Joop heeft nu bonje met Dries, met mij en met Fons

Vicepremier Terlouw (D66) heeft weinig fiducie in het nieuwe kabinet onder minister-president Van Agt (CDA), met Joop den Uyl (PvdA) op Economische Zaken.
Den Haag, 9 oktober 1981

We halen het niet om maandag, zoals afgesproken, de regeringsverklaring te houden. Het compromis moet nog worden vertaald in een stuk van Financiën en dat stuk moet de ministerraad passeren. Nog belangrijker is dat Dries het niet kan opbrengen. Hij was prikkelbaar en dat deed een waarschuwingslichtje in mijn achterhoofd opflikkeren.

Vanmiddag zaten hij, Joop en ik even bij elkaar en hij zei: 'We halen het technisch niet, maar wat nog belangrijker is, ik kan het niet. Ik ben er noch fysiek, noch mentaal tegen opgewassen om maandag al in de Kamer te staan. We moeten het een week uitstellen.'

Joop reageerde op deze opmerking begrijpend, in de vorm van een zeer vermoeiende toespraak van een kwartier, waarna Dries er zéker niet meer tegen was opgewassen. In zijn hart geloofde Joop weinig van de mentale uitputting van Dries. Hij fluisterde me in dat er een politieke reden achter zat, maar wist me de draagwijdte daarvan niet te verduidelijken.

Onder de doem van dit hoogst ongelukkige uitstel moest vandaag de ministerraad worden gehouden [. . .] Joop heeft nu bonje met Dries, met mij en met Fons (van der Stee, minister van Financiën, red.).

Hij had grote kwaliteiten, maar hij heeft zichzelf overleefd. Hij is onmogelijk geworden. Als Dries ook eens wat zegt, zit hij na een halve minuut onrustig te schuiven op zijn stoel en na vijfenveertig seconden begint hij te interrumperen. Er is in deze constellatie niet met hem samen te werken.

Jan Terlouw (1931), Nederlandse politicus en oud-fractievoorzitter van D66. Ingekort fragment uit Naar zeventien zetels en terug. Uitgeverij Veen, 1983.

Meer over