhard Schröder.'

Gevraagd naar zijn opvattingen over Tony Blair, wijst Jospin altijd eerst naar de bescheiden exportmogelijkheden van het 'blairisme'. In een interview met de Revue Socialiste: 'Groot-Brittannië is altijd meer ''gemondialiseerd'' geweest dan Frankrijk. Daar is de vrijhandel uitgevonden. Daarbij komt dat de thatcheriaanse revolutie waarden en gevoelens heeft aangetast die in Frankrijk nog voortleven. Ons politieke landschap is heel anders.'

Al zouden de Franse socialisten het willen, aldus Jospin, dan nog is het hun onmogelijk Blair te importeren. 'De Franse socialisten', zegt de econoom Elie Cohen, 'hebben nooit een Bad Godesberg gehad'. De Duitse SPD bekeerde zich daar in de jaren vijftig officieel tot de sociaal-democratie. De Fransen deden onder Mitterrand nog een laatste poging het 'socialisme in één land' te vestigen. Die strandde in 1983 jammerlijk, waarna ze zich met de markt verzoenden. Tegen heug en meug.

De Franse socialisten zelf vinden dat de staat niet kán terugtreden. Omdat de traditie van etatisme teruggaat op Colbert. Omdat de republiek de kern van de Franse identiteit vormt. Omdat anders dan in bijvoorbeeld Nederland, er geen neiging tot consensus bestaat. Werkgevers en werknemers zien zich als antagonisten. Gevoegd bij de zeer lage organisatiegraad - bij de bedrijven vaak niet meer dan vijf procent - valt de taak van arbiter in het economisch leven aan de staat toe. Maar niet alleen die van arbiter.

In hetzelfde interview in Revue Socialiste wijdt Jospin uit over 'de Schumpeteriaanse staat': de staat als vernieuwer en ondernemer, die de noodzakelijke impulsen geeft voor de groei, die essentiële steun geeft aan de ontwikkeling van nieuwe informatietechnologie, die investeert in communicatie, onderwijs, onderzoek. Jospin wordt niet moe te herhalen: in Frankrijk heeft de politiek het primaat. Een Franse politicus die geen 'voluntarisme' uitstraalt, is tot mislukken gedoemd.

Lionel Jospin kan dus geen Franse Tony Blair worden. Sterker: hij wíl ook helemaal geen Tony Blair worden. De Franse socialisten ontkennen niet dat het Manifest iets heeft losgemaakt. 'Het manifest heeft ons gedwongen links in Frankrijk te herdefiniëren, te moderniseren, om niet beklemd te raken in een ouderwets getto', citeert de krant Libération een medewerker van de premier. Maar dan toch vooral in negatieve zin: door zich af te zetten tegen Blairs Derde Weg. Volgens Libération varieerden de reacties op het Manifest in het kantoor van Jospin tussen 'nul' en 'niets'.

Lionel Jospin is een traditionele Franse socialist die in de borst van de partij is grootgebracht. De belangrijkste kritiek van Jospin op de 'derde weg' luidt dat de traditionele notie van sociale klasse helemaal verdwenen is. De wereld van Blair bestaat nog slechts uit winners en losers, waardoor het sociale conflict is uitgebannen. Daartegenover stelt Jospin dat 'de verhouding tussen kapitalist en gesalarieerde een structureel sociale relatie blijft - en een onderstelling', aldus partijsecretaris Henri Weber. De staat blijft nodig om maatschappelijke tegenstellingen glad te strijken.

De solidariteit krijgt bij Tony Blair óók een andere vorm, die van gemeenschapsdenken. De rol van de politiek wordt een nieuwe: die van moreel voorbeeld, zedenmeester en bevorderaar van maatschappelijke harmonie. Tony laat zich op zondag volgaarne met zijn gezin bij de voordeur van de kerk filmen. Ook al ondenkbaar in Frankrijk.

In de Franse traditie kán een socialist niet bij een kerkdeur staan, aangezien de scheiding van kerk en staat een bevochten verworvenheid is. De emancipatie van het werkvolk heeft zich voltrokken in een aanhoudende strijd met de kerk. Het individualisme is een groot goed, te danken aan de Revolutie. 'Familie' wordt geassocieerd met de triptiek travail, famille, patrie, waarmee de foute maarschalk Pétain de revolutionaire drietrap vrijheid, gelijkheid en broederschap verving. Gemeenschapsdenken, 'communitarisme', wordt in Frankrijk uitgesproken op een toon waaruit walging opstijgt.

Jospin werkte zijn alternatief uit in de rede van La Rochelle. Twaalf keer viel er 'modern', 'moderniteit' en 'modernisering' te beluisteren. Het doel: volledige werkgelegenheid binnen tien jaar. Het middel: een 'nieuwe alliantie tussen de uitgeslotenen (exclus), de volksklassen (classes populaires) en de middenklassen (classes moyennes)'. Het werd met enige tamtam gebracht. Wat is er nieuw aan die nieuwe alliantie? Niks, geeft partijsecretaris Weber vlot toe. Het idee dat de middenklasse zich solidariseert met de arbeiders is zo oud als de socialistische kerkvaders.

WERKELIJKE vernieuwing in de ideeën van Jospin is met een lampje te zoeken. Hij kan niet anders, hij wil niet anders, en hij hoéft naar eigen overtuiging ook niet anders. 'Waarom risico's lopen met een ingrijpende herziening van het gedachtengoed, terwijl de zaken marcheren?', zegt Gérard Grunberg, politicoloog bij het onderzoeksinstituut CNRS. Tony Blair moest wél: na achttien jaar thatcherisme (en Labour-oppositie) was hij gedwongen Labour grondig te veranderen, om zo de Britse middenklasse over de streep te trekken.

Het is de vraag of Schröder óók moest: weliswaar wachtten hem een torenhoge staatsschuld en vastgekoekte sociale relaties, maar hij heeft het bij de helft van de SPD intussen grondig verbruid, en in Frankrijk wordt spottend gekeken naar de 'zelf-flagellatie' (staatssecretaris Moscovici, nauw gelieerd aan Jospin) waaraan de Duitse leider zich met het tekenen van het Manifest schuldig heeft gemaakt.

Lionel Jospin is niet alleen een traditionele socialist, hij heeft het vak geleerd van de cynicus François Mitterrand. Les één: wat je de buitenwacht verkoopt, hoeft in genen dele overeen te stemmen met wat je doet. Te veel openlijk tobben over het geestelijk erfgoed levert alleen maar herrie op. Jospin is niet van plan zijn coalitie met communisten, Groenen en links-nationalisten in de waagschaal te stellen voor getheoretiseer over compromissen. De televisie-uitzendig van vorige week leverde het bewijs van zijn gelijk. Jospin gaf toe dat de staat terugtrekkende bewegingen maakt. Trammelant was zijn deel.

Het probleem met die benadering is dat de kloof tussen de leer en het leven steeds groter wordt. Politicoloog Grunberg: 'De PS doet al vijftien jaar niets anders dan herhalen: ontslagen, liberalisering, mondialisering, het is allemaal een schande, maar we kunnen er niks aan doen. Het voordeel van Blair is dat hij kan zeggen: jammer dat er ontslagen vallen, maar het is mijn taak niet me daar tegenaan te bemoeien.'

Nu het goed gaat met Frankrijk denkt Jospin dat hij ermee weg kan komen. Het sociale stelsel is nog grotendeels intact, en Jospin wil dat zo houden. De belasting stroomt binnen, de tekorten in de sociale zekerheid zijn bijna weggewerkt. Het probleem van de pensioenkosten is vooruitgeschoven. De meeste staatsbedrijven zijn weliswaar verkocht, maar in de ambtenarij is nog nauwelijks het mes gezet. Integendeel, de laatste acht jaar zijn er 200 duizend ambtenaren bijgekomen. In Frankrijk blijft de staat dominant.

Lionel Jospin is de onbetwiste leider van de Parti Socialiste. In de laatste, kwaadste jaren van Mitterrand ging de partij door een diep dal. Jospin heeft de socialisten er bovenop geholpen. Hij overheerst de partij. Wellicht staan ex-premier Fabius of minister van Financiën Strauss-Kahn dichter bij het gedachtegoed van Blair. Maar ze zijn niet in de positie daaraan meer dan tersluiks lucht te geven.

Jospin zal een eigen stuk schrijven voor het Congres van de Socialistische Internationale, dat in november in Parijs wordt gehouden. Niet alleen als rituele bijdrage, maar als alternatief bod tegen het Manifest van Blair en Schröder. Jospin wil dat zijn ideeën winnen in Europa. De landen worden afgeturfd: de Spanjaarden staan dichter bij Jospin, de Italianen en de Duitsers zijn verdeeld. En de Nederlanders? Nederland is een zeevarende natie die de oren altijd naar de Britten heeft laten hangen. Geen eer aan te behalen.

Meer over