Jorritsma acht saneren vuil slib niet altijd nodig

Minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat wil af van de plicht om zwaar verontreinigd rivierslib in alle gevallen te saneren....

Van onze correspondent

André Lammerse

DEN HAAG/MAASTRICHT

De komende jaren worden de rivieren in Gelderland en Limburg op grote schaal verruimd om problemen met hoog water zoals in 1995 te voorkomen. De moeilijkheid is dat de bodems en oevers van de Rijn, Maas en Waal over de gehele lengte vervuild zijn met zware metalen. Grote delen vallen onder de zwaarste categorie bodemverontreiniging en moeten volgens Wet Bodembescherming gesaneerd worden. Voor het rivierengebied dat op de schop gaat, betekent dat zo'n 70 miljoen kubieke meter slib zou moeten worden afgevoerd naar speciale depots.

Nog afgezien van de gigantische kosten (zo'n 3,5 miljard gulden) is het de vraag of dat ooit technisch haalbaar zou zijn. Er is in Nederland een schreeuwend tekort aan baggerslibdepots en het transport zou enorme overlast met zich meebrengen. Vandaar dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat samen met de ministeries van VROM en Landbouw een verruiming voorstelt van het saneringsbeleid van rivierbodems.

Voortaan mogen provincies vervuild slib behandelen en beoordelen op grond van risicowaarden in plaats van de veel strengere streefwaarden. De streefwaarden gaan uit van een ideaal schonegrondmodel; de risicowaarden hanteren een nog aanvaardbare normering voor mens en milieu.

De versoepeling is vastgelegd in de beleidsnotitie Actief Bodembeheer Rivierbed die woensdag in de Staatscourant wordt gepubliceerd. Uitgangspunt van de beleidsnotitie is dat ook de zwaarst verontreinigde baggerspecie kan worden hergebruikt in het rivierengebied waar het vandaan komt.

Het slib kan worden ingezet als bouwmateriaal voor dijken en nevengeulen, recreatie-oevers en natuurgebieden of simpelweg als landbouwareaal. Zowel in Gelderland als in Limburg worden de rivierwerken (gericht op een veilige doorstroming) gecombineerd met natuurontwikkeling, recreatie en de oplevering van nieuwe landbouwgronden.

Waar het verontreinigde rivierslib terechtkomt, is afhankelijk van het toekomstige gebruik van de grond. Daarbij moet telkens met andere schadelijkheidsnormen rekening worden gehouden. Zo kan het voorkomen dat een oever met vervuild baggerslib wordt aangelegd waar geen recreatie mogelijk is (hoog risiconiveau) maar wel natuurontwikkeling (laag risiconiveau). De risicowaarden die de provincies moeten hanteren, zijn net als de streefwaarden wetenschappelijk vastgelegd.

Beleidsmedewerker J. Weggemans van het ministerie van Waterstaat benadrukt dat er hoe dan ook baggerspeciedepots nodig zullen blijven. Het baggerslib op de directe rivierbodems is vaak zo sterk verontreinigd dat ook de risicowaarden worden overschreden. Volgend jaar komt het eerste grote depot van Nederland gereed in het Ketelmeer in Flevoland. Daar kan 20 miljoen kubieke meter baggerslib worden opgeslagen. Weggemans: 'De notitie richt zich vooral op verontreinigd klei en slib in de uiterwaarden. Zo'n 90 miljoen kubieke meter van dat materiaal hoeft nu niet meer te worden opgeborgen maar kun je hergebruiken.'

De belangrijkste oorzaak voor de verontreinigde rivierbodems zijn de industriële lozingen in het buitenland. Verhoogde concentraties zink, koper en cadmium maken sanering noodzakelijk volgens de Wet Bodembescherming.

De zinknormering werd in 1993 door het ministerie van VROM nog eens extra aangescherpt. Daardoor is ongeveer 90 procent van het weg te graven rivierslib onder de zwaarste saneringscategorie komen te vallen.

Meer over