nieuws

Jonge huizenkopers nemen onverantwoord grote financiële risico’s, ziet toezichthouder AFM

Veel kopers van een eerste huis nemen onverantwoord grote financiële risico’s. Ze verzwijgen andere leningen zoals een studieschuld of gaan naast een maximale hypotheeklening ook nog nieuwe schulden aan. Dit blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) naar het leengedrag.

Een woningzoekend stel bezichtigt een koopwoning in Den Haag.   Beeld ANP
Een woningzoekend stel bezichtigt een koopwoning in Den Haag.Beeld ANP

De dienst gaat banken en andere aanbieders van hypotheekleningen strenger controleren op naleving van het wettelijk begrensde leenbedrag. Mensen die voor het eerst een huis kopen, gaan steeds hogere schulden aan, zowel ten opzichte van hun inkomen als van de waarde van de woning. Door de scherp opgelopen woningprijzen worden koopstarters ‘geprikkeld om de randen op te zoeken van het financieel haalbare’. De AFM waarschuwt voor ‘overkreditering’ van de groep huizenkopers tot 35 jaar.

Om toch een woning in de wacht te slepen verzweeg 9 tot 13 procent van de koopstarters zijn studielening bij het aanvragen van een hypotheek, schat de AFM. Circa 13 procent had ook nog een consumptief krediet, bijvoorbeeld voor de verhuizing of de inrichting van de woning. De jonge kopers beschikken ook nog eens over relatief weinig eigen vermogen om eventuele tegenvallers op te vangen.

De dienst onderzocht de periode 2013 tot en met 2018. In de laatste 2,5 jaar is de situatie er voor huizenkopers niet beter op geworden. De huizenprijzen liepen nog verder op. Volgens algemeen hypotheekonderzoek van de AFM is het aandeel starters onder de hypotheeksluiters in een jaar gedaald naar 19 procent en ligt daarmee op hetzelfde niveau als in 2019.

Borgstelling door ouders

Van de koopstarters had 20 tot 40 procent in 2018 een schuld die hoger was dan het maximaal verantwoord geachte bedrag. Daarbij gaat het om een overkrediet van 50 duizend tot 70 duizend euro. Bij die schatting maakt de AFM wel een voorbehoud. Op basis van de beschikbare informatie kan een schuld te hoog lijken, maar in werkelijkheid zijn voorzien van bijvoorbeeld borgstelling door de ouders van de koper.

De aanscherping van de hypotheeknorm (niet meer lenen dan de waarde van de woning ten tijde van de aankoop) heeft wel geleid tot aanpassingen. In 2015 leende drie op de vier koopstarters meer dan de waarde van het onderpand, bijvoorbeeld voor de kosten van een verbouwing. Dat aantal daalde naar twee op de vier.

Krap de helft van de koopstarters heeft geen andere schulden naast de hypotheekkrediet. Deze groep kromp van 55 procent in 2013 naar 48 procent in 2018. Circa 35 procent had naast een hypotheeklening alleen nog een studieschuld. Een groep van 8 procent had ook nog eens een consumptief krediet van gemiddeld 13 duizend euro.

De AFM gaat dit jaar onderzoeken of banken en andere aanbieders van hypotheekleningen niet te scheutig zijn met hun leningen aan koopstarters. Ook gaat de dienst controleren of geldverstrekkers voldoen aan nieuwe normen voor consumptieve kredieten.

Meer over