Jonge revolutionairen buitenspel

Het Tahrirplein in Caïro was ooit het domein van de 'revolutionaire jeugd'. Nu is Tahrir het plein van de verschoppelingen. 'Hier is geen enkele politieke kracht meer aanwezig.'

VAN ONZE CORRESPONDENT REMCO ANDERSEN

CAÏRO - Op het Tahrirplein is het maar een treurige boel. Overdag staat het verkeer nog meer vast dan normaal, doordat de politie nu wegblijft van de plaats waar anderhalf jaar geleden honderdduizenden hun haat tegen het systeem uitten. Zo nu en dan rent een groepje mannen van onduidelijk allooi met stokken en messen het zanderige hofje binnen de rotonde over, en 's avonds melden hasjverkopers opgewekt dat het gebrek aan overheidstoezicht de zaken goed doet.

Te midden van dit alles staat nog een handvol tenten, gevuld met een enkele activist die niet van ophouden weet en allerlei types die het plein nu thuis noemen. Onder hen een aandoenlijke oude man die hoopt met zijn tentje gerechtigheid te halen voor een zoon die stierf tijdens de revolutie; een groepje heren die zichzelf de 'laatste revolutionairen' noemen; en vooral veel mensen die niets beters te doen hebben. Een 10-jarig knulletje eist vanuit zijn tent op hoge toon een sigaret, verderop schreeuwt een tandenloze vrouw van onder een verzameling dekens naar niemand in het bijzonder.

'Afgrijzen', zegt Yasser Hijazi, een linkse activist, als hem gevraagd wordt wat hij voelt bij het tafereel voor hem. 'Tahrir is een plek geworden voor de verschoppelingen van de samenleving. Hier is geen enkele politieke kracht meer aanwezig.'

Tahrir was ooit het domein van de 'revolutionaire jeugd' die de opstanden hielp ontketenen via Facebook, Twitter en actiegroepen op straat. Zij kregen honderdduizenden Egyptenaren de straat op om democratie af te dwingen en Mubarak van het toneel te verdrijven. Het hoogtepunt zou deze week moeten komen, wanneer Egyptenaren stemmen op een president die in juni de macht moet overnemen van de Opperste Militaire Raad (SCAF), die het land runt sinds de val van Mubarak.

Yasser Hijazi vindt het maar niets. De 29-jarige chirurg was vanaf het eerste moment betrokken bij de opstanden tegen het regime in januari 2011 en nam deel aan nagenoeg iedere demonstratie in Caïro sindsdien. Als het aan hem had gelegen, was het heel anders gegaan: een presidentiële commissie die zijn legitimiteit aan 'de straat' ontleende, had de macht van de legerleiding moeten afpakken en een grondwet moeten schrijven voordat er presidentsverkiezingen zouden plaatsvinden.

De meeste linkse activisten geloven geen moment dat de legerleiding eerlijke verkiezingen zal toelaten, laat staan daadwerkelijk de macht afstaan aan de winnaar.

'SCAF heeft de afgelopen anderhalf jaar niet één eis van de revolutie ingewilligd', zegt de blogger Omar Kamel. 'Geen hervorming van het ministerie van Binnenlandse Zaken, geen vervolging van politiemensen en militairen die demonstranten doodschoten, geen vrijlating van politieke gevangenen - de eerste wet die ze uitvaardigden, was een verbod op demonstraties.'

De rest van de bevolking denkt er toch echt anders over en ingewikkelde alternatieven zoals een presidentiële commissie gaan de meeste Egyptenaren boven de pet. En dus staan de jonge revolutionairen buitenspel. 'De meesten zitten thuis te analyseren waar het is misgegaan', zegt Yasser meesmuilend. 'We zijn verdeeld over wat te doen.'

Veel van de jeugdgroepen zijn dan ook aan het uiteenvallen; de invloedrijke 6-aprilbeweging is in twee facties opgesplitst, en ook van de Kefaya-groep keren zich steeds meer dissidenten af. Geschillen over leiderschap en politieke koers leiden tot afkalving van de slagkracht. De bewegingen zijn daardoor niet in staat geweest een krachtig politiek platform te vormen dat de macht van de legerleiding kan uitdagen, zegt Omar Ashour, een analist verbonden aan de denktank Brookings Institution. 'In de nasleep van de verkiezingen gaan ze dat óf alsnog doen, óf er gebeurt iets waardoor men toch weer bereid is massaal de straat op te gaan.'

Vooralsnog is het kamp van de linkse revolutionairen een warboel. Sommige activisten roepen op tot een boycot van de verkiezingen. Anderen willen zich massaal achter een linkse kandidaat scharen, bijvoorbeeld Hamdeen Sabahi, een underdog wiens naam de laatste dagen steeds vaker valt.

De volgende wil dat oppositiekandidaten de handen ineenslaan tegen de kandidaten Amr Moussa en Ahmed Shafik, twee voormalige leden van Mubaraks regime die door linkse activisten worden gezien als favorieten van de legerleiding. En dan zijn er nog activisten die het liefst weer de straat op willen.

Intussen gaat de rest van Egypte deze week gewoon naar de stembus. De populariteit van activisten en hun straatprotesten verdwijnt rap, mede dankzij de machtige staatsmedia die hen constant afschilderen als de oorzaak van alle problemen waarmee Egypte kampt. De meesten willen na anderhalf jaar tumult vooral stabiliteit, veiligheid en economische vooruitgang. De legerleiding heeft eerlijke verkiezingen beloofd, daarna krijgen we een president, en dan zien we wel weer verder.

Het rotsvaste geloof dat het niet zo zal lopen, is wat de revolutionaire jeugd op de been houdt. 'Mensen mogen zich nu dan van ons afkeren', zegt de blogger Omar Kamel. 'Over een paar maanden zullen ze zien dat de legerleiding helemaal niet van plan is de macht af te dragen. En dan gaan de mensen weer met ons de straat op.'

undefined

Meer over