Jonge ondernemer wil India vernieuwen

Met Narendra Modi kreeg India een nieuwe premier en een nieuw elan. Vooral jonge ondernemers beginnen in een Indiase toekomst te geloven.

Thomas Jacob, groenteleverancier: 'voeding belangrijker dan ict.'Beeld Arindam Mukherjee/Agency Genesis

De mannen en vrouwen die zich 's morgens om zeven uur bij sportschool Namma CrossFit in Bangalore melden, kijken diep ongelukkig en een beetje bevreesd uit hun ogen; alsof ze zojuist bij de slachtbank zijn afgeleverd.

Toch komen ze uit eigen beweging en hebben ze een stuk meer moeite gedaan dan de gemiddelde Nederlandse sportschoolbezoeker: in de ochtendspits sta je met de auto makkelijk langer dan een uur vast in het chronisch verstopte verkeer van de grootste stad van Zuid-India. En met de auto zijn ze allemaal. Voor de deur blikkeren hun Tata's, Mahindra's en Maruti's in de winterzon.

Sujaj Reddy, vastgoedondernemer: 'corruptie blijft een reusachtig probleem.'Beeld Arindam Mukherjee/Agency Genesis

Zeldzaam

Op het parkeerterreintje staat ook een fiets, een mountainbike. Die is van Rohan Devaiah (30), sportschoolleraar en eigenaar. In Bangalore, waar 8,5 miljoen mensen wonen, zijn mensen die zich per fiets verplaatsen om een andere reden dan armoede, zo zeldzaam als zwarte zwanen. Sportscholen ook.

'Sportscholen zijn heel on-Indiaas', zegt Devaiah. 'Tien jaar geleden bestonden ze hier gewoon nog niet. De eerste waren er vooral voor de expats. Maar de laatste jaren groeit de vraag, omdat steeds meer jonge mensen ontdekken dat het leven meer te bieden heeft dan alleen maar werken en eten, zoals in India de gewoonte is.'

Devaiah dankt zijn liefde voor sport en 'outdooractiviteiten' aan zijn studie in Canada en reizen door Europa. Daaraan dankt hij ook de kritische blik op zijn eigen land, dat naar zijn idee vastgeroest is in zijn eigen tradities, traagheid en inefficiëntie.

'Hop hop, geen tijd te verliezen', spoort Devaiah zijn slachtvee aan. De deelnemers beginnen te rekken en te strekken. Zuchtend. Onder hun met namen van Britse of Amerikaanse universiteiten bedrukte shirts vandaan puilen randjes overtollig buikvet.

Rajini Bopaiah, textielonderneemster: 'worden we niet te duur?'Beeld Arindam Mukherjee/Agency Genesis

Devaiah heeft zijn sportschool vorig jaar laten bouwen: een appelgroen gesausde loods waarvan de muren behangen zijn met sportende Bollywoodgrootheden, gesponsord door de grote Europese en Amerikaanse sportmerken. In het midden hangt de Indiase vlag, lichtjes wapperend in de wind van de airco.

Toen hij jonger was fantaseerde Devaiah over een toekomst in het buitenland. Inmiddels doet hij dat niet meer. Hij hoopt en gelooft dat India kan veranderen, kan verbeteren, zichzelf misschien wel opnieuw kan uitvinden. De verkiezing van Narendra Modi tot premier vorig jaar heeft dit geloof in hem versterkt.

Devaiahs stem op de BJP was geen stem uit overtuiging, maar 'omdat we geen andere keuze hebben als we vooruit willen komen.'

Met 'we' bedoelt Devaiah zijn vrienden en kennissen - progressief denkende, hoog opgeleide jonge mannen en vrouwen uit de hogere maatschappelijke echelons, de meesten net als hij ondernemer, maar sommigen ook werknemer bij een van de grote en ondoordringbare ict-bedrijven als Infosys, waaraan Bangalore de bijnaam 'Het Silicon Valley van India' dankt.

Rohan Devaiah, sportschoolhouder: 'we kunnen veranderen.'Beeld Arindam Mukherjee/Agency Genesis

Negen maanden na de verkiezing van Narendra Modi is nog niet duidelijk wat het zoveel voorbesproken 'India van Modi' in de praktijk precies behelst. Westerse media zetten Modi tijdens zijn verkiezingsrace vooral neer als fanatiek hindoenationalist en moslimhater.

Gevreesd werd dat onder zijn bewind etnische en religieuze minderheden zouden worden gediscrimineerd. Inderdaad waren er afgelopen najaar geruchten over moslims die niet mochten deelnemen aan het Hindoeïstische lichtfeest Divali, maar van opstanden of discriminerende wetgeving was geen sprake.

Eveneens is het onduidelijk of Modi op koers ligt met het realiseren van zijn grootste verkiezingsbelofte, het aanzwengelen van de Indiase economie door buitenlandse investeringen en het creëren van 100 miljoen banen onder de ambitieuze werktitel 'Make India.'

De buitenwereld zag vooral een indrukwekkend diplomatiek offensief, met als voorlopig hoogtepunt Obama's bezoek aan Delhi vorige maand. Tijdens Modi's besprekingen met Obama, premier Abe van Japan en de Chinese leider Xi lag de nadruk op economie, maar welke vruchten deze onderonsjes zullen afwerpen, moet de toekomst uitwijzen.

Maar wat wel duidelijk is na negen maanden Modi: dat de premier de nationale trots heeft afgestoft en dat de hoop die hij vorig voorjaar heeft gezaaid, nog steeds levend is en ook wordt gekoesterd door mensen als Devaiah Rohan en zijn vrienden, wier waardenpatroon nou niet direct overeen lijkt te komen met dat van de premier.

Ook Thomas Jacob (30) is, zoals hij zelf zegt, 'Modi-fan', 'Omdat hij India regeert alsof het een bedrijf is en hij de hoogste directeur. '

Thomas is een oud klasgenoot van Devaiah Rohan en zelf ook directeur, van een beginnende landbouwonderneming. En daarom zit hij - laptop op schoot - op een omgekeerd kratje in het distributiecentrum van zijn bedrijf, een woonhuis in een chique buitenwijk van Bangalore. Zijn blauw suède instappers gaan schuil onder bloemkoolbladeren en wortelloof.

Om Thomas heen verpakken een stuk of tien werknemers - mannen met aardevegen over hun gezicht en rouwranden onder hun nagels - groenten in kratten en plastic zodat ze vanavond, na de spits, naar de winkels kunnen worden gereden.

De groenten worden verbouwd door boeren uit de omgeving. Voor hen zit de meerwaarde erin dat Thomas hun hoogwaardige productietechnieken bijbrengt, maar vooral in het omzeilen van de beruchte tussenhandelaren, 'middle men' en daarmee de welig tierende corruptie.

Nu levert Thomas nog uitsluitend aan supermarkten in het luxesegment. Ergens is dat bevreemdend in een land waar honger een serieus probleem is. Maar hij heeft grote dromen over zijn nu nog kleine onderneming. 'Over tien jaar wil ik een soort Indiase Dole (grote Amerikaanse producent van groente en fruit) zijn en geheel onafhankelijk van corruptie.'

Droom

De vader van Thomas heeft een fabriek in voedingssupplementen. Zijn voorvaderen waren boeren. 'In India is de droom van elke arme boer dat zijn zoon ict'er wordt', zegt Thomas. 'Maar naar mijn idee is het nog beter als de zoon van die ict'er weer boer wordt, de cirkel rond wordt, maar wel op een moderne manier, met meer kennis van de techniek en de wereld. Niets is zo belangrijk voor de vooruitgang van India als voeding.'

Volgens Thomas heeft India 'alle ingrediënten' in zich om een economische grootmacht te worden, maar moeten ze alleen nog worden gekanaliseerd. 'We hebben landbouwgrond en grondstoffen, arbeiders, boeren, maar ook hoog opgeleide technici. We hebben een bloeiende filmindustrie, een prachtige geschiedenis. We hebben alles.'

Zo optimistisch als Thomas is, zo cynisch is zijn vriend en oud klasgenoot Sujaj Reddy (30).

Reddy, afgestudeerd econoom, heeft een vastgoedbedrijf. Hij is goed in het vak dat zijn vader hem leerde, blijkt uit zijn onophoudelijk oplichtende mobiele telefoon en de kantoorwand vol foto's van de zeven plaatsen in de stad waar zijn appartementencomplexen verrijzen.

Op papier is Reddy het schoolvoorbeeld van een jonge Indiër die het heeft gemaakt. Maar als zijn vrienden grappen over Reddy's rijkdom en succes, grapt hij terug over het in zijn ogen onterechte optimisme van Devaiah en Thomas.

Ja, ook Reddy stemde op Modi, en hij gelooft heus dat de BJP India goed zal doen, dat economische vooruitgang mogelijk is. Maar hij gelooft niet dat Modi, of welke premier dan ook, een structurele oplossing heeft voor de twee grootste problemen van India: demografie en corruptie.

'Ik ken de corrupte en verrotte economie van India door en door, ik ben er deel van. Bij elke stap die ik in mijn werk moet zetten, moet je iemand omkopen. Ik wil het niet, maar het kan niet anders. Ook maak ik zoals de meeste bouwondernemers gebruik van gastarbeiders, vaak uit Bangladesh. Ik betaal hun niet veel, maar voor hen is het genoeg om in groten getale naar India te blijven komen.

Naar Europa vertrekken

Wat als de zonen en dochters van zijn arbeiders zich straks zo ver hogerop gewerkt hebben dat ze zich een auto kunnen veroorloven, vraagt Reddy zich hoofdschuddend af. Hij wijst naar het stilstaande, toeterende verkeer, beneden onder zijn kantoorraam. 'Dit land loopt vast. Als ik genoeg heb verdiend, vertrek in naar Europa en word ik daar tennisleraar.'

Zelfs Devaiah kan niet helemaal ontsnappen aan de systemen van India. Als na een uur sporten de deelnemers afgepeigerd in hun auto's stappen sluit hij de school en fietst naar het textielfabriekje van zijn moeder Rajini Bopaiah (56), waar hij regelmatig helpt met de bedrijfsleiding.

Concurrentie

In een oude hal drukken tien mannen merknamen op uitgestalde lappen stof die elders worden vermaakt tot shirts en overhemden voor de Amerikaanse markt. Benneton, Levis, en Lee tot waar het oog rijkt. Ondanks de wijd open ramen is de chemische verfdamp haast niet te harden.

De moeder van Devaiah heeft net een grote order verloren aan China, 'omdat we niet meer kunnen concurreren met hun lage prijzen'. Devaiah maakt zich zorgen. 'Lage lonen en goedkope productie waren de motor van de Indiase economie. Maar de prijs voor arbeid is de afgelopen jaren zo hard gestegen dat we in de regio worden weggeconcurreerd.'

Hij weet: ook de hogere lonen voor fabrieksarbeiders zijn een teken dat India verandert, verandert ten goede. 'Ik vind het natuurlijk goed dat ze beter worden betaald. Het zijn ook mensen, weet je. Maar soms krijg je er wel hoofdpijn van.'

Meer over