Joplin, Zappa en Led Zeppelin treden toe tot Hall of Fame

Negen popsterren zijn in de nacht van donderdag op vrijdag toegetreden tot de Rock and Roll Hall of Fame. Onder hen zijn Janis Joplin, Frank Zappa, Led Zeppelin, Al Green, Neil Young en de Allman Brothers Band....

REUTER/NYT

NEW YORK

Om een plaatsje in de Hall of Fame te krijgen, moet een artiest zijn eerste plaat meer dan vijfentwintig jaar geleden hebben uitgebracht. Als gevolg hiervan wordt elk jaar weer duidelijk hoe kort het leven van popmuzikanten is: van de vier onderscheiden solo-artiesten waren er reeds twee overleden. Verwanten van Zappa en Joplin namen hun prijzen nu in ontvangst. The Allman Brothers deden het met twee leden minder, en van de Orioles, een band die in de categorie 'vroege invloeden' werd onderscheiden, was nog slechts één lid in leven. Directeur Suzan Evans van de Hall liet echter expliciet weten dat een vroege dood de kans op een nominatie zeker niet vergroot.

Melissa Etheridge bracht een hommage aan Joplin met het nummer Piece of my heart, waarbij zij zichzelf op akoestische gitaar begeleidde. 'Joplin was de enige godin in de zee van rock-goden', zei Etheridge, die Joplins onderscheiding in ontvangst nam.

De genomineerden werden geselecteerd door een 29-koppig panel, waarin onder anderen producent Phil Spector en Bruce Springsteen's manager Ahmet Ertegun zitting hadden. Meer dan zeshonderd recensenten en kopstukken uit de muziek-zakenwereld konden vervolgens hun stem uitbrengen.

De handtekeningen van de gehuldigden worden gegraveerd op een glaswand in het permanente museum van de Hall, dat dit jaar in september in Cleveland zal worden geopend.

'Ik heb dit nooit willen doen', zei Robert Plant van Led Zeppelin, nadat hij zijn onderscheiding in ontvangst had genomen. 'Ik dacht altijd dat we rebellen waren.'

Meer over