Joop van Stigt 1934 - 2011

Joop van Stigt ontwierp onder meer de woontorens in de Bijlmermeer, omdat met het minimale het maximale moest worden bereikt.

Hij werd in 2006 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, maar Nederlanders kennen hem vooral als de man die Amsterdam een nieuw gezicht gaf. Architect Joop van Stigt, die op 4 november overleed, was de man die de woontorens in de Bijlmermeer creëerde en een nieuw uiterlijk gaf aan het Entrepotdok, het Olympisch stadion en de Oranje Nassaukazerne. Maar in veel meer plaatsen heeft hij zijn stempel gedrukt op het stadsgezicht. Zo was hij de ontwerper van het raadhuis in Ter Aar, de Werven in Almere-Haven en de Faculteit der Letteren in Leiden. Zijn ontwerpen kenmerken zich vooral door de structuralistische inslag, een houding die Van Stigt meenam vanuit de bouwpraktijk: met weinig middelen veel voor elkaar krijgen. Hij beschreef zichzelf graag 'als een echte Calvinist met een rood pakje aan'.

Van Stigt leerde het vak van architect ook niet uit de leerboeken, maar als timmerman. Daardoor kon hij niet alleen de werktekeningen en de directievoering leveren, maar ook de materialen exact berekenen. 'Hij is in staat om een pond spijkers te wegen, het aantal te tellen en dan te concluderen dat als je goed kunt timmeren 4 kilo spijkers wel voldoende is', schreef zijn eerder dit jaar overleden collega Wiek Röling in het boek Bouwmeesters met draagvlak.

Joop van Stigt werd geboren in 1934 als een van de 14 kinderen van een postbeambte in de Amsterdamse wijk De Pijp. Na de lagere school werd hij naar een internaat in Leusden gestuurd voor een opleiding aan de ambachtsschool. Hij begon daarna als timmerman bij het bouwbedrijf Antonisen in Amsterdam. Hij had ook ruimtelijk inzicht en was gefascineerd door de bouw van de Amsterdamse RAI die op dat moment plaatsvond. Door zijn bevlogenheid lukte het in 1953 een baan te krijgen bij het architectenbureau van Alexander Bodon. Van Stigt combineerde dat met een avondopleiding bouwkunde aan de hts. Zijn eerste klus was die van tekenaar en opzichter bij de bouw van het Burgerweeshuis in Amsterdam. Dit project leverde Van Stigt veel contacten op en al snel stond hij samen met zijn jaargenoot Piet Blom bekend als 'the angry young men' van de Nederlandse architectuur. Met de opdracht voor het ontwerp van de personeelskantine van de Universiteit Twente begon Van Stigt zijn eigen bureau.

Vanaf 1987 was hij als hoogleraar bouwtechniek verbonden aan de TU Delft. Ondertussen bracht hij zijn ideeën in de praktijk met steeds meer restauratie- en herbestemmingprojecten, zoals de grote kerk in Breda. Hij zette ook veel onderzoeken op over het behoud en de restauratie van zandsteengevels.

Naast zijn werk in Nederland, was Joop van Stigt ook zeer actief in Mali. Hij maakt in 1972 zijn eerste reis naar de Bandiagara-kliffen in Mali. Getroffen door de armoede en onder de indruk van de cultuur, was dit het begin van een blijvende liefde voor de Dogon, de bevolkingsgroep die daar leefde. Het werk begon met kleinschalige acties: het bouwen van een put en vervolgens de bouw van de eerste school. In 1992 ontving hij in Mali de Dogon-naam Akouni Poudiougo ('Hij die geluk brengt') 'Laat je nooit vertellen dat je het zelf niet kunt', zei hij tegen zijn mensen daar. 'Pas simple pas bon!' Toen de vraag naar scholen en watervoorzieningen steeds groter werd, besloten Joop en Gonny, zijn vrouw met wie hij zijn hele leven samenwerkte, in 1995 de Stichting Dogon Onderwijs op te richten om hun werk te kunnen continueren. Twaalf jaar geleden zei Van Stigt bij zijn afscheid van de universiteit: 'Cultuur en techniek zijn bepalend voor de architectuur. Een land, een volk dat zijn cultuurbezit afbreekt heeft geen toekomst.'

Joop van Stigt won diverse prijzen met zijn werk, waaronder de BNA-kubus voor zijn hele oeuvre en De Nationale Renovatieprijs voor het Entrepotdok en het Olympisch Stadion.

undefined

Meer over