Jongen van de straat

Alle internationals leerden ergens voetballen. Bruno Martins Indi begon als middenvelder bij Spartaan '20 in Rotterdam. Met sommige jeugdvrienden is het slecht afgelopen. 'Ik koos voor mijn missie: slagen als profvoetballer.'

Ook op een wazige foto aan de muur in de kantine van de Rotterdamse voetbalclub Spartaan '20 herkent Bruno Martins Indi zichzelf meteen. Staccato dreunt hij de namen op. 'Fuad, Bruno, Bob, Bennie, Marvin, Ricardo. Mengalvio, die is toch rapper geworden?' Van alle jochies uit de toenmalige D2-junioren heeft alleen de 22-jarige verdediger van Feyenoord en het Nederlands elftal de top gehaald.


Bij Spartaan '20 begon hij als aanvallende middenvelder. 'Ik was heel technisch en speelde op tien. Op straat deed ik alles, panna, een versnellinkje, een fake schot. Ik heb het mezelf afgeleerd. Ik ging steeds verder naar achteren en leerde zakelijk te voetballen. Maar als je goed oplet, zie je dat kind terug in mijn spel.'


Als kind kwam Bruno niet door een stage bij Feyenoord. 'Alle jongens wisten hoe ze de bal omhoog moesten krijgen. Ik kende de techniek niet. De opdracht was: schiet de bal hoog in het doel. Ik zie nog die jochies in hun hesjes: boem, alles raak, behalve ik. Ik mocht niet door. Ik was 8 jaar en dacht: toch kom ik hier terug.'


Hij werd lid van Spartaan '20, waar jeugdtrainer Maikel van Pul hem uiteindelijk in de defensie zette. 'Hij had in de E'tjes als linksbuiten gespeeld. Bruno werkte nooit zo hard, was een flegmatieke voetballer. Met die houding en als aanvaller zou hij de D1 niet halen. Wij zagen meer een verdediger in Bruno, een linksback.'


Martins Indi: 'Ik werd zo boos! Ik, verdedigen? Ik wilde voetballen, scoren.' Van Pul: 'Bruno kwam na enkele wedstrijden centraal in de verdediging terecht. We hebben hem aanvoerder gemaakt, om hem nog meer verantwoordelijkheid te geven. We zagen zijn potentie, binnen een paar maanden was Bruno verreweg de beste. Vanaf dat moment is zijn ontwikkeling razendsnel verlopen.'

Gevangenis

Bruno was een kind van de club. 'Ik kende iedereen, ging bij uitwedstrijden mee met het eerste. Dan kreeg ik een patatje van die spelers. Het was de mooiste tijd van mijn carrière. Het plezier stond voorop. Ik voelde me veilig, het was een grote familie.'


Hij bestelde altijd champagnepils, een frisdrank zonder alcohol. Die kostte maar 50 cent, de familie Martins Indi had het niet breed. 'Ik voelde me al rijk met mijn eerste euro op zak. Ik weet nog dat ik hem aan mijn teamgenoten heb laten zien.'


Ik was in die tijd een mannetje, zegt hij lachend. 'Een teringapie', aldus jeugdcoach Van Pul. De speler: 'Ik was lastig, heb veel fouten gemaakt.' Van Pul: 'Hij had altijd een weerwoord, maar nooit op een vervelende manier.'


Het had ook verkeerd kunnen aflopen in de rauwe volksbuurt de Slinge. Hij herinnert zich een speler die destijds in de E'tjes van Spartaan '20 zat en misschien wel de beste van zijn generatie was, tot hij als tiener in de criminaliteit terechtkwam. De een jaar jongere jeugdvriend van Martins Indi zit nu in de gevangenis. Ook Bruno moest zich uiteindelijk losmaken van de buurt die hem heeft gevormd.


Het was Martins Indi aan te zien dat hij is opgegroeid in volkswijken, zegt Carlo Willemse, zijn eerste trainer bij de F'jes. 'Het is geen toeval dat de jongens die met deze achtergrond het profvoetbal hebben gehaald niet over zich heen lieten lopen. Je moet voor jezelf opkomen, je stem laten horen.'


Verhuizingen lopen als een rode draad door zijn jeugd. De eerste bracht hem als baby van 3 maanden van het Portugese Barreiro naar Maassluis. Een cultuurschok voor zijn ouders uit de voormalige Portugese kolonie Guinee-Bissau.


Van Maassluis ging het al snel naar de Tarwewijk in Rotterdam. Toen Martins Indi in groep 6 zat, verhuisden zijn ouders naar de andere kant van Rotterdam-Zuid. Hoewel de Slinge grondig wordt gerenoveerd, vormen de flats met graffiti op de garagedeuren een somber decor.


Hij trof er de sfeer van een getto, al had het volgens hem ook zijn charme. Nu is in de Slinge een sportveld naar Martins Indi vernoemd. Het veldje is een symbool geworden voor hem. 'Ik wil dat andere kinderen op dat veldje het gevoel krijgen dat ze iets kunnen maken van hun leven.'


Bruno heeft een dikke huid gekregen, zegt Uriah Gallant, die bij Spartaan '20 tussen het eerste en tweede elftal zweeft. Martins Indi heeft niet alleen zijn jeugdvriend zien afglijden maar ook Shayron, die hij kent uit zijn periode bij Spartaan'20. De aanvaller werd nog door Chelsea gescout en zocht zijn heil later bij Sparta en FC Dordrecht. Shayron werd in 2012 opgepakt na een gewelddadige overval op een studentenhuis in Rotterdam.

Tweede moeder

Zelfs Ligia Gallant had die jongens niet voor hun misstappen kunnen behoeden. Met echtgenoot Carlo en hun twee kinderen woont Ligia op een steenworp afstand van Spartaan '20. In de knusse arbeiderswoning uit de jaren zeventig wijst ze naar de bank. Daar zaten Bruno, haar zoon Uriah en hun vriendjes. Ze waren er dagelijks en Ligia werd een tweede moeder voor Martins Indi.


Vader Agustinio Martins Indi werkte zich kapot als schilder om het hoofd boven water te houden. Hij spreekt nog altijd gebroken Nederlands en riep dus geregeld de hulp in van de familie Gallant. Het was Ligia die Bruno hielp een Nederlands paspoort aan te vragen, want hij had alleen een Portugees legitimatiebewijs.


Als kind van twee Afrikanen die het Nederlands niet machtig waren, miste Martins Indi de warmte van het gezinsleven. Hij spreekt omfloerst over de relatie met zijn ouders. 'Ze kwamen van een ander continent, moesten zien te overleven. Ze kenden de Nederlandse cultuur niet, spraken de taal niet. Ik heb veel liefde gekregen van mijn ouders, op hun manier.


'Als kind heb je soms een ander soort liefde nodig. Ik zie het nu bij mijn dochter Zoë. Ik deel de zorg met mijn vriendin Mecia, ook ik stond 's nachts op om een flesje te geven. Mijn ouders hebben het anders meegekregen, maar hun uiterste best gedaan.'


Ligia Gallant reed met Bruno en anderen op de fiets naar school, begeleidde ze naar de training bij Spartaan '20 en bracht ze naar huis. Zij bracht structuur in zijn leven, hij vond harmonie in Zuidwijk.


Als jochie van 12 jaar beloofde Martins Indi later voor Ligia te zorgen als hij profvoetballer werd. 'Zij heeft mij opgevangen, het was altijd gezellig. Ze hadden computerspelletjes en zij maakte heerlijk Surinaams eten. Ik bleef ook weleens slapen.'


Ze zijn uit elkaar gegroeid. 'Ik was als jochie al iemand van principes. Ik kan mensen radicaal de rug toekeren als me iets is aangedaan. Op mijn veertiende was ik voor Portugal. Ik kon boos worden als iemand iets slechts zei over mijn vaderland. Tijdens het WK in 2006 keken we bij Ligia naar Nederland - Portugal, de beruchte wedstrijd met al die gele en rode kaarten.'


Hij stond ineens tegenover de mensen die hij liefhad. 'Ik was fanatiek en provoceerde een beetje. Riep na het doelpunt van Maniche heel hard: Portugal, Portugal, Gol, Gol. En ik schreeuwde dat Nederland nog meer rode kaarten moest krijgen.'


Ligia riep hem tot de orde en zei dat hij beter kon vertrekken, als hij zo liep te blèren. 'Ik wilde Bruno niet het recht ontnemen om zijn Portugese hart te volgen', zegt ze. 'Maar ik vond het niet juist dat hij zijn nieuwe vaderland zo afviel.'


Die woorden sneden dwars door zijn ziel. Martins Indi: 'Ik werd emotioneel en antwoordde dat ik nooit meer zou terugkomen. Het raakte me diep. Ik voelde me afgewezen. Die Portugese roots zitten er nog steeds. Ik was een puber die zijn gevoel volgde.'


Bruno heeft Ligia in 2012 nog gezien, bij de opening van de nieuwe kantine van Spartaan '20. Nu, acht jaar na zijn vlucht uit het huis van de familie Gallant, weet Martins Indi niet goed hoe hij de breuk moet lijmen. 'Het is niet meer zoals toen. Ze kijken anders naar mij. Zo voel ik het in elk geval.'


Ligia liet Bruno pas los toen hij door Feyenoord was gescout en op zijn zeventiende in het clubinternaat ging wonen. 'Ik zou tegen hem willen zeggen: zie je wat ik destijds bedoelde? Nu heb je het Nederlands elftal gehaald en ben je trots dat je in een oranje shirt tegen Portugal hebt gespeeld.'

Kruispunt

Toen Martins Indi in de B2 van Feyenoord speelde, stond hij op een kruispunt: wilde hij prof worden of bleef hij hangen in de Slinge? 'Ik zat in een negatieve vibe. Ik deed geen gekke dingen maar zag ze wel gebeuren. Ik was aan het puberen, het was verleidelijk om me aan te sluiten bij jongens zonder doel in hun leven.


Het internaat bood hem structuur. 'Als kind ontbeet ik nooit, ik was mager. De chauffeur van Feyenoord belde me altijd wakker. Dan rende ik vanuit bed zonder te douchen naar de metro, want ik werd op Zuidplein opgehaald. Zo kon het niet langer. Ik verzorgde mezelf onvoldoende. Ik moest weg uit de Slinge, daar was te veel afleiding. Ik vroeg mezelf: 'Bruun, wat is het beste voor jou?' Ik pakte alsnog de kans om mijn schooldiploma te halen en ik koos voor mijn missie: slagen als profvoetballer.'


Op zijn achttiende ging hij samenwonen met Mecia, een meisje met Kaapverdische roots uit Schiemond, bij Delfshaven. 'Ik was 16 jaar toen ik haar leerde kennen, zij was 14. Mecia is in veel dingen mijn tegenpool. Ze is rustig, denkt na voor ze iets zegt. Ze heeft me in alles geholpen.


'Mecia kende me al toen ik nog niets voorstelde. Dat is kostbaar voor mij. Ik was een lastig, eigenwijs ventje van 16. Twee jaar later gingen we samenwonen. Twee vroegwijze kinderen, het was niet gemakkelijk. Mijn hart ligt op de tong. Dat werkt soms tegen me. Maar als ik in de spiegel kijk, zie ik een eerlijk mens. Je krijgt mij puur, de ware Bruno.


Praten, praten, zijn mond staat nooit stil. Confronterend en ontnuchterend was het advies van oud-Feyenoorder Robin van Persie: 'Je moet niet praten Bruno, maar doen.' Ze zaten in de auto van Sietje Mouch, vriend en destijds ook zaakwaarnemer van Van Persie. Met die zin raakte de spits van het Nederlands elftal de kern.


Ze brachten Van Persie naar het hotel in Hoenderloo, waar de internationals verbleven. 'Bondscoach Bert van Marwijk zat er, met de technische staf. Toen wees Sietje naar mij en zei: Onthoud deze naam: Bruno Martins Indi. Binnen drie jaar staat deze jongen in het Nederlands elftal. Wat denk je? Iedereen begon te lachen, maar iets meer dan drie jaar later had ik een basisplaats in Oranje.'


Daar stond Bruno in hotel Huis ter Duin, in 2012, als debutant bij het Nederlands elftal. Tegenover Louis van Gaal, met wie hij meteen een band voelde. 'Door mijn verleden ben ik niet snel trots op mezelf. De bondscoach raakte me. Hij spreekt altijd over de totale mens en vond dat ik wél trots mocht zijn. Ik moest mezelf toen nog ontdekken.'


Rust vindt Martins Indi nu thuis bij zijn gezin, als hij met zijn dochter speelt. Het kind dat zichzelf geen tijd gunde voor een ontbijt geniet nu extra van maaltijden. 'Ik ben altijd het laatst klaar. Saamhorigheid, gezellig.'


De kern is dat ik snel volwassen ben geworden, zegt hij, maar mijn persoonlijkheid heb behouden. 'Ik zei vroeger al dat ik twee keer harder moest werken dan een ander om de top te halen. Nu heb ik meer ervaring maar als het nodig is, sta ik voor je klaar, vriend.'


De jongen van de straat is een man van de wereld geworden. 'Dat is mooi, zoals je dat zegt.' Hij herhaalt de zin. 'Van jongen van de straat tot man van de wereld. Zo ver ben ik nog niet, maar ik ben onderweg. En niemand weet waar die reis eindigt.'

Liefde

In de kantine van Spartaan '20 zingt Martins Indi het kamplied van de D2 en knuffelt hij de penningmeester en zijn oude jeugdtrainer. 'Liefde moet je voelen, zegt hij. 'Ik leef voor de liefde, ik wil veel liefde geven. Tot een bepaalde grens natuurlijk.'


Ergens zit een innerlijke blokkade, erkent hij. 'Ik vind het lastig om contact te onderhouden als mijn gevoel zegt dat iets niet meer goed voelt.


Toch weet hij dat het ooit weer goed komt tussen hem en Ligia Gallant. 'Ik heb haar al beloofd dat ze bloemen van me krijgt. Ik zal het groots aanpakken. Ik ben de familie Gallant niet vergeten. Maar die stap zetten, daar heb ik moeite mee. Ik neem het mezelf kwalijk dat ik niet eerder naar Ligia ben gegaan. Ze zit in mijn hart.'


Glimlachend vertelt Ligia Gallant over die fonkelende ogen in het donkere gezicht van Martins Indi. Zijn koppie is in tien jaar niet veranderd. 'Hij is me niks schuldig, ik ben dankbaar dat hij goed is terechtgekomen. Er komt als jonge vader veel op hem af. Bruno is een gevoelige jongen. Ik weet zeker dat hij bij me terugkomt.'

CV

Naam: Bruno Martins Indi


Geboren: 8 februari 1992


Geboorteplaats: Barreiro (Por)


Eerste club: Spartaan '20


Profclub: Feyenoord


Debuut profvoetbal: 19 augustus 2010: Feyenoord - AA Gent 1-0 (voorr. Europa League)


Debuut eredivisie: 22 aug. 2010: Heracles - Feyenoord 1-1


Debuut Oranje: 15 augustus 2012: België - Nederland 4-2


DIT IS AFLEVERING ZEVEN VAN EEN SERIE.

Meer over