Josefien kan geen kant meer op

Jacob (57) is dood. Zijn lichaam is gebalsemd, in een formalinebad gelegd en ter beschikking gesteld aan de wetenschap. De mondkanker was weliswaar verdwenen, maar long- en darmkanker waren ervoor teruggekomen....

Dat is de stem van Josefien (59).

Begin dit jaar maakten we in drie rubrieken kennis met Jacob en Josefien. Ze voerden destijds al zeven jaar juridisch strijd tegen een loodgieter uit een naburig dorp. Jacob en Josefien hadden de loodgieter op 12 december 1998 opdracht gegeven het rookkanaal van de oliekachel in hun houten bungalow te repareren. Twee uur later was de bungalow afgebrand.

Jacob en Josefien twijfelden er niet aan dat de kapitaalkrachtige verzekeraar van de loodgieter de schade zou betalen: (1) een woning brandt niet spontaan af; (2) de brandweer noemde brandstichting door derden uitgesloten, en (3) wie had het vuur in de kachel aangelaten?

Maar vermoedens zijn geen bewijs. Dus begon er een civiele procedure. Advocaten en brandexperts werden ingeschakeld. Dure onderzoeken en rapporten volgden. Er ging één jaar voorbij, twee jaar en nog een jaar. Eind september 2002 kwam de rechtbank met een tussenvonnis: de rapporten van beide partijen verschilden dusdanig dat er een nieuw onafhankelijk onderzoek moest komen. Jacob en Josefien leefden al die jaren in een zo goedkoop mogelijk huurhuisje, met plastic groentekistjes als tafel en een afgedankt ledikant als bed. Al hun geld ging op aan rapporten en advocaten.

Er ging weer een jaar voorbij, en nog een, en nog een. In 2005 kwam het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) met het onafhankelijke rapport. Begin 2006, na ruim zeven jaar procederen, oordeelde de rechter keihard: de constructie van het rookkanaal door de loodgieter was ondeugdelijk en de loodgieter had ook een eventueel defect aan de kachel moeten zien. Maar: ‘Jacob en Josefien hebben nagelaten concrete feiten en omstandigheden te stellen, die zouden kunnen leiden tot het oordeel dat de brand is veroorzaakt door een aan de loodgieter toe te rekenen gebrek in de kachel.’

In het tuintje van haar huurwoning kleuren felle lichtjes en vrolijke rendieren de lucht vol kerstsfeer. Voor de deur staat de witte bestelbus waarmee Josefien en Jacob elke ochtend rond 4.15 uur naar de markt gingen. Josefien is marktkoopvrouw, al 42 jaar.

Jacob ontmoette ze 12 jaar geleden. Late liefde, maar wel voor de rest van hun leven. Ze staken hun spaargeld in het opknappen van de houten bungalow van Jacob. Het repareren van het rookkanaal was de laatste klus. De brand verwoestte hun droomhuis. Ze moesten zeven dagen per week ‘gaan markten’ om alle schuldeisers en alle brandrapporten te kunnen betalen.

Toen Jacob in 2002 ziek werd, ging Josefien alleen door. Jacob zat aan de chemokuur, zij reed van weekmarkt naar weekmarkt. Alles alleen opbouwen, alles alleen sjouwen, alles alleen afbreken. Het gereedschap (‘te zwaar voor mij alleen’) werd vervangen door lichte spullen: sjaals, riemen, elektra.

Maar nu, bijna vijf jaar later, is Josefien een kleine vrouw met versleten knieën. Een elektrisch stoeltje brengt haar in huis van beneden naar boven. Ze heeft haar plekje op de markt moeten opzeggen. Ze zit in de schuldsanering, en kan letterlijk geen kant op.

De laatste weken was Jacob zichzelf niet meer. Hij lag thuis. De pijn ging door de morfine heen. Zijn onrust was zo groot dat hij soms alle infusen van zijn bed rukte en de straat op ging. De nachtzusters konden hem niet houden. Josefien kreeg hem rustig. Toen dat niet meer ging, is ze met hem naar het ziekenhuis gegaan. Een dag later was hij overleden.

In de kast staat een porselein servies met tekeningen van everzwijnen erop. Jacob verzamelde het. ‘Mooi hè’, zegt Josefien. Ze heeft zijn liefde ervoor overgenomen.

Jacob overleed op 9 oktober van dit jaar – 7 jaar, 9 maanden en 28 dagen na de brand.

(Het hoger beroep staat gepland voor 27 september 2007.)

Meer over