Jordaanse Palestijnen verbijten zich

De drie miljoen Palestijnen in Jordanië leven mee met wat in Gaza gebeurt. Sommigen worden er ziek van.

Het vluchtelingenkamp heet officieel anders, maar in Jordanië wordt het door iedereen het Gaza-kamp genoemd. ‘We hebben allemaal familie in Gaza, we komen er oorspronkelijk vandaan’, zegt Ibrahim Abdallah, een oudere man die als kind met zijn familie uit de strook moest vluchten.

Jordanië heeft na de Westoever en de Gazastrook de grootste Palestijnse bevolking in het Midden-Oosten. Van de tegen de drie miljoen Palestijnen in het land wonen er meer dan 300 duizend in vluchtelingenkampen, uit beton opgetrokken wijken met nauwe straatjes en slechte voorzieningen.

Abdallah en meer dan twintigduizend andere vluchtelingen uit Gaza en hun nakomelingen wonen al decennia in Jordanië. Maar de banden van de Palestijnen met hun plek van oorsprong blijven sterk. De simpele vraag ‘waar kom je vandaan?’ zullen Palestijnen in Jordanië vaak beantwoorden met de streek of stad in het vroegere Palestina, zelfs als ze er al twee generaties niet hebben gewoond.

De mensen in het Gaza-kamp, officieel het kamp Jerash, zeggen dat ze regelmatig contact hebben met de familie die ze nog hebben in Gaza. ‘Iedereen hier heeft wel een familielid in Gaza verloren de afgelopen twee weken’, zegt Abdallah.

De woede is groot, uiteraard tegenover Israël, maar ook tegenover de Arabische leiders die te weinig zouden doen om de Palestijnen te helpen. ‘Ze doen niets en ze verhinderen ons ook om iets te doen’, zegt een andere inwoner van het Gaza-kamp. Behalve wat hulpmiddelen inzamelen om naar Gaza te sturen, ‘kunnen we alleen maar thuis zitten en naar de televisie kijken’.

In het kamp Baq’a, het grootste van Jordanië, vertelt de arts Nabil Hirsh dat hij ongewoon veel gevallen van depressie, stress, hoge bloeddruk en zelfs hartaanvallen binnenkrijgt sinds het begin van de strijd in Gaza. ‘Ze kijken naar de plaatjes op de televisie en maken zich druk.’

Hij heeft ook veel kritiek op de Arabische regeringen, inclusief de eigen Jordaanse regering', die banden heeft met Israël, maar hij blijft er filosofisch onder en vindt niet dat de Palestijnen moeten ageren. ‘We hebben al zo veel vijanden, waarom zouden we de Arabische regimes ook nog eens tegen ons in het harnas jagen?’

Toch gaan vrijwel iedere avond groepen jongeren uit Baqa’a de straat op om te demonstreren. Ze botsen met de politie als ze de naburige snelweg blokkeren.

De strijd in Gaza heeft tot de grootste demonstraties geleid die Jordanië de afgelopen jaren heeft gezien en ook tot de drukste politieke activiteit. Deelnemers aan een sit-in met tenten in de buurt van de Israëlische ambassade eisen het verbreken van de banden met het buurland. Premier Al-Dahabi heeft gezegd dat de regering de relaties met Israël zal evalueren naar aanleiding van Gaza, maar de Israëlische ambassadeur is niet het land uitgezet, zoals de demonstranten eisen.

Volgens schattingen vormen de Palestijnen minstens eenderde en mogelijk meer dan de helft van de Jordaanse bevolking. In de meeste gevallen hebben ze paspoorten en gelijke rechten, maar ze zijn politiek ondervertegenwoordigd en vervullen geen hoge posities in het leger of de regering.

Een van de grootste angsten van veel niet-Palestijnse Jordaniërs is dat hun land als een alternatieve Palestijnse staat zal worden gebruikt. De aanval op Gaza doet de mensen vermoeden dat Israël niet echt vrede met de Palestijnen wil en dat dus die optie van Jordanië als Palestijnse staat weer naderbij komt. ‘Dat is de reden dat veel Jordaniërs tegen de slachting in Gaza protesteren’, zegt Adnan Abu Odeh, een prominente Palestijnse politicus en voormalig adviseur van de Jordaanse koning.

Vaak lopen de spanningen tussen de Jordaniërs en de Palestijnen op in tijden van crisis in de Palestijnse gebieden. ‘Dit keer is juist het omgekeerde het geval, het brengt de mensen dichter bij elkaar’, zegt Abu Odeh.

Meer over