Jongeren in de bres voor project Europa

Op een bubbelfeestje met kosmopolitische Europeanen.

Toine Heijmans
Letse jongeren nemen een selfie bij het verdrag Beeld Toine Heijmans
Letse jongeren nemen een selfie bij het verdragBeeld Toine Heijmans

Er zijn nog mensen die geloven in Europa. Een heleboel jonge blozende mensen bij elkaar, in een verlaten fabriek in het centrum van de stad, en het eerste wat ik zie is dat ze selfies maken met het Verdrag van Maastricht. Dat bestaat 25 jaar, het is een verjaardagsfeestje. De jonge Europeanen dragen roze hoodies, drinken uit waterflesjes met Yo!Fest EU erop en er loopt een Superman rond met een Europese vlag als cape. Het is even knipperen met mijn ogen.

Buiten op straat moet je niet over Europa beginnen, hou toch op meneer. Die zitten er enkel voor zichzelf. Dat is wel afgelopen. Dat weet toch iedereen. Maar hier is midden in de feestzaal het Verdrag van Maastricht opgebaard in een glazen schrijn en het wordt aanbeden. Een nogal dik boek is het, compleet met hoofse rode lakstempels, en erboven is een Europese vlag gemonteerd met overduidelijk de handtekening van R.F.M. Lubbers, zorgvuldig gezet in zilver. Zo trots waren ze toen op het begin van de Europese Unie en van de euro en van de echte Europese verbroedering. Maar misschien was dit wel het begin van het einde.

Bij de schrijn maken twee studenten foto's van zichzelf en het verdrag. Vladas Oleinikovas en Ieva Matulaityte ('we schrijven onze namen zelf wel even op') komen uit Letland, studeren in Londen (chemie en rechten) en zijn via Brussel met de trein naar het Yo!Fest gereisd. Aha, zeg ik, jullie zijn van de kosmopolitische Europese elite waar iedereen zo'n hekel aan heeft en inderdaad, knikt Vladas, 'wij kennen geen grenzen. Maar ik ben geen elite hoor. Ik kom uit een gewoon gezin. We werken hard, het komt op ons aan om Europa tot een succes te maken.' Ze zijn 25 en 26. Ieva zegt: 'Ik groeide op in de schaduw van de onderdrukking door de Sovjet-Unie. Dat zit heel diep.' Vladas zegt: 'Ik voel me Europeaan. Niets anders.' Ieva: 'Europa roept en wij moeten gehoor geven.'

Gaat het onmiddellijk over populisme, Brexit, Trump, de overwinning van 'propaganda en angst', de gemakzucht van Gurt Wielders - maar geen moment betrekt hun gezicht. Ze praten snel en overtuigd, ze zijn van de internationale debatclubgeneratie, de ideale idealisten. 'Het is zo eenvoudig', zegt Ieva, 'de EU overal de schuld van geven.'

Ja, ze voelen de wereld kantelen. Maar wat doe je eraan? Ze begrijpen niet waarom mensen die meer dan ooit in vrede en welvaart leven, vrij en zonder paspoort, zo'n bloedhekel hebben aan Europa. Praat eens met Nederlandse vrachtwagenchauffeurs zeg ik. Voor hun drie Letten. 'Sommige landen hebben tijd nodig om op hetzelfde niveau te komen', zegt Ieva, 'en Europa negeert inderdaad grote problemen - de vluchtelingen bijvoorbeeld.' Maar 'vrachtwagenchauffeur is een uitstervend beroep', zegt Vladas, 'straks zijn er alleen nog maar zelfrijdende auto's.'

Zo denken optimisten: dit is geen sombere tijd, maar de openingszet voor een nieuwe. Vladas zegt: 'Soms moet je bij een patiënt een arm breken om 'm te genezen.'

Yo!Fest EU op de ramen van het fabrieksgebouw Beeld Toine Heijmans
Yo!Fest EU op de ramen van het fabrieksgebouwBeeld Toine Heijmans

Of ze even aan de kant gaan voor Gergely Gathy en Nicolas Heger, die ook een selfie willen maken bij het Verdrag. Duimen omhoog. Ze zijn in Maastricht voor een master rechten. 'Ja ik kom uit Hongarije', zegt Gergely - het land van de hekken en van het harde nationalisme, 'maar de meeste Hongaren zijn heel Europees hoor.' Om zichzelf meteen te corrigeren: 'Wij zitten natuurlijk in de elitebubbel. Wij hebben alle voordelen.' Nicolas, een Duitser: 'Wij zijn de geprivilegieerden en daar moeten we wat aan doen.'

Naar buiten moeten we, zegt zo'n beetje iedereen tijdens het feestje. Gergely: 'Echt de straat op om de populisten te bestrijden.'

Jong Italiaans Europarlementslid op het podium: 'Onze generatie heeft de plicht om de Europese Unie te redden.'

Jonge Europese ambtenaar op het podium: 'We moeten ook praten met mensen die niet naar dit soort bijeenkomsten komen. Laten we allemaal één iemand aanspreken met wie we gewoonlijk niet praten.'

Zal het helpen?

Dan kom ik David Garrahy tegen, een Brusselse veteraan van het European Youth Forum dat het feest organiseert. 'Dit is de generatie die voelt dat er nog een toekomst is', zegt hij, 'maar ik ben wat ouder. En ik ben bezorgd.' Over het oprukkend egoïsme natuurlijk, zoals hij het nationalisme typeert, maar vooral over het lijdzame afwachten van Europa zelf.

Hij is een Ier - 'ik had nog steeds op een boerderij gewerkt als de EU er niet was geweest' - en leeft al jaren in Brussel. 'We weten echt wel wat de bedreigingen zijn, maar Europa leunt nog steeds achterover. In Brussel gaan de dingen gewoon door, normal daily business.'

De bubbel: breek er maar eens uit.

Reageren? t.heijmans@volkskrant.nl

Meer over