Analyse

Joodse en Arabische knokploegen geven vierde Gaza-oorlog nieuwe dimensie

Joden halen thorarollen uit een synagoge in Lod die door Arabieren in brand is gestoken. Beeld REUTERS
Joden halen thorarollen uit een synagoge in Lod die door Arabieren in brand is gestoken.Beeld REUTERS

De vierde Gazaoorlog is aangebroken. In veel opzichten lijkt die op de eerdere drie. Eén ding is anders: de strijd die in de Israëlische steden zelf is ontbrand. De onvermijdelijke uitkomst van een nimmer opgelost conflict?

Na de drie veldslagen die Israël en het Hamas-bewind al rond de Palestijnse Gazastrook hebben uitgevochten, lijkt voor zo’n gevechtsronde een draaiboek te zijn. Vandaar dat zich een déjà-vu opdringt, sinds maandag aan het eind van de dag de vierde Gaza-oorlog in dertien jaar tijd losbrak. ‘Ik kijk naar een film die ik al drie keer eerder heb gezien’, zei Robert Serry, de Nederlandse diplomaat die jarenlang VN-vredesgezant was in het Midden-Oosten, in Nieuwsuur .

Het draaiboek ziet er zo uit. Hamas schiet raketbarrages af op Israëlische steden. Israël bombardeert de stellingen en kantoren van Hamas in de dichtbevolkte kustenclave. Het geweld kost al na een paar dagen meer Palestijnen dan Israëli’s het leven, en de roep klinkt om het bloedvergieten te stoppen. Eerst verzamelt Israël nog grondtroepen, en is het wachten of het een invasie nodig acht om tunnels en bunkers van Hamas verder te verwoesten. Uiteindelijk volgt er een staakt-het-vuren.

Toch is de gevechtsronde van 2021 meer dan een herhaling van 2008, 2012 of 2014. Het verschil is dat het Gaza-front een ander strijdtoneel heeft doen ontbranden: de straten van Israël zelf. Joodse en Arabische knokploegen hebben de laatste dagen ’s avonds en ’s nachts strooptochten gehouden in tal van Israëlische steden, opgehitst door radicale, vaak religieuze volksmenners aan beide kanten. Ze hebben moskeeën belaagd, synagogen in brand gestoken, en op voorbijgangers van de andere kant gejaagd.

Burgeroorlog

De ongekende taferelen wakkeren de vrees aan voor een burgeroorlog in Israël. Het is een dimensie van de Israëlisch-Palestijnse oorlog die de strijd tussen de partijen terug bij af kan brengen. Naar 1948, het jaar waarin de Joodse staat werd gesticht. Dat gevaar laat zich illustreren aan de hand van de Israëlische stad Lod, die de laatste dagen het brandpunt was van de knokploegenterreur.

Een Israëlische politieagent (L) richt zijn pistool op een Palestijnse man (M) naast een gewonde Joodse man (R) in Jeruzalem. Beeld EPA
Een Israëlische politieagent (L) richt zijn pistool op een Palestijnse man (M) naast een gewonde Joodse man (R) in Jeruzalem.Beeld EPA

Lod luisterde tot 1948 naar de Arabische naam Lydda, en eeuwenlang hadden er Arabische families gewoond onder het bestuur van het Ottomaanse Rijk. Na de val van dat imperium kregen in 1917 de Britten het er voor het zeggen. Joodse immigranten streken in het gebied neer, op de vlucht voor pogroms en andere antisemitische haat in Europa en Rusland. Zij droomden van een veilige Joodse thuishaven in het land van aartsvader Abraham.

De Britten slaagden er niet in de Arabische en Joodse bevolking vreedzaam te laten samenleven. Het eindigde in 1948 in oorlog: Joodse strijdgroepen vochten voor een onafhankelijk Israël en de Palestijnse bevolking verzette zich daar met Arabische buurlanden tevergeefs tegen.

In Lydda verdreven de Israëli’s na bombardementen op de stad vele duizenden Palestijnse inwoners. Zij kwamen met meer dan 750 duizend lotgenoten terecht in vluchtelingenkampen buiten Israël, waar hun nakomelingen nog steeds wonen. De strijd eindigde in 1949 met een reeks staakt-het-vurens, die nog steeds niet allemaal in een duurzame vrede zijn omgezet.

Net als in andere ingenomen Arabische steden en dorpen bleef in Lydda een klein gedeelte van de inwoners achter. De hoop was dat zij zich uiteindelijk meer Israëlisch dan Palestijns zouden gaan voelen vanwege de privileges van het Israëlische paspoort: vrij reizen en meeprofiteren van de Israëlische welvaart. Tegenwoordig maken zij en hun nakomelingen als Arabische Israëli’s ruim 20 procent van de Israëlische bevolking uit.

Gemengde steden

Rechtse Israëlische politici, onder wie ook premier Benjamin Netanyahu, schilderen hen al jaren af als ‘vijfde colonne’ en hebben daarmee het wij-zij denken aangemoedigd. In Lod verzamelden zich maandagavond Arabische demonstranten, uit woede over het geweld waarmee de Israëlische politie eerder op de dag de Al Aqsa-moskee in Jeruzalem was binnengevallen. Het liep uit op rellen waarbij ze auto’s in brand staken en naar een Joodse buurt trokken. Daar schoot een gewapende Joodse burger uiteindelijk een Arabische landgenoot dood. Het was daarna alle avonden raak, en het straatgeweld verspreidde zich over Israël naar andere gemengde steden.

Zo dreigt behalve de Gazastrook het hele land tussen de Middellandse Zee en de Jordaan in brand te vliegen, net als in 1948. Het oude probleem ligt daarmee in volle omvang op tafel: hoe kunnen Joden en Arabieren hier samenleven? Van de diplomatieke uitweg van de tweestatenoplossing is al jaren niets meer gehoord.

Het is de vraag of de Israëlische autoriteiten het straatgeweld kunnen beteugelen zolang de strijd in de Gazastrook voortduurt. Hoe langer een staakt-het-vuren op zich laat wachten, hoe moeilijker het zal zijn.

Voor de veldslagen rond Gaza is altijd wel een buitenlandse bemiddelaar te vinden. Maar de binnenlandse brand kunnen de burgers alleen zelf blussen. Op sommige kruispunten deelden Joodse en Arabische Israëli’s daarom vrijdag ook eendrachtig bloemen uit aan passerende automobilisten om de vrede te bewaren.

Maar of die sfeer ook de Knesset, het Israëlische parlement, in de greep krijgt? Premier Netanyahu heeft zich al meer dan tien jaar staande gehouden met een gestaald winner takes all-populisme. Zijn gematigder rivalen hebben daar verkiezing na verkiezing geen antwoord op gevonden. Te vrezen valt daarom dat ook de gevechten aan het front van de Joodse en Arabische knokploegen een vast draaiboek krijgen.

Meer over