Jonge talenten aan basis volleybal-succes

In warm Athene zuchtte NeVoBo-voorzitter Van Zwieten hardop. Wat had zijn bond toch graag de twee geacquireerde EK-toernooien omgedraaid; dat van de mannen, voor 1997 voorzien, naar voren gehaald en het vrouwenkampioenschap, in eigen land, twee jaar naar achteren geschoven....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Het zou - Van Zwieten was niet de enige die er zo over dacht - gepast hebben bij de ontwikkeling en de krachtsverhouding van de nationale volleybalteams. De mannen van Alberda zouden in '97, na het vertrek van Zwerver en Blangé, over de heuvel zijn. De vrouwen van Goedkoop zouden in dat jaar juist hun jeugdige aandrang omzetten in volwassen verrichtingen.

Het mooie plan, bedacht vanuit chauvinisme en koopmanschap, strandde op Griekse koppigheid. De Helleense bond die ook voor '95 en '97 Europese toernooien had binnengehaald, wenste niet te ruilen. Zondag in Arnhem praatte niemand meer over de wissel-truc, al zou een mannenfinale Nederland-Italië natuurlijk voor evenveel bombarie doch mogelijk wat minder euforie hebben gezorgd.

De Europese titel van de Nederlandse vrouwen in de precies honderd jaar oude balsport was drie jaar geleden overigens voorspeld door de toenmalige bondscoach Murphy. Hij ging bij de vaststelling van zijn EKOS-project vooral uit van het opschroeven van de trainingsarbeid en het verbeteren van de maatschappelijke omstandigheden van de internationals. Die aanpak heeft de nieuwe coach, Bert Goedkoop, tot de zijne gemaakt.

Wat Murphy destijds met geen woord voorzag, was de enorme inbreng van de jeugd. Natuurlijk moet hij gedacht hebben aan jongere speelsters die hun invloed zouden hebben vanuit de wisselzone, vermoedelijk heeft hij gerekend op twintigers als Fleurke, maar de doorbraak van een zeventien- en achttienjarige (Fledderus en Leferink) naar de basis van een kampioensploeg, dat zal de Canadees nooit voor ogen hebben gestaan.

Toch is die gouden opmars van de jeugd deels de verdienste van Murphy. Hij tekende in 1987 als technisch directeur van de volleybalbond voor het JVN, het jeugd volleybal Nederland. Het plan van aanpak voorziet erin om de jeugdige talenten, vanaf de C'tjes, via steunpunten in den lande op te vangen.

Via de B-jeugd wordt bij de A's voor het eerst een nationaal team geformeerd. Jong Oranje vormt de opstap naar het grote Oranje. In de door de trainers Korteling, Gerbrands en Boudeling beheerde vrouwentak zat en zit veel talent in de pijplijn. Fleurke, Leenstra en Wiegers ('73-ers) waren de eerste ontdekkingen. Daarna volgde de lichting Leferink-Elshof en de laatste oogst luidt Fledderus-Visser.

De hele wereld kijkt

met afgunstige ogen naar het opleidingsapparaat van de NeVoBo. Geen land kent zo veel talent op redelijke afstanden van elkaar, met een infrastructuur die bemand wordt door kundige trainers. Het vormt voor Nederland het tegenwicht voor de weinig voorstellende competitie, al vaak betiteld als het drijfzand waarin het nationale topvolleybalgebouw nog eens gaat wegzakken.

Die stemming lijkt dit weekeinde omgeslagen. Alle kommer en kwel bij de bond - vooral financieel - zijn voorlopig even vergeten. Iedere volleybalvolger moet sinds de historische zeges op Rusland en Kroatië zijn hart gestolen weten door het dartele talent van spring in 't veld Elles Leferink. Who the fuck is Elles, was de vraag nog bij het begin van dit internationale jaar.

In Thailand, bij het WK junioren, leverde Leferink al het antwoord. Ze was de ster van het toernooi, en was de beste in het klassement van service, verdediging èn aanval. In Arnhem was het niet anders. Natuurlijk werd ze gelanceerd door haar haast blinde geleiding met spelverdeelster Fledderus, maar het talent van het meisje met de Ronaldo-achtige uitstraling is van een soort dat niet eerder in Nederland werd aangetroffen. Weersing, Boersma, Piersma zijn in vergelijking met haar slechts harde werkers.

De jonge talenten zijn harde training gewend. Ze sluiten naadloos aan bij de professionele beleving die Murphy introduceerde, Pang cultiveerde en Goedkoop sublimeerde. Zes uur per dag werd deze zomer in de Amsterdamse Zuidhallen getraind. Het lonkende strand - of anders wel het aantrekkelijke beachvolleybal - werd genegeerd. Het Europees kampioenschap in eigen land, tot begin september volledig aan de aandacht ontsnapt, moest het beste in het team bovenhalen.

Nederland is nu bij de vrouwen de beste van Europa. Ze staan één treedje hoger dan de mannen. Straks bij de Olympisch kwalificaties, in november in Japan, zal echter blijken dat Alberda's team meer wereldtop is dan Goedkoops girls. Europa bepaalt voor vijftig procent de internationale top van het hoge en harde mannenvolleybal. Bij de vrouwen is de inbreng van Europa op zijn retour. Nederland, de nummer negen van de wereldranglijst, mag trachten die trend bij te stellen.

John Volkers

Meer over