Joop Hekman 1921-2013

Na één opdracht zat beeldhouwer Joop Hekman nooit meer zonder werk en verrijkte hij het leven van velen.

'Een beeld van mij. Daar moet je op kunnen klimmen, in kunnen zitten. Het moet mensen aantrekken en bezighouden, de hele omgeving met architectuur en al erbij betrekken', zei beeldhouwer Joop Hekman in een interview met het Utrechts Nieuwsblad. Op zaterdag 28 december overleed hij in zijn woonplaats Utrecht. Hij is 92 jaar geworden. Zijn beelden zijn mogelijk bekender dan hijzelf.

In Utrecht zelf is het bekendste beeld Feest der Muzen uit 1959 - de beeldengroep van drie vrouwelijke figuren die in het midden van een fontein voor de Stadsschouwburg staat. Een ander bekend werk is het Ei van Ko uit 1984 - een beeldengroep bij het stadhuis in Enschede dat ontstond op initiatief van toenmalig burgemeester Ko Wieringa. Behalve beelden ontwierp Hekman ook munten en penningen. In 1991 stopte hij abrupt met zijn werk. Hij vernietigde al zijn werk in wording. 'Ik maak niks meer. Je moet kunnen ophouden. Ik heb collega's gezien die veel te lang zijn doorgegaan.'

Joop Hekman werd geboren in de Ferdinand Bolstraat in Utrecht, als enig kind. In de buurt woonden onder anderen de schilderes Charley Toorop en de meubelontwerper en architect Gerrit Rietveld van De Stijl. Ze kwamen vaak bij Hekman over de vloer; Rietveld maakte zelfs voor de eerste verjaardag van Joop een kruiwagen. Op zijn 14de kreeg hij thuis les van zijn oudoom, beeldhouwer Willem van Kuilenburg, die later talrijke oorlogs- en verzetsmonumenten zou creëren. Daarnaast ging hij in de leer bij de medailleur Johannes Wienecke en de graficus Willem van Leusden. Zijn eerste beeld maakte hij al voor de oorlog; uit een zwerfsteen die hij op de Veluwe had gevonden. Hij studeerde daarna aan de Academie Kunstoefening in Arnhem, bij Gijs Jacobs van den Hof.

In 1946 kwam hij op zijn weg naar de opleiding in Arnhem vaak Rietveld tegen. Hij vroeg Hekman twee beelden te maken voor de te verbouwen bioscoop van het Vredenburg in Utrecht. De opdracht leverde hem zo veel bekendheid op dat zijn kostje was gekocht. 'Sinds die tijd heb ik nooit meer zonder werk gezeten', zei hij. In 1949 kreeg hij de opdracht voor Feest der Muzen. Eigenlijk wilde Hekman niet dat er een waterbassin omheen zou komen. De gemeente gaf hem 300 gulden om de beroemde fonteinen in Rome te bestuderen. Per auto reisde hij erheen. Hekman ging overstag, maar het duurde tot 1959 eer de beeldengroep gereed was.

Naast beelden en beeldreliëfs in brons of steen, gebakken klei of hout, maakte hij reliëfs en mozaïeken in keramiek en baksteen. Hij ontwierp ook de bevrijdingspenningen voor de nieuwe republiek Suriname. Zijn bekendste werk blijft de beeldengroep in Enschede. Tussen 1981 en 1983 realiseerde hij op het plein voor het stadhuis een fontein met een viertal beelden. Zij stellen een vader, moeder, kind en hun hond voor. Het beeld benadrukt het speelse karakter en de intimiteit van het gezin. Een ander bekend werk van Hekman is het beeld dat hij maakte van Biru, zijn overleden chowchow. Het beeld van de hond kwam in 1997 te staan in het plantsoen tegenover zijn woning in de Kameren Maria van Pallaes in Utrecht. Het beest lag daar vaak te slapen.

Beelden van zijn hand zijn verder te vinden in Gouda, Zeist, Eindhoven, Harmelen en Leeuwarden. De overeenkomst is dat ze geen sokkel hebben en op plekken staan waar mensen elkaar ontmoeten. 'Joop heeft met zijn beelden het leven van veel mensen verrijkt', zegt zijn 62-jarige zoon Jurrian.

undefined

Meer over